15 vragen over coeliakie of glutenintolerantie

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
123-coeliakie-gluten-brood-allerg-1-04-19.png

nieuws Coeliakie of glutenintolerantie is een chronische auto-immuunziekte die veroorzaakt wordt door overgevoeligheid voor gluten. Gluten is een veel voorkomend onderdeel van de eiwitten uit granen, zoals tarwe, rogge, gerst, spelt en kamut. Alledaags eten zoals brood, koek(jes) en pasta bevat dus gluten. Bij mensen met coeliakie raakt de binnenkant van de dunne darm beschadigd als deze in aanraking komt met gluten. Dit veroorzaakt verschillende buikklachten. Op den duur kan de darmwand door contact met gluten ernstig beschadigd raken, waardoor voedingsstoffen minder goed opgenomen worden.

Coeliakie werd in het midden van de twintigste eeuw ontdekt door de Nederlandse kinderarts W.K. Dicke. Hij merkte tijdens de hongerwinter dat een groep kinderen, met slechte groei en chronische diaree, toen zij op de bekende schrale kost van wortelsoep en voederbieten werden gezet het ineens veel beter deden. Na het eten van het door vliegtuigen afgeworpen Zweedse witte brood verslechterden ze weer. Zo werd door hem de relatie gelegd dat iets in brood dit ziektebeeld moest veroorzaken.

1. Komt coeliakie veel voor?
Naar schatting zou 1 op 100 à 200 mensen aan coeliakie lijden. In België zou het om zowat 55.000 mensen gaan. Maar veel mensen weten niet dat ze coeliakie hebben. Van de 55.000 mensen met coeliakie, zouden 50.000 mensen met coeliakie rondlopen zonder dat zij het zelf weten. Dit komt omdat de klachten vaak vaag zijn, waardoor er niet snel aan glutenintolerantie wordt gedacht.

2. Welke klachten veroorzaakt coeliakie?
Klachten treden op na het eten van voedsel waar gluten in zit. Lang niet iedereen heeft evenveel klachten en er zijn kinderen met coeliakie die lange tijd nauwelijks of geen klachten hebben. Dat is een van de redenen waardoor coeliakie vaak niet of heel laat wordt herkend.

Symptomen kunnen zijn:
• diarree
• braken
• buikpijn
• opgezette buik
• obstipatie (verstopping)
• gewichtsverlies
• groeiachterstand.
Ook andere symptomen kunnen een uiting zijn van coeliakie, zoals
• bloedarmoede
• botontkalking
• chronische vermoeidheid
• tekort aan vitaminen
• leverfunctiestoornissen
• vertraagde puberteit
• sommige vormen van epilepsie
• aften (kleine zweertjes op het mondslijmvlies)
• afwijkingen aan de tanden
• chronische huidaandoening met jeuk (Dermatitis herpetiformis).
Coeliakie kan ook samengaan met andere ziekten van het afweersysteem (auto-immuunziekten), zoals aandoeningen van de schildklier en suikerziekte type 1.

3. Wat zijn de gevolgen van coeliakie?
Als er geen darmvlokken zijn, ontbreken ook de cellen die zorgen voor de
opname van voedingsstoffen uit de darm. Er ontstaan daardoor tekorten.
Doordat vetten en suikers niet goed worden opgenomen, is er onvoldoende
energie. Daardoor kan groeiachterstand. Er ontstaan ook tekorten aan bijvoorbeeld ijzer, kalk en allerlei vitaminen. Dat leidt onder andere tot bloedarmoede en botontkalking. Soms ontstaat er ook schade buiten de darm, zoals in de huid, het hart of de hersenen.

Op lange termijn kunnen zich meer problemen voordoen, zoals chronische
moeheid, onvruchtbaarheid, zwangerschapsproblemen en in heel zeldzame
gevallen dunnedarmkanker.

4. Op welke leeftijd treden klachten op?
De leeftijd waarop de eerste klachten opduiken, kan erg verschillen.
• Coeliakie kan zich op elke leeftijd openbaren, maar ontstaat vaak al op jonge leeftijd, vanaf het eerste levensjaar, na het introduceren van gluten in de voeding. Sommige baby's krijgen dan klachten zoals een opgezette buik, weinig eetlust, overgeven en diarree. Ze blijven achter in groei en gewicht, hebben platte dunne billen, een bolle buik, dunne armen en benen en huilen veel. Ze hebben vaak een stinkende, vettige en schuimende ontlasting.
• Bij veel mensen wordt de ziekte pas op latere leeftijd vastgesteld. Bijvoorbeeld na een infectie, na een zwangerschap of na verandering van eetgewoontes. Tweederde van de nieuwe patiënten is volwassen, en 20 procent is zelfs ouder dan 60 jaar.

5. Hoe ontstaat coeliakie?
De precieze oorzaak van coeliakie is nog onbekend, maar er moet zeker een erfelijke aanleg zijn. Bijna alle coeliakiepatiënten (95%) hebben een specifieke genetische afwijking op chromosoom 6 (HLA-type DQ2). De rest heeft bijna altijd type DQ8. Dat is echter niet genoeg om de ziekte te krijgen, want deze genvarianten komen voor bij ongeveer 30 à 40% van de bevolking. Toch krijgt niet iedereen met deze gen-varianten coeliakie. Er moet dus nog iets anders zijn om het te ontwikkelen.

Als de aanleg voor coeliakie aanwezig is, kan het lichaam op een zeker moment afweerstoffen gaan maken tegen gluten. Het gluten wordt dan als een bedreiging voor het lichaam beschouwd. Die afweerstoffen richten zich ook tegen lichaamseigen materiaal, namelijk tegen een enzym in de slijmvliescellen van de dunne darm. Er ontstaat dan een ontstekingsreactie die is gericht tegen die slijmvliescellen. De cellen sterven versneld af en het lichaam kan niet snel genoeg nieuwe cellen aanmaken. Daardoor verdwijnen de darmvlokken (vlokatrofie). Meestal is niet de hele dunne darm aangetast, maar het
eerste gedeelte van de dunne darm doet altijd mee.

• Familieleden van een coeliakiepatiënt hebben een veel grotere kans dan gemiddeld hebben om er ook aan te lijden: ongeveer één op acht (waar het gemiddelde één op 200 is). Van de verwanten die er niet onder lijken te lijden, heeft een tamelijk groot deel vermoedelijk wel de aanleg maar geen symptomen.
• Als een eerstegraadsfamilielid (ouders, kinderen, broers en zussen) coeliakie heeft is de kans dat u het ook heeft of krijgt 5 à 10%. Bij identieke tweelingen waar er eentje coeliakie heeft, is er zelfs 70% kans dat de andere het ook heeft.
• Anderzijds zijn er ook veel coeliakiepatiënten die geen (bekende?) familieleden hebben met de ziekte.

6. Wie heeft een verhoogd risico op coeliakie?
• Glutenintolerantie komt twee tot drie keer meer voor bij vrouwen dan bij mannen.
• Bij mensen van wie een eerste- of tweedegraads familielid coeliakie heeft, komt het vaker voor dan gemiddeld.
• Het ook meer voor bij mensen met andere auto-immuunziekten zoals diabetes type 1 en bepaalde schildklieraandoeningen.
• Het komt meer voor bij mensen met het syndroom van Down, met het syndroom van Turner en het syndroom van Williams.

7. Is het zinvol om familieleden van coeliakiepatiënten te onderzoeken?
Coeliakie komt vaker voor bij familieleden van mensen met coeliakie. Omdat coeliakie kan gepaard gaan met ernstige verwikkelingen zoals osteoporose, bloedarmoede, groetstoornissen enzovoorts, is het zinvol om bij eerste graadsverwanten (ouders, kinderen, broers en zussen) van een coeliakiepatiënt een onderzoek naar coeliakie te doen (bloedtest), ook als ze zelf nog geen klachten hebben.
Hebben zij wel de aanleg maar geen antistoffen, dan hoeft er nu niets te gebeuren, maar kan over een aantal jaren het onderzoek naar antistoffen worden herhaald.

Als er klachten zijn, moet zeker een bloedonderzoek uitgevoerd worden. Op die manier kan vroeg gestart worden met een glutenvrij dieet en kunnen de complicaties voorkomen worden.
Ook bij kinderen met het syndroom van Down en het syndroom van Turner wordt vaak een onderzoek naar coeliakie tijdens het eerste levensjaar aangeraden.

8. Diagnose: hoe wordt coeliakie vastgesteld?
• De eerste stap om de diagnose coeliakie te stellen is bloedonderzoek. In het bloed kunnen specifieke coeliakie-antistoffen worden aangetoond. Het gaat om tTGA, (tissue transglutaminase antistoffen) en gliadine antistoffen (AGA).

Ook kunnen de erfelijke gen-varianten in het bloed opgespoord worden. Het blijkt dat wanneer men in het bloed het HLA-DQ2 en/of-DQ8 gen heeft dit aanleiding kan zijn om coeliakie te krijgen.
In de periode van het bloedonderzoek moet u of uw kind brood en andere producten met gluten blijven eten. Als u / uw kind geen gluten eet, is in het bloed minder goed te zien of het coeliakie is. Eerst moet gluten weer in de voeding worden
teruggebracht en dan kan het onderzoek pas na enkele maanden
betrouwbaar worden uitgevoerd.

• Onderzoek van darmslijmvlies: Hierbij worden stukjes weefsel (biopt) van de darmwand weggenomen met een dunne, flexibele buis, een endoscoop. Het stukje weefsel wordt microscopisch onderzocht, als de darmvlokken ontbreken of ernstig beschadigd zijn, is het vermoeden op coeliakie bevestigd.

Het nemen van dunnedarmbiopten wordt niet langer uitgevoerd bij kinderen met de erfelijke factoren voor coeliakie, met daarbij ook klachten die kenmerkend zijn voor de ziekte en met herhaling voldoende hoge bloedwaarden van coeliakie-antistoffen.
• Ook wordt gekeken naar aan coeliakie gerelateerde symptomen, zoals bloedarmoede, vitaminenteort, enz. Bij kinderen wordt bijvoorbeeld gekeken naar de groei, zowel van de lengte als van het gewicht. Bij volwassen vrouwen naar de botdichtheid.

9. Naar de arts of zelf testen?
Er bestaan tegenwoordig een aantal zelftests voor coeliakie die u bij de apotheek vindt of via internet kunt bestellen. Door middel van een vingerprik neemt u een klein beetje bloed af. Dit controleert u op de aanwezigheid van zogenaamde anti-tTG antistoffen, die een aanwijzing kunnen zijn voor het hebben van coeliakie. Als de test positief is, wordt alsnog aanbevolen om een darmonderzoek te laten uitvoeren. De uitslag van de test zegt dus niets over de ernst van de ziekte. Begin zeker niet aan een glutenvrij dieet zonder een duidelijke uitslag.

De Nederlandse vereniging van coeliakiepatiënten NCV adviseert om zich te laten testen via een arts. Ziekte en omgaan met ziekte brengt vragen en keuze’s met zich mee waar een arts juist bij van dienst kan zijn.

10. Is coeliakie een allergie?
Coeliakie is geen allergie. Er is onder meer een verschil in het type van antistoffen in het bloed bij een allergie en bij coeliakie. Een allergie kan in principe ontstaan tegen elk eiwit, coeliakie alleen tegen gluten. Een belangrijk verschil is ook dat een voedselallergie na verloop van tijd kan verdwijnen Koemelkallergie bijvoorbeeld, die meestal in de eerste levensmaanden begint, verdwijnt in de meeste gevallen vóór de leeftijd van 4 jaar. Coeliakie blijft levenslang bestaan.

De term glutenallergie wordt wel veel gebruikt, maar glutenallergie bestaat niet. U kunt wel allergisch zijn voor tarwe. Dit heet een tarwe-allergie, maar dit komt zelden voor.
Er zijn wel mensen bij wie geen coeliakie kan worden aangetoond, maar die wél goed reageren op een glutenvrij dieet. In dat geval spreekt men over glutensensitiviteit. Dit kan alleen aangetoond worden door eerst 6 weken een strikt glutenvrij dieet te volgen en dan opnieuw gluten te eten. Men kijkt dan naar de klachten in beide perioden.
Mogelijk gaat het hier niet om een gevoeligheid voor gluten maar voor een ánder eiwit of een ander stofje in tarwe of graan.

11. Verlaagt blootstelling aan gluten op jonge leeftijd de kans op coeliakie?
Lang werden ouders geadviseerd om gluten in kleine hoeveelheden aan hun kinderen te geven tussen de leeftijd van 4 tot 6 maanden gedurende de periode van borstvoeding. Men dacht namelijk dat het geven van kleine hoeveelheden gluten op jonge leeftijd coeliakie kan voorkomen, vooral wanneer dit gebeurt gedurende de periode van borstvoeding. Het afweersysteem zou zo wennen aan gluten en hier later niet op reageren met een schadelijke afweerreactie. Een groot Europees onderzoek PREVENTCD onder leiding van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) laat echter zien dat deze aanpak niet werkt. Het heeft dus geen zin om baby’s tussen de 4 en 6 maanden al gluten te geven.

Anderzijds verhoogt blootstelling aan gluten op zeer jonge leeftijd (eerste drie maanden) de kans op coeliakie niet. Dat bespoedigt wel het vaststellen van de ziekte bij kinderen die al de genetische aanleg hebben.

12. Beschermt borstvoeding tegen coeliakie?
Coeliakie komt minder vaak voor bij kinderen die borstvoeding hebben gekregen dan bij kinderen die zijn grootgebracht met flesvoeding. Uit de Europese studie PREVENTCD blijkt echter dat borstvoeding niet echt beschermt tegen het optreden van coeliakie maar alleen een rol speelt bij het uitstellen van de ziekte tot een latere leeftijd. Dat neemt niet weg dat borstvoeding extra wordt aanbevolen in families waarin coeliakie voorkomt.

13. Hoe wordt coeliakie behandeld?
Alle gevolgen van coelakie kunnen worden behandeld met het volgen van een dieet zonder gluten. Door het volgen van het dieet verdwijnen de klachten en zal de dunne darm zich herstellen.
Gluten zit in producten die gemaakt zijn van bepaalde granen (tarwe, spelt, kamut, rogge, gerst), zoals onder andere in alle soorten gewoon brood, beschuit, crackers, gebak, koek, ontbijtgranen, pasta... Meel, bloem, bindmiddelen en paneermeel zijn meestal van glutenbevattende granen gemaakt. Daarom bevatten veel soepen, sauzen, vleeswaren en andere producten gluten. Op het etiket moet uitdrukkelijk worden vermeld dat ze glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, kamut) bevatten. Ook voor alle niet-voorverpakte levensmiddelen ( bakkerijen, slagers, traiteurs, supermarkten, restaurants, hotels, ...) moet vermeld worden dat ze gluten bevatten. In België mag deze informatie mondeling worden meegedeeld. Gluten kunnen ook voorkomen in sommige vitaminesupplementen en geneesmiddelen. Lees daarom altijd het etiket/bijsluiter.

Al een klein beetje gluten kan klachten veroorzaken, zelfs een verdwaalde broodkruimel. Dus behalve producten met gluten vermijden is het bij een glutenvrij dieet ook belangrijk om te waken dat glutenbevattende producten in aanraking komen met glutenvrije producten. Ook via pannen, bestek, frituurvet of snijplanken kan een glutenvrije maaltijd toch besmet raken met gluten.

Wanneer er ‘glutenvrij’ op de verpakking staat is het product geschikt voor een glutenvrij dieet. Meestal staat dan ook het glutenvrije symbool op de verpakking: een doorgestreepte aar. In overleg met de arts of diëtist moet worden bekeken welke producten wel en niet in een glutenvrij dieet passen. Om te zorgen dat u voldoende voedingstoffen binnenkrijgt is het belangrijk om de hulp van een diëtist in te schakelen als u een glutenvrij dieet volgt. Het is af te raden om zelf te experimenteren met de invulling van een glutenvrij dieet, omdat er dan een grote kans bestaat op een tekort aan voedingsstoffen.

De ziekteverzekering betaalt de kosten van glutenvrije voeding gedeeltelijk terug. Om van deze regeling gebruikt te maken heeft de patiënt een volledig medisch verslag nodig:
• opgesteld door een erkend gastro-enteroloog, internist of pediater
• gericht aan de adviserend geneesheer van het betrokken ziekenfonds
• omvat een diagnose inclusief beschrijving van de gezondheidstoestand, resultaten van bloedonderzoek en biopsie, en indentificatiegegevens van zowel patiënt als arts
Deze adviserend geneesheer geeft toestemming tot vergoeding gedurende 24 maanden, en daarna verlenging om de 24 maanden. Het benodigde formulier kan gevonden worden op de website van het RIZIV (onder ‘medische voeding’) of de mutualiteiten.

14. Bestaan er geneesmiddelen tegen coeliakie?
Er bestaat geen geneesmiddel tegen coeliakie. Indien u een vitaminetekort of bloedarmoede hebt, zult u wellicht een tijdlang extra vitaminen en mineralen moeten gebruiken, bijvoorbeeld foliumzuur, vitamine B12 en ijzer.

15. Kan coeliakie genezen?
Coeliakie is niet te genezen. Als men de diagnose van coeliakie gekregen heeft, dient men levenslang een strikt glutenvrij dieet te volgen.
Men hoort wel eens dat iemand als kind coeliakie gehad heeft en ervan genezen is... Dit betekent dat deze persoon geen coeliakie had, maar dat er een andere reden was voor de tijdelijke overgevoeligheid, bijvoorbeeld na een ernstige darminfectie zoals rotavirus.

Bronnen:
https://www.thuisarts.nl/coeliakie/ik-heb-coeliakie
http://www.thuisarts.nl/sites/default/files/richtlijn_coeliakie_dermatitis_herpetiformis.pdf
www.glutenvrij.nl 
www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/gluten-en-het-glutenvrij-dieet.aspx



verschenen op : 14/06/2015 , bijgewerkt op 05/08/2019


pub