ad

Welke onderzoeken zijn nodig tijdens een normale zwangerschap?

Laatst bijgewerkt: augustus 2015
123-vr-zw-buik-consult-dr-0815.jpg

nieuws Dat staat in een nieuwe richtlijn over de opvolging van zwangere vrouwen met een laag risico. De belangrijkste reden hiervoor is dat vele screenings niet 100% nauwkeurig zijn. Bij een ‘abnormaal’ resultaat heeft men vaker te maken met een vals alarm dan met een echte afwijking. Maar dit vals alarm zorgt wel voor grote ongerustheid bij vele vrouwen bij wie de zwangerschap nochtans normaal verloopt. Bovendien heeft het als gevolg dat er een reeks bijkomende testen wordt uitgevoerd, of dat er zelfs een behandeling wordt opgestart, die zelf ook weer risico’s kan inhouden.

Elk jaar worden er in België 125.000 geboorten geregistreerd, en elk van deze gebeurtenissen verdient een optimale voorbereiding en begeleiding. Dat betekent dat elke zwangere vrouw vanaf de eerste weken adequaat en regelmatig moet worden opgevolgd, en dat eventuele risicofactoren op tijd moeten worden vastgesteld en aangepakt.

Normale zwangerschap
De nieuwe richtlijn heeft alleen Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) pleit voor een demedicalisering van de zwangerschap. Bij normale zwangerschappen raadt men onderzoeken af die niet duidelijk meer voor- dan nadelen voor moeder of kind hebben.betrekking op zwangere vrouwen met een laag risico. 78,3% van de Belgische zwangere vrouwen worden beschouwd als een zwangere vrouw met een laag risico.
De richtlijn bevat geen informatie over de extra zorg die sommige vrouwen nodig kunnen hebben als gevolg van specifieke risicofactoren, reeds bestaande aandoeningen of zwangerschapscomplicaties zoals bijvoorbeeld de behandeling van preeclampsie, foetale afwijkingen en meervoudige zwangerschappen. Deze richtlijn geeft ook geen advies over algemene levensstijl en voeding tijdens de zwangerschap (met uitzondering van CMV en toxoplasmose), noch over procedures of zorg die niet specifiek gerelateerd zijn aan de zwangerschap (bv. borstonderzoek voor kankerscreening). Bovendien behandelt deze richtlijn geen onderwerpen met betrekking op de follow-up van de gezondheidstoestand op lange termijn, zoals bijvoorbeeld diabetes, nierfalen, hartfalen opgetreden tijdens de zwangerschap.

Aantal prenatale consultaties (bij huisarts, gynaecoloog en/of vroedvrouw)
• Bij haar eerste zwangerschap zou de vrouw 10 maal op prenatale consultatie moeten komen.
• Bij een volgende zwangerschap worden 7 prenatale consultaties aanbevolen.

Naast een medische begeleiding, bieden deze consultaties de gelegenheid aan de arts en de vroedvrouw om het mentaal welzijn van de toekomstige moeder op te volgen, en om haar vragen en die van haar partner te beantwoorden.

Aangeraden Onderzoeken

1. Opvolgen van het gewicht (BMI) vanaf de eerste consultatie (eventueel de consultatie voor de zwangerschap).

2. Opvolgen bloeddruk vanaf de eerste consultatie (eventueel de consultatie voor de zwangerschap).
Een diastolische bloeddruk = 90 mmHg wordt?beschouwd als een risicofactor voor complicaties, bijvoorbeeld preeclampsie.

3. Urine onderzoek (proteïnurie).
• Bij de eerste conulstatie kan een urineonderzoek gebeuren naar een te grote hoeveelheid eiwit in de urine (proteïnurie) om nierziekten en aandoeningen van de urinewegen op te sporen.
• Na 20 weken zwangerschap kan tijdens elke consultatie, in combinatie met het meten van de bloeddruk, de proteïnurie gecontroleerd worden om het risico op preeclampsie in te schatten. De teststroken die in België worden gebruikt, laten vaak ook toe andere elementen te meten, zoals nitrieten.

4. Groei van de baarmoeder (fundushoogte)
Vanaf de 24ste week van de zwangerschap wordt tijdens elke consultatie de groei van de baarmoeder (fundushoogte) van de baarmoeder bepaald.

5. Foetale houding
Vanaf de 36e week of later, wordt de positie van de foetus bepaald door middel van de handgrepen van Leopold. Wanneer vermoed wordt dat de foetus in een afwijkende positie ligt, wordt dit bevestigd met met een echografisch onderzoek.

6. Foetale bewegingen
Elke zwangere vrouw moet aandacht hebben voor de bewegingen van het kind. Wanneer de baby minder of niet meer beweegt, moet ze zo snel mogelijk haar arts contacteren.

7. Echografie
Twee echografieën (in het begin en de helft van de zwangerschap) zijn noodzakelijk. Een derde echo is niet nodig, maar ze geeft bijkomende informatie, heeft geen grote medische nadelen en … er wordt heel erg naar uitgekeken door de toekomstige ouders.
• Een eerste echografie wordt verricht tussen 11 weken en 13 weken en 6 dagen zwangerschap, om de zwangerschapsduur te bepalen en meerlingzwangerschappen te kunnen vaststellen. Een goede kennis van de zwangerschapsduur verbetert bijv. de resultaten van onderzoeken voor het screenen op een eventueel syndroom van Down en kan het aantal inleidingen verminderen veroorzaakt door fouten in het bepalen van de zwangerschapsduur.
• Tussen de 18de en 22ste week wordt een tweede echografie uitgevoerd om eventuele structurele afwijkingen vast te stellen.
• Eventueel kan tijdens het 3de trimester een echografie uitgevoered worden om de positie van de foetus na te gaan, eventuele groeiafwijkingen vast te stellen en zo nodig de placentalokalisatie te checken.

8. Foetale hartmeting
Vanaf de 12de week van de zwangerschap, kan het zinvol zijn om de hartslag van de foetus op te sporen tijdens elke consultatie met behulp van Doppler-auscultatie. Alhoewel dit onderzoek niet echt nodig is, bevestigt het dat de baby nog in leven is en doet het de bezorgdheid van de moeder afnemen en zorgt ervoor dat ze zich (nog) meer aan de baby hecht.

9. Anemie (bloedarmoede)
• Bij het begin van de zwangerschap wordt een bloedonderzoek uitgevoerd om de eventuele aanwezigheid van anemie te testen. Het is eveneens nuttig om, naast het hemoglobinegehalte, MCV, MCH en MCHC te?meten. Een tweede onderzoek aan het begin van het 3de trimester kan aangewezen zijn met het oog op de bevalling.
• De bepaling van witte bloedcellen en bloedplaatjes is niet bewezen nuttig tijdens de zwangerschap. In België wordt deze test echter vaak routinematig uitgevoerd door het laboratorium bij een bloedname voor?het opsporen van anemie.

10. Bloedgroep en resusfactor
Bij het begin van de zwangerschap (of daarvoor) worden de bloedgroep en resusfactor (RhD) bepaald als deze onbekend zijn. Bovendien wordt het bloed onderzocht voor irreguliere erytrocytenantistoffen.

11. Infecties
Voor sommige infecties stelt het KCE voor om alle zwangere vrouwen hierop te testen.

• Groep B streptokokken (GBS)
Alle zwangere vrouwen wordt aangeraden om zich tussen de 35e en 37e week te laten testen met een vaginale en rectale cultuur, tenzij:
- een vorig kind een invasieve GBS ziekte doormaakte,
- een GBS bacteriurie werd opgespoord tijdens de huidige zwangerschap
- de bevalling plaatsvindt voor 37 weken.
In deze drie gevallen zal onmiddellijk antibiotica toegediend worden.

• Hepatitis B
Alle zwangere vrouwen van wie de immunologische status niet gekend is, wordt aangeraden om zich te laten testen op de aanwezigheid van antistoffen tegen hepatitis B (HbsAg), wat wijst op een besmetting. Indien dergelijke besmetting wordt vastgesteld worden de baby bij de bevalling onmiddellijk behandeld.

• HIV
Elke zwangere vrouw wordt bij het begin van de zwangerschap getest op HIV.

• Rubella (rodehond)
Elke zwangere vrouw van wie de immunologische status niet gekend is, wordt voor of bij het begin van de zwangerschap getest op de aanwezigheid van antistoffen tegen rubella. Dit maakt preventieve maatregelen mogelijk en eventueel toedienen van een vaccinatie na de bevalling.

• Syfilis
Elke zwangere vrouwen moet voor of bij het begin van de zwangerschap getest worden op syfilis.

• Urineweginfecties (Asymptomatische bacteriurie, ASB)
Screening en behandeling van asymptomatische bacteriurie (ASB) tijdens de zwangerschap wordt aanbevolen. Asymptomatische bacteriurie is een kolonisatie van de urionewegen en blaas door bacteriën zonder dat er klachten zijn. ASB komt vaak voor bij vrouwen. Dit onderzoek kan uitgevoerd worden aan het begin van het tweede trimester.

• Varicella (waterpokken)
Zwangere vrouwen die geen waterpokken hebben gehad of niet zijn ingeënt tegen varicella, wordt een bloedonderzoek gedaan om na te gaan of ze al dan niet immuun zijn. Niet-immune zwangere vrouwen vermijden best contact met personen die varicella doormaken.

12. Syndroom van Down
Voor wie dit wenst, kan een inschatting worden gemaakt van het risico op een kind met downsyndroom. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de combinatietest en de Niet-Invasieve Prenatale Test (NIPT).
Bij de eerste zwangerschapsconsultatie zal u uitleg krijgen over deze verschillende testen. Er wordt altijd een eerste-trimester echografie uitgevoerd met nekplooimeting en zo nauwkeurig mogelijk nazicht van uw baby. Dit gebeurt ook indien u ervoor kiest geen risicoberekening uit te voeren.
De kans op een baby met het syndroom van Down neemt sterk toe bij hogere leeftijd van de aanstaande moeder.

Niet Aanbevolen Onderzoeken

Volgende onderzoeken worden niet aangeraden bij alle zwangere vrouwen, maar kunnen wel uitgevoerd worden bij bepaalde risicogroepen.

1. Afwijkende rode bloedcellen (Hemoglobinopathieën)
Onderzoek naar hemoglobinopathieën door middel van elektroforese wordt alleen aangeraden voor bepaalde risicogroepen:
• familiale voorgeschiedenis van anemie, thalassemie of andere abnormale hemoglobinevariant;
• vrouwen afkomstig uit andere gebieden dan Noord-Europa;
• symptomen die een hemoglobinestoornis suggereren (zoals terugkerende acute pijnsyndromen of verhoogde vatbaarheid voor infecties);
• abnormaal lage resultaten van bepaale bloedwaarden (MCV en MCH).

2. Infecties
Voor volgende infecties wordt geen algemene screening van alle zwangere vrouwen aanbevolen. Voor bepaalde risicogroepen kan een screening wel zinvol zijn.
• Bacteriële vaginose
• Chlamydia
Een onderzoek wordt alleen aangeraden bij:
- vrouwen jonger dan 25 jaar,
- vrouwen met een voorgeschiedenis van seksueel overdraagbare ziekten.
• Cytomegalovirus (CMV)
- Een eenmalig bloedonderzoek, bij voorkeur voor de zwangerschap, kan nuttig zijn als dit vrouwen kan motiveren tot het nemen van preventieve maatregelen en als (relatieve) geruststelling bij bestaande immuniteit.
- Indien toch onderzoek naar cytomegalovirus infecties wordt uitgevoerd, moeten zwangere vrouwen en hun partners vooraf hun toestemming verlenen na voldoende in detail geïnformeerd te zijn over de mogelijke gevolgen.

• Hepatitis C
Een onderzoek wordt alleen aangeraden bij:
- vrouwen die intraveneus drugs hebben gebruikt,
- vrouwen die in de gevangenis hebben gezeten
- vrouwen bij wie een tatoeages of piercing door niet-professionelen werd aangebracht.

• Herpes simplex
• Toxoplasmose
- Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs om routinematig een bloedonderzoek naar antistoffen voor toxoplasmose op verschillende tijdstippen in de zwangerschap aan te bevelen.
- Een eenmalig onderzoek voor of aan het begin van de zwangerschap kan nuttig zijn in de mate dat dit niet-immune vrouwen kan motiveren voor het nemen van preventieve maatregelen en immune vrouwen kan geruststellen.

3. Zwangerschapsdiabetes
• Vrouwen zonder verhoogd risico op zwangerschapsdiabetes kunnen indien gewenst getest worden op zwangerschapsdiabetes.
• Alle zwangere vrouwen met een verhoogd risico moeten getest worden op zwangerschapsdiabetes tussen 24 en 28 weken.
• De opsporing van een eventueel niet gekende diabetes die reeds bestond voor de zwangerschap met behulp van een nuchtere glycemiemeting kan zinvol zijn omwille van de toename van obesitas en diabetes bij de vrouwen die de reproductieve leeftijd hebben.

4. Aandoeningen van de schildklier (hypothyroïdie)
Een systematische screening van alle zwangere vrouwen op aandoeningen van de schildklier wordt niet aangeraden. Dit onderzoek wordt wel aangeraden bij vrouwen met een verhoogd risico.

5. Vitamine D tekort
Het KCE raadt niet aan om alle zwangere vrouwen systematisch te testen op een vitamine D tekort.
In tegenstelling tot de Hoge Gezondheidsraad raadt het KCE ook niet aan dat alle zwangere vrouwen een vitamine D supplement zouden nemen. Alleen voor volgende vrouwen wordt een vitamine D supplement aanbevolen:
• vrouwen die om culturele of andere redenen zelden hun huid aan zonlicht blootstellen,
• vrouwen met een donkere huid
• vrouwen die een vegetarisch dieet volgen.

6. Risico op vroeggeboorte
Het KCE raadt af om alle zwangere vrouwen te onderzoeken naar een verhoogd risico op vroeggeboorte door middel van herhaald vaginaal toucher of door echografisch meten van de cervicale lengte bij vrouwen.
Bij vrouwen met een gekend risico op vroeggeboorte of bij wie de bevalling voortijdig dreigt op gang te komen, kan men de lengte van de baarmoederhals wel opvolgen met behulp van een transvaginale echografie.

7. Risico op preeclampsie
Bijkomend echografisch onderzoek (naast de routine screening door middel van anamnese en fysisch onderzoek) bij zwangere vrouwen zonder verhoogd risico op pre-eclampsie, wordt niet aangeraden.

8. Bewaking van zwangerschappen na de verwachte bevallingsdatum
Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs om routinematig elektronische foetale hartslag monitoring cardiotocografie) of echografie uit te voeren voor evaluatie van het foetaal welzijn bij vrouwen met een ongecompliceerde zwangerschap die de verwachte bevallingsdatum minder dan 1 week hebben overschreden. Vanaf 41 weken zwangerschap wordt over het algemeen voorgesteld om de bevalling in te leiden.


ad


pub