Behandeling van astma bij kinderen: geneesmiddelen

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
meisje-astma-inhal-170_560_04l.jpg

nieuws Astma is meestal goed te behandelen. Bij een vermoeden van astma zal uw arts altijd geneesmiddelen voorschrijven. Medicijnen kunnen astma weliswaar niet genezen, ze kunnen de klachten wel grotendeels doen verdwijnen.

Als ouder is het belangrijk te beseffen dat astma-achtige klachten zoals een piepende ademhaling bij veel zuigelingen (af en toe) voorkomt, geen astma is en vaak vanaf de leeftijd van 4 à 6 jaar of rond de puberteit spontaan verdwijnen. Wanneer die piepende ademhaling gepaard gaan met een allergie (zoals eczeem, hooikoorts…) of ook na de leeftijd van 6 jaar blijft bestaan (‘persisterende wheezers’), is de kans dat uw kind effectief astma heeft, wél groot. Ook wanneer de klachten pas beginnen na de leeftijd van 4-5 jaar, is de kans dat het om astma gaat reëel.

Doel en werking van de medicatie

In grote lijnen is de behandeling van kinderen met astma niet anders dan die van volwassenen. De basis is vermindering van de chronische ontsteking en luchtwegverwijding.
De medicijnen ademt u in zodat ze rechtstreeks inwerken op de luchtwegen.
Deze zogenaamde inhalatiemiddelen zijn te verdelen in twee groepen: luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. Welke medicijnen uw kind nodig heeft, hangt af van de ernst van de klachten en hoe vaak het klachten heeft.

Als uw kind hooguit eens in de week klachten heeft en verder gewoon actief kan zijn, is het voldoende een kortwerkende luchtwegverwijder te gebruiken. Als u of uw kind weet wanneer klachten kunnen optreden, bijvoorbeeld bij sporten, kan uw kind de luchtwegverwijder een kwartier van tevoren inhaleren.
Is uw kind meerdere malen per week benauwd, dan is het beter dagelijks een ontstekingsremmend middel te gebruiken. Hiermee verdwijnen geleidelijk de ontstekingsverschijnselen van de luchtwegen. Ook de benauwdheid gaat dan over. In het begin heeft uw kind naast de ontstekingsremmer ook nog de luchtwegverwijder nodig. Als de benauwdheid over is, blijft uw kind daarna de ontstekingsremmer dagelijks gebruiken. De luchtwegverwijder gebruikt het dan alleen nog maar op momenten dat het nodig is. Bijvoorbeeld om voor het sporten of voor de zwemles in te nemen.

De luchtwegverwijders (bronchodilatatoren) zorgen ervoor dat u direct beter kunt ademhalen. Het middel werkt snel: binnen 10 tot 30 minuten is het kind minder benauwd. Er zijn luchtwegverwijders die kort werken (4 tot 6 uur) en die langer werken (12 tot 24 uur).
Mogelijke bijwerkingen van sommige luchtwegverwijders zijn trillende handen, onrust en hartkloppingen. Deze bijwerkingen kunnen vervelend zijn, maar kunnen geen kwaad. Uw kind kan zich door de luchtwergverwijdende middelen wat druk of onrustig gedragen.

De ontstekingsremmers (corticosteroïd) verminderen de ontsteking en daarmee het slijm en de benauwdheid. Deze medicijnen werken na een paar dagen.
Mogelijke bijwerkingen zijn heesheid of een schimmelinfectie van de mond. Door telkens na het inhaleren de mond van uw kind goed te spoelen, kunt u dit voorkomen. Als een kind maandenlang erg veel ontstekingsremmende middelen gebruikt, kan dat (tijdelijk) de groei vertragen.

• Combinatiemiddelen
Hierbij wordt een ontstekingsremmend middel gecombineerd met een langwerkend luchtwegverwijdend middel. Combinatiemiddelen worden gegeven bij ernstiger astma, als de ontstekingsremmers alleen niet genoeg helpen. Bij volwassenen is aangetoond dat een combinatie van een ontstekingsremmer en een langwerkend bèta-2-sympathicomimeticum aanvullende waarde heeft boven het gebruik van een ontstekingsremmer alleen. Bij kinderen is dit effect niet aangetoond. Daarom worden deze middelen alleen aangeraden bij kinderen met ernstig astma die onvoldoende reageren op de gewone ontstekingsremmers.

• Orale astmamiddelen (leukotriënen-receptor-antagonisten of LTRA): kunnen als een tweede keuze worden gebruikt of indien de inhalatiesteroïden onvoldoende werken. Tot nu toe bestaan er weinig studies over het gebruik van deze LTRA’s bij kinderen, en bovendien zijn de effecten van corticosteroïden superieur.

Bij de onderhoudsbehandeling van astma bij kinderen is geen plaats meer voor cromoglicaten.

Tot 6 jaar

Gezien de onzekere diagnose (bij kinderen jonger dan 5-6 jaar is het vrijwel onmogelijk om longfunctietests zoals een spirometrie uit te voeren) heeft het starten van medicatie altijd het karakter van een proefbehandeling.
Gebruik bij kinderen tot en met 6 jaar altijd een dosisaerosol met een inhalatiekamer.

• Bij een eerste episode van piepen, al dan niet met hoesten, wordt een proefbehandeling met een kortwerkende luchtwegverwijder per inhalatie met voorzetkamer overwogen. Bij voorkeur wordt een bèta-2-sympathicomimeticum gebruikt. Na 1 à 2 weken wordt het effect hiervan geëvalueerd. De medicatie wordt stopgezet indien de klachten over zijn.

• Bij onvoldoende effect van een luchtwegverwijderaar, bij aanhoudende of ernstige klachten, of bij een uitgesproken astmapatroon, wordt een proefbehandeling met een ontstekingsremmer (inhalatiecorticosteroïd) per inhalatie met voorzetkamer gestart, zo nodig in combinatie met een kortwerkende luchtwegverwijderaar. Na vier tot zes weken wordt de behandeling geëvalueerd. Bij voldoende effect kan de dosis langzaam verminderd worden , tot de minimale dosering waarbij het kind klachtenvrij is. Indien het kind gedurende langere tijd klachtenvrij is, is stoppen met de inhalatiecorticosteroïd aanbevolen.

Vanaf 6 jaar

Bij kinderen ouder dan 6 jaar moet via een longfunctie-ondrezoek (spirometrie) nagegaan worden of het effectief om astma gaat. Bij deze kinderen wordt bij voorkeur een poederinhalator gebruikt.

• Wanneer de klachten eenmaal per week of minder voorkomen: een kortwerkend bèta-2-sympathicomimeticum.
Bij inspanningsastma 10 tot 15 minuten vóór de inspanning een kortwerkend bèta-2-sympathicomimeticum, 1 of 2 inhalaties; dit geeft ongeveer 2 uur luchtwegverwijding.

• Wanneer de luchtwegklachten meerdere keren per week voorkomen: een inhalatiecorticosteroïd. Het effect hiervan moet om de 2-4 weken worden beoordeeld.
Indien wordt besloten de inhalatiesteroïden verder te zetten, wordt het kind in de eerste periode van de behandeling tenminste eenmaal per drie maanden gezien. Als het doel van de behandeling gedurende zes maanden gehaald is, wordt de dosering inhalatiecorticosteroïden verminderd. Bij verlaging van de dosering inhalatiecorticosteroïden wordt telkens na drie maanden het effect geëvalueerd. Als er geen verslechtering is opgetreden, wordt de dosering verder verlaagd. Als er wel sprake is van verslechtering, wordt de oorspronkelijke dosering teruggegeven. Als duidelijk is wat de laagste effectieve dosis is, vindt eenmaal per drie tot zes maanden controle plaats. Tijdens deze controles wordt ook de mogelijkheid bekeken om te stoppen met de inhalatiecorticosteroïden.


Hoe werken de ‘apparaatjes’ met inhalatiemedicijnen?
Uw kind kan de medicijnen inademen met een spuitbusje (dosisaërosol) of met een poederinhalator.

Dosisaërosol
Een dosisaërosol is een soort spuitbus. De dosisaërosol bestaat uit een metalen busje met vulling en een plastik houder. Het is belangrijk de aërosol steeds te schudden voor gebruik. Uw kind moet het apparaatje zo vasthouden dat het mondstuk onderaan zit en het metalen busje omhoog wijst. Wanneer hij het busje in de houder aandrukt, komt een wolkje medicijn vrij (één dosis). Na elke dosis moet de aërosol opnieuw geschud worden.

Inhalatiekamer
Een aërosol werkt alleen maar goed als uw kind er een ‘inhalatiekamer’ bij gebruikt. De aërosol past precies in de opening van de inhalatiekamer. Tegenover die opening zit het mondstuk. Het medicijn wordt in de inhalatiekamer gespoten en uw kind ademt het via het mondstuk in. Voor baby’s zijn er inhalatiekamers met een zacht rubberen masker dat over de neus en mond past.

Poederinhalator
Het poeder uit een inhalator moet krachtig worden ingeademd. Meestal kunnen kinderen vanaf zes jaar dit al. De meeste inhalatoren bevatten een poedervoorraad voor vijftig, zestig, honderd of tweehonderd inhalaties. Sommige inhalatoren werken met poedercapsules. Bij elk apparaatje staat op de gebruiksaanwijzing hoe u het gebruiksklaar moet maken. Tijdens het inhaleren kan het poeder kriebel in de keel veroorzaken. Bij sommige inhalators merkt uw kind niets van het poeder.

Kinderen met astma moeten vaak meerdere jaren ontstekingsremmers gebruiken. Als uw kind voor het eerst ontstekingsremmers krijgt, controleert de huisarts na twee of vier weken hoe het gaat. Werkt het middel goed, dan wordt uw kind om de drie tot zes maanden gecontroleerd. Soms lukt het om de medicijnen af te bouwen, maar als de benauwdheid regelmatig terugkomt, dan blijven ontstekingsremmers of combinatiemiddelen nodig.

Het is heel belangrijk dat het kind de geneesmiddelen stipt neemt zoals voorgeschreven én dat de inhalatietechniek goed wordt aangeleerd.
Bij bijna de helft van de kinderen met astma verdwijnen de klachten rond de puberteit. Bij een aantal komen de klachten echter op latere leeftijd weer terug.

Meer lezen

www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-astma-bij-kinderen
www.thuisarts.nl/astma-bij-kinderen
www.domusmedica.be/documentatie/richtlijnen/overzicht/astma-kinderen-horizontaalmenu-373.html
www.uza.be/behandeling/astma-bij-kinderen
http://ginasthma.org/
• Bodart. E., De Boeck K. & Raes M. (red) Astma bij kinderen. 101 vragen en antwoorden. Uitg. Acco 2013 






pub