Kusjesziekte - klierkoorts- Mononucleose- Z.van Pfeiffer

Laatst bijgewerkt: November 2015
In dit artikel
Kusjesziekte - klierkoorts- Mononucleose- Z.van Pfeiffer

dossier Kusjesziekte, klierkoorts, mononucleosis infectiosa (infectiosa slaat op de besmettelijkheid ervan, mononucleosis op een toename van bepaalde witte bloedlichaampjes in het bloed) of Ziekte van Pfeiffer (naar de ontdekker van de ziekte), het zijn allemaal namen voor dezelfde ziekte die meestal wordt veroorzaakt door het Epstein-Barr-virus (EBV). Uitzonderlijk gaat het om een besmetting met een cytomegalovirus dat ongeveer dezelfde symptomen geeft.
Dit virus houdt zich onder andere op in de speekselklieren en wordt in veel gevallen verspreid door zoenen. Maar het EBV-virus wordt zeker niet alleen door kussen doorgegeven. Ook voorwerpen die bedekt zijn met speeksel (bv. fopspenen of speelgoed), het drinken uit een tas of een glas van iemand die besmet is, of een gewone niesbui kunnen de ziekte doorgeven.

vr-geeuwt-170_01.jpg
Bijna alle volwassenen dragen het virus levenslang in hun lichaam. Maar gelukkig wordt niet iedereen die besmet raakt ook ziek.
Mensen die ooit besmet zijn geweest, ook als ze nooit ziek zijn geweest, kunnen de ziekte doorgeven. Maar het meest besmettelijk zijn mensen die pas besmet zijn of die de ziekte net hebben doorgemaakt.

Besmetting

De meeste mensen worden als kind besmet, tussen 1 en 4 jaar. De infectie verloopt dan over het algemeen zonder symptomen - kinderen worden hoogstens een beetje hangerig. Wie als kind besmet is, is in de regel voor de rest van zijn leven beschermd tegen de ziekte. Als men tijdens of na de puberteit besmet wordt, kan men wel behoorlijk ziek worden. Men heeft er dus alle voordeel bij om als kind besmet te worden.
Een infectie tijdens de zwangerschap kan ook de baby ziek maken, waardoor het kindje aangeboren afwijkingen kan krijgen. Als er geen antistoffen bij moeder zijn, dan is het gevaarlijk voor moeder om in intiem contact te zijn met degene die Pfeiffer heeft.
In een vermoeiende of stresserende periode is men vatbaarder voor het EBV-virus.

Symptomen

keelontst-mononucl-150.jpg
Besmetting met het virus maakt niet altijd ziek. In zowat de helft van de gevallen - vooral bij jongere kinderen - is er geen enkel symptoom. Ook bij ouderen (boven 60 jaar) zijn de symptomen dikwijls nauwelijks te merken: wat keelpijn en eventueel aanslepende koorts.
• De incubatietijd (de tijd tussen de besmetting en de eerste ziektetekenen) varieert tussen tien dagen en zes weken.
• Bij pubers en jongvolwassenen zijn de eerste tekenen vaak heel vaag: rillingen, gezwollen oogleden, lichte koorts, zich niet lekker voelen, hoofdpijn, gebrek aan eetlust… Dan verschijnen de meer specifieke symptomen zoals moeheid, koorts, keelpijn (soms heel erg, met gezwollen amandelen waardoor het slikken bemoeilijkt wordt), en gezwollen klieren in de hals en soms ook in de liezen en de oksels (vandaar de naam klierkoorts). De geringste inspanning kan volstaan om zich doodmoe te voelen (vandaar dat soms wel eens ten onrechte een verband wordt gelegd tussen het Epstein-Barr virus en het chronisch-vermoeidheidssyndroom).
Bij zowat de helft van de mensen die ziek worden is de milt en soms ook de lever gezwollen.

Complicaties

De ziekte is op zich niet gevaarlijk, maar complicaties zijn nooit uitgesloten. De voornaamste complicatie is een gescheurde milt. Pijn ter hoogte van de milt, een snelle en luide hartslag, plotse daling van de bloeddruk en een moeilijke ademhaling, zijn in dat verband alarmsignalen. Dan moet onmiddellijk een arts worden geraadpleegd.
De ziekte is voor de arts meestal vrij gemakkelijk te herkennen, vooral bij pubers en jongvolwassenen. Toch is het altijd raadzaam om altijd een bloedonderzoek uit te voeren om vergissingen te vermijden.

Diagnose

Er worden meestal twee soorten antistoffen bepaald in het bloed. Type M en Type G. Heb je geen van beide, dan ben je nog nooit met het virus in contact geweest. Heb je M, dan ben je kort geleden in aanraking geweest en ben je meestal nog ziek. Deze antistoffen verdwijnen weer na een poosje. Heb je G, dan zegt dat niet zoveel; je bent in ieder geval ooit met dat virus in aanraking gekomen. Deze antistoffen hou je altijd in je bloed.

Behandeling

De ziekte kan - zoals elke virusziekte - niet behandeld worden met geneesmiddelen. Men kan alleen proberen de symptomen te verzachten.
De ziekteduur varieert tussen de twee weken en de twee maanden. Op een gegeven moment gaat ze vanzelf over. De acute symptomen duren meestal een tweetal weken, maar vooral de vermoeidheid kan soms maandenlang aanslepen.
• Belangrijk is vooral dat u, zoals bij een griep, voldoende rust. Meestal zal de arts trouwens een tot twee weken verplicht 'huisarrest' voorschrijven. Bedrust is niet noodzakelijk, tenzij u zich natuurlijk te ziek voelt. Maar dat hangt af van persoon tot persoon.
• In geval van koorts moet u voldoende drinken (minstens 1,5 tot 2l per dag) en elke zware inspanning vermijden.
• In de eerste twee maanden te rekenen vanaf de besmetting mag u geen zware inspanningen doen en ook geen sporten beoefenen waarbij u een stamp of een stomp in de buik riskeert. Dit zou namelijk tot een scheur van de milt kunnen leiden.
• De keelpijn kan eventueel verzacht worden met warme dranken of ijsjes, soms kunnen keelpastilles helpen of gorgelen met zout warm water (1 koffielepel per kop).
• Tegen koorts en pijn kan een koortswerend middel zoals paracetamol worden genomen.
• In uitzonderlijke gevallen, bv. wanneer de gezwollen keel de ademhaling zou bemoeilijken of bij mensen met een verminderde afweer, zal de arts nog andere geneesmiddelen voorschrijven.
• Antibiotica hebben, zoals bij elke virusinfectie, geen enkele zin. Antibiotica kunnen bij klierkoorts zelfs uitslag en jeuk veroorzaken, waardoor men op het eerste gezicht zou denken dat hem om een allergische reactie op het antibioticum gaat.

zie ook artikel : Antibioticaresistentie



verschenen op : 10/01/2002 , bijgewerkt op 01/11/2015
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt