Wat mag je niet eten als je een antistollingsmiddel moet nemen?

Laatst bijgewerkt: november 2018

nieuws Indien u antistollingsmiddelen (of ‘bloedverdunners’) moet nemen, bv. na een trombose of een embolie, dan gaat het in vele gevallen om cumarines. In België zijn 3 cumarinederivaten beschikbaar: acenocoumarol (Sintrom®), fenprocoumon (Marcoumar®) en warfarine (Marevan®). Deze geneesmiddelen leiden tot een kunstmatig tekort aan vitamine K. Hierdoor kan de lever bepaalde stollingsfactoren die nodig zijn om het bloed te doen stollen, niet langer produceren, en stolt het bloed dus minder gemakkelijk.
Tijdens een behandeling met antistollingsmiddelen moet het bloed optimaal ontstold worden, niet teveel, maar ook niet te weinig. Teveel antistolling kan immers aanleiding geven tot bloedingen, te weinig antistolling verhoogt de kans op bloedklontervorming. Daarom zal uw arts heel geregeld uw bloed laten controleren om het effect van de pillen na te gaan en eventueel de dosis aan te passen.

Heel wat voedingsmiddelen bevatten vitamine K en kunnen het effect van de bloedverdunners beïnvloeden. Vitamine K kan in zekere zin gezien worden als het ‘tegengif’ van de cumarines.
Voorbeelden van voedingsmiddelen die veel vitamine K bevatten zijn: spinazie, bloemkool, spruiten, broccoli, kool, zuurkool, (ijsberg)sla, andijvie, asperges, peulvruchten zoals linzen, waterkers, postelein, koriander, peterselie, soja- koolzaad- en zonnebloemolie. Ook orgaanvlees zoals lever, varkensvlees, eigeel, bananen, perziken en melk, bevatten relatief veel vitamine K. Je moet die niet uit je voeding schrappen, maar er toch ook niet mee overdrijven.

Ook een vetvrij dieet kan invloed hebben op de werking van antistollingsmiddelen. Extra bloedcontroles kunnen nodig zijn om de dosering van de antistollingsmiddelen aan te kunnen passen.
Vitaminepreparaten kunnen een hogere dosering aan vitamine K bevatten. Bespreek dit vooraf met uw arts. Ook sommige kruidenpreparaten met o.m. Ginkgo biloba, Sint-Janskruid, Ginseng en look, kunnen de werking van de stollingsmiddelen beïnvloeden. Neem ze beter niet, of overleg alleszins met uw arts.
Bij normale hoeveelheden alcohol (1 tot 2 glazen wijn of bier per dag) is er geen effect op de antistolling. Indien u echter een overmatige hoeveelheid drinkt of indien u een voorafbestaande leverziekte hebt, kan alcohol het effect van antistollingsmedicatie versterken.
Indien u ziek bent en moet overgeven of diarree hebt, kan de bloedstolling ook beïnvloed worden en moet u de bloedwaarden extra controleren.



verschenen op : 10/03/2010 , bijgewerkt op 12/11/2018


pub