Nierstenen : Veel drinken helpt nierstenen voorkomen

Laatst bijgewerkt: October 2011

dossier Tien vragen over nierstenen, en vooral hoe u ze kan vermijden.

Een niersteen is een klein steentje dat wordt gevormd door de samenklontering van onoplosbare kristallen in de urine. De voornaamste stoffen die zo’n steen kunnen vormen zijn calcium, urinezuur en oxalaten.

Het meest frequent zijn de nierstenen van calciumfosfaat en oxalaat: ze zijn goed voor zowat 80% van alle nierstenen. Op de tweede plaats komen de nierstenen gevormd uit urinezuur, en stenen veroorzaakt door een infectie. Tenslotte bestaat er ook een, veeleer zeldzame, erfelijke aandoening waarbij zich nierstenen vormen uit het aminozuur cystine.

1. Wie loopt een risico op nierstenen?

Naar schatting 5 tot 10% van de bevolking heeft last van nierstenen. Ze komen 2 tot 3 keer méér voor bij mannen dan bij vrouwen, en vooral bij jonge en bij iets oudere mannen. Maar ze zijn niet echt aan een bepaalde leeftijd gebonden.

2. Welke symptomen kunnen op nierstenen wijzen?

niersteen-170_400_05.jpg
De opstapeling van urine en de verwijding van de urinewegen boven de steen veroorzaken hevige pijn in de rug, langs de zijde waar de niersteen zit. Deze pijn straalt uit naar de flank en naar de geslachtsorganen. De pijn kan heel plots opduiken, of zich integendeel juist langzaam nestelen. Deze klachten zijn typisch voor een niercrisis, waarbij ook opvalt dat de patiënt vergeefs zoekt naar een houding die een beetje verlichting brengt.

Er zijn nog meer symptomen die met een niercrisis kunnen gepaard gaan, zoals pijn bij het plassen, de aanwezigheid van bloed in de urine, een opvallende vermindering van de hoeveelheid urine, misselijkheid, braken. Deze klachten nemen sterk af van zodra de niersteen uitgestoten is.

3. Wat zijn de oorzaken?

De voornaamste oorzaak van nierstenen is een onvoldoende vochtopname. Hoe minder we drinken, hoe geconcentreerder onze urine is en hoe makkelijker zich nierstenen vormen.

Het feit dat de meeste stenen calcium bevatten, verklaart waarom vroeger een kalkrijke voeding als de voornaamste schuldige werd beschouwd en dat een niersteenpatiënt op een kalkarm dieet werd gezet.
Hypercalciurie, of een verhoogd calciumgehalte in de urine, kan de vorming van nierstenen inderdaad in de hand werken. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is hypercalciurie echter meestal niet te wijten aan een te hoge inname van calcium via de voeding. Heel wat andere factoren, die niets met calciumrijke voedingsproducten te maken hebben, kunnen de uitscheiding van calcium via de urine beïnvloeden. We denken dan bijvoorbeeld aan een (overdreven) hoge aanbreng van zout, eiwitten en koolhydraten, en overdreven reserves van calcitriol, een nierhormoon dat de opname van calcium door de nieren regelt.

En zelfs wanneer de urine te veel calcium bevat, betekent dit nog niet automatisch dat er een niersteen zal worden gevormd. In de urine zitten ook bepaalde stoffen die steenvorming tegengaan. Eén van de voornaamste daarvan is citroenzuur (ondermeer aanwezig in citrusvruchten).

De laatste tijd gaat men er zelfs meer en meer van uit dat voedingscalcium de vorming van nierstenen kan afremmen. Dat calcium vormt in de darmen namelijk een verbinding met oxalaat, een andere stof die verantwoordelijk is voor nierstenen. Oxalaten zitten ondermeer in thee, coladranken, witte wijn, rabarber, aardbeien, frambozen, tomaten, chocolade, noten, bieten, spinazie... Ook deze voedingsstoffen werden vroeger met de vinger gewezen. Maar waarschijnlijk is het niet zozeer een te hoge consumptie van oxalaatrijke voedingsmiddelen die verantwoordelijk is voor de vorming van nierstenen, maar wel de combinatie met te weinig calcium. Studies hebben uitgewezen dat niersteenpatiënten niet méér oxalaten eten dan ‘normale’ mensen, maar wel te weinig calciumproducten.

Een overdreven hoeveelheid urinezuur in de urine (hyperuricosurie) kan ook tot de vorming van nierstenen leiden. Dit urinezuur is afkomstig van de purines die aanwezig zijn in een aantal voedingsmiddelen zoals vlees, zeevruchten, orgaanvlees, linzen, gevogelte... Anderzijds zijn er ook mensen die van nature te veel urinezuur aanmaken.

zie ook artikel : Jicht

zie ook artikel : Calcium en nierstenen: mythe of realiteit?

4. Kan stress nierstenen veroorzaken?

nierst-anat.jpg
Toch niet: de oorsprong van nierstenen is altijd chemisch, en niet psychisch. Maar stress kan wel onrechtstreeks bijdragen tot de vorming van nierstenen, in die zin dat zeer druk bezette mensen vaak ook weinig drinken en veel purinerijke voedingsmiddelen eten.

5. Welke behandeling is mogelijk?

De behandeling van nierstenen berust in de eerste plaats op geneesmiddelen. Krampwerende, ontstekingwerende en pijnstillende middelen kunnen verlichting brengen en de uitstoot van de niersteen bevorderen.
In 80% van de gevallen wordt de niersteen na enkele dagen of eventueel enkele maanden spontaan uitgescheiden... op voorwaarde uiteraard dat het steentje redelijk klein, d.w.z. niet groter dan een zandkorrel is.

Als de steen wél groter is, moet worden ingegrepen. Voor 1980 werden nierstenen altijd heelkundig verwijderd. Vandaag past men methodes toe die veel beter worden verdragen, en slechts een kortstondige hospitalisatie en herstelperiode vereisen.
Er bestaan 3 soorten ingrepen: de percutane niersteen-operatie, de retrograde ureteroscopie en de lithotripsie of niersteenvergruizer. Elk van deze technieken heeft haar specifieke indicaties.

lithotripsie.jpg
• De lithotripsie is de minst invasieve techniek. Hierbij worden de nierstenen verbrijzeld door middel van uitwendige schokgolven die zo precies mogelijk op de steen worden gericht. Deze ingreep gebeurt zonder verdoving, en is vooral nuttig voor de verwijdering van een enkele, kleine niersteen. Als het steentje voldoende verbrijzeld is, zal het spontaan worden uitgestoten.

retrograde-ureteroscopie.jpg
• Door middel van een retrograde ureteroscopie kan men de urinewegen van onder tot boven onderzoeken, via de urinebuis, de urineblaas, de urineleider tot in het nierbekken. Daar kunnen de stenen worden verwijderd met behulp van een soort pincet of, als ze te groot zijn, worden verbrijzeld door middel van laserstralen. Deze techniek is vooral doeltreffend bij nierstenen in het onderste gedeelte van de urineleider.

percutane-nefrosc.jpg
• De percutane niersteen-operatie tenslotte is het meest aangewezen voor grote nierstenen. Bij deze ingreep wordt een speciale endoscoop via de huid in het nierbekken gebracht. De aanwezige stenen kunnen daar dan ter plaatse verbrijzeld en opgezogen worden. Deze techniek wordt vooral toegepast wanneer de nierstenen een infectieuze ooraak hebben, en wanneer andere technieken tekortschieten.

• In een aantal gevallen tenslotte blijft een heelkundige ingreep de enige doeltreffende oplossing.

6. Welke onderzoeken zijn nodig bij een nierkoliek?

Door middel van een urineonderzoek en een bloedname kan men een eventuele infectie van de urinewegen opsporen, evenals een ontsteking of een letsel aan de nieren.
Een nierechografie en een intraveneuze urografie laten toe om zo nodig de ligging van een eventuele niersteen te bepalen, de omvang van dit obstakel te evalueren en na te gaan welke weerslag het heeft op de werking van de nieren.

Deze onderzoeken zijn vooral aangewezen bij een eerste niercrisis, bij jonge patiënten, wanneer de nierstenen geregeld terugkomen en wanneer men vermoedt dat een andere aandoening, zoals een hyperthyroïdie (overdreven werking van de schildklier) aan de grondslag van de problemen ligt.

7. Hoe erg zijn nierstenen?

Als een niersteen niet snel verwijderd wordt, al dan niet spontaan, kan hij de goede werking van de nier belemmeren en ze zelfs onherroepelijk beschadigen. Wanneer de niersteen ook nog met een urineweginfectie gepaard gaat, is het risico op nierletsels nog groter.

8. Kunnen nierstenen terugkomen?

In naar schatting 70 tot 80% van de gevallen duiken de nierstenen na verloop van tijd terug op. In 10 % van de gevallen is dit zelfs binnen het jaar. Het risico op recidieven is groter bij jongeren en bij patiënten waar nierstenen ‘in de familie zitten’.
Een preventieve behandeling kan het aantal recidieven wel beperken.

9. Welke preventieve behandelingen bestaan er?

• De eerste, eenvoudige en zeer doeltreffende maatregel, is méér drinken. Aangeraden wordt om elk uur een glas water te drinken, wat neerkomt op zo’n 1 tot 1,5 liter water per dag. Dit maakt het mogelijk om per 24 uur meer dan 2 uur liter water uit te plassen.

• In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het meestal niet verstandig om de calciuminname te beperken. Meer nog: een calciumbeperking kan het risico op nierstenen nog verhogen, omwille van het verhoogde oxaalgehalte in de urine. Bovendien werkt een tekort aan calcium osteoporose (het brozer worden van de beenderen) in de hand.

zie ook artikel : Osteoporose

• In het geval van hyperoxalurie (verhoogd oxaalgehalte in de urine) is het zinvol om oxalaatrijke voedingsmiddelen te vermijden, eventueel in combinatie met een verhoogde calciumopname via de voeding of via supplementen.

• Algemeen wordt ook aanbevolen om zuinig om te springen met voedingsmiddelen die veel dierlijke eiwitten bevatten (zoals vlees, vis, eieren...) en met zout en suiker.

• In een aantal gevallen wordt het geneesmiddel allopurinol voorgeschreven om de vorming van urinezuurstenen tegen te gaan, omdat dit de productie van urinezuur afremt.

• Infecties van de urinewegen moeten steeds snel en grondig worden behandeld.

10. Welke onderzoeken zijn nuttig wanneer de nierstenen herhaaldelijk weer opduiken?

Door na te gaan hoeveel calcium, oxalaat en urinezuur de patiënt per 24 uur uitscheidt, kan men de oorzaak of oorzaken van de nierstenen achterhalen. Voor men tot deze analyses overgaat, moet de patiënt wel een dieet volgen dat arm is aan calcium, natrium, urinezuur en oxalaten.



verschenen op : 01/09/2000 , bijgewerkt op 14/10/2011
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt