Peutervoeding

Laatst bijgewerkt: november 2015

dossier De peuterjaren worden gekenmerkt door grote veranderingen in lichaamssamenstelling. Voeding speelt in dit groeiproces een cruciale rol. Hoewel peuters vanaf de leeftijd van ongeveer 1 jaar kunnen mee-eten uit de gezinspot, mogen specifieke voedingsbehoeften die van belang zijn voor hun verdere groei en ontwikkeling niet uit het oog worden verloren. Zij hebben nog extra noden. Een onevenwichtige of niet aangepaste voeding kan aanleiding geven tot nutritionele tekorten. Zoals de zuigelingenvoeding blijft dus ook de peutervoeding voldoende aandacht vragen.

zie ook artikel : Vegetarische baby's

Groei

123-kind-eten-baby-170-07.jpg
Kinderen maken tussen de leeftijd van 1 en 3 jaar een snelle ontwikkelingsfase door. De mate waarin zij groeien, varieert naargelang de leeftijd en kan worden opgevolgd aan de hand van specifieke groeicurves. Voor kinderen jonger dan 3 jaar zijn er per geslacht percentielkaarten beschikbaar voor lengte, gewicht en hoofdomtrek.
Tijdens het eerste levensjaar groeit een kind gemiddeld 25 cm. Op de leeftijd van 1 jaar weegt het ongeveer 10 kg. Gedurende de peuterjaren (1-3 jaar) nemen lengte, gewicht en hoofdomtrek minder snel toe dan in het eerste levensjaar (zie tabel 1).
De jaarlijkse gewichtstoename daalt van 6,5 kg naar 2,5 kg, de lengtetoename daalt van 25 cm naar 7 cm per jaar en de groei van de hoofdomtrek vermindert van 10 cm naar 0,5 tot 1,2 cm per jaar. Toch verdrievoudigt het gewicht en verdubbelt ongeveer de lengte vanaf de geboorte tot op de leeftijd van 3 jaar. Het hersenvolume verdrievoudigt tussen de leeftijd van 4 maanden en 3 jaar. De hoofdomtrek bedraagt dan gemiddeld 50 cm.

 Tabel 1: Gemiddelde evolutie van een kind (0-3 jaar)

 
Gemiddelde groei per jaar
Gemiddelde gewichts-toename per jaar
Groei van de hoofd-omtrek per jaar
tijdens het eerste levensjaar
25 cm
6,5 kg
10 cm
tijdens de peuterjaren
(1-3 jaar)
7 cm
2,5 kg
0,5 - 1,2 cm

Groei en ontwikkeling zijn ten slotte onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer het skelet onvoldoende groeit en de toename van de spiermassa ondermaats is, zal de motorische ontwikkeling eveneens achterblijven.

Voedingsbehoeften

De dagelijkse voedingsbehoefte enerzijds en de voedingsinname anderzijds kunnen bij peuters nogal verschillen. Deze verschillen zijn persoonsgebonden en hangen voornamelijk af van leeftijd, geslacht en lichaamsactiviteit. Een éénjarige die reeds loopt, zal bijvoorbeeld een grotere behoefte hebben dan een anderhalfjarige die nog rustig rondkruipt.

Tabel 2: Gemiddelde voedingsaanbevelingen voor peuters van 1 tot 3 jaar

Gemiddelde aanbeveling
energie
95 kcal / kg / dag
eiwitten
1,26 tot 1,13 g / kg / dag
voedingsvezels
5 - 10 g / 1000 kcal
vanaf 2 jaar: leeftijd + 5 g / dag
calcium
800 mg / dag
fosfor
700 mg / dag
magnesium
80-85 mg / dag
kalium
800-1000 mg / dag
ijzer
10 mg / dag
zink
4 mg / dag
selenium
20 µg / dag
jodium
90 µg / dag
vitamine A
400 µg / dag (uitgedrukt in retinol-equivalenten)
vitamine D
5-10 µg / dag (aanvaardbare dagelijkse opnamehoeveelheid)
vitamine E
0,6 mg / dag (per g PUFA)
vitamine K
15 µg / dag
vitamine C
40 mg / dag
vitamine B1
0,5 mg / dag
vitamine B2
0,8 mg / dag
vitamine B6
0,7 mg / dag
vitamine B12
0,7 µg / dag
koolhydraten
50-55 energie%
vetten
35-40 energie%

• De energiebehoefte voor kinderen van 1 tot 3 jaar bedraagt gemiddeld 95 kcal/kg/dag (400 kJ/kg/dag). De preciese energiebehoefte wordt voor een belangrijk deel bepaald door de mate van lichamelijke activiteit.

• De aanbeveling voor eiwitten is 1,26 tot 1,13 g/kg/dag voor kinderen van 1 tot 3 jaar. Omgerekend komt dit overeen met ongeveer 14 tot 15,5 g eiwit/dag (1,3). Deze eiwitbehoefte staat in voor zowel het onderhoud van de weefsels als voor de groei. De belangrijkste eiwitbronnen zijn vlees, eieren, vis en melkproducten. Brood, graanproducten en peulvruchten zijn plantaardige eiwitbronnen. Een vegetarische voeding kan mits een goede opvolging van bij voorkeur een diëtist(e) nog voldoende eiwitten van goede kwaliteit leveren. Een veganistische voeding waarbij alle dierlijke voedingsmiddelen (ook melk, kaas en ei) van het menu worden geschrapt, moet daarentegen formeel worden ontraden voor kinderen. Een dergelijke voeding schiet bovendien tekort in de voorziening van verschillende andere essentiële voedingsstoffen zoals calcium en een aantal vitaminen van de B-groep.

• De aanbevolen hoeveelheid koolhydraten komt ongeveer overeen met de aanbeveling voor volwassenen, namelijk 50-55 energie%. Het grootste deel van de koolhydraten moet worden geleverd in de vorm van complexe koolhydraten: brood, aardappelen, rijst, deegwaren, groenten en fruit. Deze voedingsmiddelen zijn bovendien rijk aan andere essentiële voedingsstoffen. Voedingsproducten die een bron zijn van enkelvoudige suikers zoals suiker, confituur, frisdranken, snoep en koek zijn niet onvoorwaardelijk verboden maar mogen slechts in beperkte mate worden gebruikt. Zodra dergelijke producten de overhand krijgen, heeft het kind meestal geen trek meer in ander eten en ontstaat een onevenwichtige voeding die de behoefte aan essentiële voedingsstoffen niet meer kan dekken.

• De aanbeveling voor vetten is voor peuters hoger dan voor volwassenen, nl. 35 tot 40 energie%. In het hoofdstuk "Vetbeperking ?" wordt hierop verder ingegaan.

Voedingsvezels mogen slechts geleidelijk aan in het voedingsschema worden ingelast. De aanbeveling bedraagt 5 tot 10g/1000 kcal. Een hogere inname kan mogelijk een normale groei in de weg staan (6). Een vezelrijke voeding is namelijk over het algemeen volumineuzer en kan ertoe leiden dat het kind niet genoeg eet en daardoor onvoldoende energie en voedingsstoffen binnenkrijgt. Vanaf de leeftijd van 2 jaar kan de volgende regel worden toegepast: de leeftijd + 5 g vezels/dag.

• Naast eiwitten, vetten en koolhydraten heeft een peuter voor een goede gezondheid ook voldoende vitaminen , mineralen en spoorelementen nodig. Calcium, vitamine D en ijzer verdienen in dit verband extra aandacht.

melk-gieten--170_400_06.jpg
Calcium is onontbeerlijk voor de groei van het skelet. Reeds op jonge leeftijd is het noodzakelijk voldoende calcium in te nemen ter preventie van osteoporose. Vitamine D speelt een rol bij de absorptie van calcium en fosfaat uit de voeding en het vastleggen van deze stoffen in het skelet. Omwille van deze belangrijke functie is de behoefte aan vitamine D in perioden van groei relatief hoger. Voor peuters van 1 tot 3 jaar geldt de aanbeveling van 800 mg calcium en 5 tot 10 µg vitamine D per dag. De aanbeveling voor calcium is gemakkelijk te realiseren via het gebruik van melkproducten. De behoefte aan vitamine D is afhankelijk van de blootstelling van het kind aan zonlicht. Bij afwezigheid van zonlicht is de exacte noodzaak aan vitamine D niet bekend . Opvolgmelk en groeimelk bevatten voldoende vitamine D. Suppletie is enkel noodzakelijk indien een niet aangepaste voeding wordt gegeven (400 IE/dag) en indien het kind een donkere huid heeft (600 IE/dag).

Ijzer is als onderdeel van hemoglobine betrokken bij het zuurstoftransport maar speelt ook een belangrijke rol in de geestelijke ontwikkeling van het jonge kind. Peuters vertonen gemakkelijk een ijzerdeficiëntie. Het gebruik van voldoende ijzerbevattende voedingsmiddelen zoals vlees en vleeswaren, vis, groenten, aardappelen, brood en graanproducten is daarom belangrijk. De opname van ijzer uit plantaardige voedingsmiddelen kan worden bevorderd door bij elke maaltijd een vitamine C-bron te geven, bijvoorbeeld in de vorm van groenten, fruit of een vitamine C-rijke vruchtensap (zie Nutrinews, oktober 1998). De dagelijks aanbevolen hoeveelheid ijzer bedraagt 10 mg.

zie ook artikel : Drie glazen calcium per dag!

Tabel 3: Gemiddelde voedingsaanbevelingen voor peuters van 1 tot 3 jaar, vertaald in voedingsmiddelen

Gemiddelde aanbeveling
melk
3 glazen (300 - 450 ml)
kaas
1/2 - 1 sneetje (10 - 20 g)
vlees, gevogelte, vis of eens een ei
50 g
fruit
1 - 2 stuks (100 - 200 g)
groenten
2 eetlepels (100 g)
brood (bij voorkeur bruin)
1 - 3 sneetjes
aardappelen
of pasta of rijst
1 - 2 stuks (50 - 100 g)
1 - 2 lepels (50 - 100 g)
vetstof
20 - 25 g
water
1/2 - 1 liter

Vetbeperking?

Een vet- en cholesterolrijke voeding verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en atherosclerose. Atherosclerose ontstaat door accumulatie van "low density lipoprotein"-partikels. Dergelijke veranderingen in de vaatwand kunnen reeds tijdens de puberteit plaatsvinden. Op jongere leeftijd vormen zich vetdeposities in de intima, 'fatty streaks' genoemd. Deze zijn mogelijk nog reversibel. Intussen is echter wel duidelijk aangetoond dat een voeding arm aan vetten en in het bijzonder arm aan verzadigde vetten het cholesterolgehalte van volwassenen verlaagt en daarmee ook het risico op atherosclerose. De aanbeveling voor volwassenen luidt daarom maximaal 30 energie% vet en 10 energie% verzadigd vet.

Voor peuters jonger dan 3 jaar wordt een beperking van de energie-aanvoer door vetten tot 30% afgeraden . Peuters hebben een relatief vetrijke voeding nodig (35 tot 40 energie% vet). Het jonge kind heeft een kleine maag en een grote energiebehoefte. Wanneer men de benodigde hoeveelheid energie in de vorm van complexe koolhydraten zou moeten geven, de voornaamste energieleveranciers van de volwassenen, dan zou het maagdarmstelsel overbelast worden. Bovendien zou de peuter niet in staat zijn de porties, nodig om zijn voedingsbehoefte te dekken, op te eten. De overgang van een vetrijke voeding als zuigeling  moedermelk heeft een vetgehalte van 50 energie% - naar een voeding met 35 energie% vet moet een geleidelijk proces zijn dat enige jaren kan duren, afhankelijk van de behoefte van het kind. Ter preventie van atherosclerose moeten onverzadigde vetten (voornamelijk niet geharde plantaardig vetten en vis) voorrang krijgen op verzadigde vetten (voornamelijk dierlijke vetten en geharde plantaardige vetten).

Strenge vetbeperkingen op peuterleeftijd kunnen een tekort aan essentiële vetzuren (a-linoleenzuur en linolzuur) creëren. Het belang van deze vetzuren ligt in het feit dat ze precursoren zijn van de w-3 en w-6 lange ketenvetzuren, respectievelijk docosahexaeenzuur (DHA) en arachidonzuur. Deze lange ketenvetzuren zijn noodzakelijk voor de groei van het organisme, de hersenontwikkeling en de celstofwisseling. Omdat de omzettingsreacties van de precursoren naar de lange ketenvetzuren eerder inefficiënt verlopen, moeten DHA en arachidonzuur ook via de voeding worden ingenomen. Eidooier, visolie en orgaanvlees bevatten arachidonzuur (w-6). In vette vis en mager vlees is vooral DHA (w-3) terug te vinden.

zie ook artikel : Eetproblemen bij kinderen

Vetten vertragen de maaglediging en zo ook de passage door de dunne darm. Een voeding met een te laag vetgehalte (< 30 energie%) kan bijgevolg een peuterdiarree veroorzaken. Deze chronische diarree bij kinderen tussen gemiddeld 1 en 4 jaar is echter niet te wijten aan verterings- en absorptiestoornissen en heeft geen groeistoornissen of deficiënties tot gevolg. Bij kinderen met peuterdiarree beweegt het voedsel zich sneller door de dunne darm. Het gevolg is dat meer galzuren, water en onvolledig verteerde voedingsdeeltjes in de dikke darm terechtkomen. Deze stoffen prikkelen de dikke darm en geven aanleiding tot de vorming van grotere hoeveelheden dunne stoelgang. Als behandeling volstaat het dan ook meestal om het vetgehalte van de peutervoeding te verhogen. Voor veel ouders is dit een verrassing. Velen menen immers dat juist vet de oorzaak is van diarree. Daarnaast geeft men tijdens de behandeling van peuterdiarree best niet te veel vocht om de dikke darm niet te overbelasten, beperkt men sterk of vermijdt men vruchtensappen en zorgt men voor een voldoende vezelaanbreng (bruin brood).

Pas vanaf de leeftijd van 4 jaar mag de energie-aanbreng door vetten worden aangepast .
In de praktijk krijgen peuters vaak het vetbeperkte menu van de ouders en voornamelijk van de moeders voorgeschoteld. Enerzijds betreft het moeders of ouders 'op dieet' die voornamelijk minarines, magere melk, dieetkaas en andere light-producten gebruiken. Anderzijds gaat het ook om ouders die bang zijn voor overgewicht bij hun kind. Een studie toonde nochtans aan dat slechts 8% van 1 à 2 jarigen met overgewicht het risico loopt om obees te worden.Gezien het gebruik van uitsluitend magere producten bij de peuter kan leiden tot tekorten, moeten ook meer vetrijke producten worden ingeschakeld en voor de bereiding van de warme maaltijden vetstoffen worden gebruikt. Voldoende vetten integreren in de voeding van peuters betekent uiteraard niet dat zij allerlei vette snoeprepen of andere vette tussendoortjes mogen gebruiken, dat hun aardappelen in een vette saus moeten zwemmen of dat zij à volonté mayonaise kunnen nemen. Een verstandig gebruik van zowel zichtbare als onzichtbare vetten is altijd en voor iedereen van toepassing.

Maaltijden spreiden

123-kind-eten-lepel-voeding-170-07.jpg
Om in alle voedingsbehoeften van het jonge kind te kunnen voorzien, is het aan te raden de peuter gezonde maar ook aantrekkelijke en lekkere maaltijden en snacks aan te bieden. De meeste peuters kunnen bovendien slechts kleine porties per keer aan. Daarom is het wenselijk de voeding te spreiden over de dag en meerdere kleine maaltijden of tussendoortjes aan te bieden. Het maaltijdpatroon kan bijvoorbeeld bestaan uit 3 hoofdmaaltijden en 2 tussenmaaltijden.

Deze spreiding van de voeding mag echter niet vervallen in een patroon waarbij de kinderen de hele dag door eten en drinken ter beschikking krijgen. Ouders grijpen nogal gemakkelijk naar deze oplossing wanneer hun peuter niet of slecht zou eten tijdens de maaltijden. Wanneer het kind op elke moment van de dag of bij elke gelegenheid iets kan eten of drinken, bestaat een driedubbel gevaar. Hoe groter het aantal eet- en drinkmomenten (zuurstoten), hoe groter de kans op tandbederf. Wanneer de peuter functioneert op tussendoortjes, raakt het voedingsevenwicht gemakkelijker uit balans. Ten slotte bestaat het gevaar dat het kind elke gemoedsgesteldheid met een bepaalde smaakbevrediging gaat associëren: troosten met zoet, feesten met allerlei lekkers, TV en chips enz. Het is dus belangrijk als ouder het aantal en de hoeveelheid tussendoortjes goed in de gaten te houden. Voor een kind is een koek bovendien veel meer dan voor een volwassene: het zal sneller zijn eetlust bederven.

Maaltijden en tussendoortjes

• Bij elke maaltijd moet minstens één portie zetmeelrijke voedingsmiddelen worden geserveerd, bv. brood, aardappelen, pasta, granen of rijst. Alle groentesoorten zijn toegelaten. Gasvormende groenten zoals kool, prei, ui en rauwkost kunnen voorzichtig worden geprobeerd. Een portie vis, vlees of eens een ei maken eveneens deel uit van een gezond dagmenu. Zachte vleessoorten zoals kip of kalkoen zijn gemakkelijker te kauwen. Voor de bereiding van de maaltijd gaat de voorkeur naar plantaardige vetstoffen arm aan verzadigde vetten of olie. Voor de boterham wordt best een margarine arm aan verzadigde vetten gebruikt.
Kant en klare potjesvoedingen kunnen af en toe en bij gebrek aan een verse maaltijd een handig alternatief zijn.

• Vanaf de leeftijd van 1 jaar mag het kind volle koemelk krijgen, uitgezonderd in het geval van een gediagnostiseerde koemelkeiwitallergie of een lactose-intolerantie. Een deel van de melk kan ook in het eten worden verwerkt. Te veel melk drinken zou immers de eetlust kunnen verminderen. Geef elke dag ten minste 375 ml melk of 2 porties andere zuivelproducten zoals kaas of yoghurt. Voor peuters is er eventueel ook groeimelk. Groeimelk is verrijkt met essentiële vetzuren, mineralen (vooral ijzer en zink) en vitaminen.

Koffie en gewone thee zijn niet geschikt voor peuters. Voor de extra vochtaanbreng (0,5 l/dag) kan water, kruidenthee (speciaal bestemd voor kinderen, zonder toegevoegde suiker) of ongezoet fruitsap (eventueel aangelengd met water) worden aangeboden. Frisdranken moeten tot een minimum worden beperkt. Behalve energie leveren ze geen nuttige voedingsstoffen. Idem voor light-frisdranken. Een belangrijke inname van kunstmatige zoetstoffen die in light-producten voorkomen, kan bovendien schadelijk zijn omdat de aanvaardbare dagelijkse inname bij jonge kinderen gemakkelijk wordt gehaald. Kinderen niet al te zeer gewoon maken aan zoete dranken is hiertegen nog de beste remedie.

• Wanneer peuters in verhouding veel drinken en minder vaste voedingsmiddelen gebruiken, kan dit gemakkelijk resulteren in een onevenwichtige voeding. Te weinig drinken kan daarentegen oorzaak zijn van constipatie en in extreme gevallen zelfs leiden tot uitdroging. Let er bij kleine drinkers op zelf regelmatig drank aan te bieden.

• Zoute en zoete tussendoortjes zoals chips en snoepgoed moeten beperkt blijven tot kleine traktaties . Wanneer zoetigheden worden gegeven, worden ze bovendien best gecombineerd met de maaltijd. Kies bij voorkeur voor gezonde tussendoortjes zoals geschild en in partjes gesneden fruit of rauwe groentjes, yoghurt, miniboterhammetjes, een rijstwafel enz. Mits wat inspiratie zijn ook gezonde tussendoortjes heel aantrekkelijk en smakelijk.

• Ten slotte worden voedingsmiddelen die gemakkelijk tot aspiratie in de luchtwegen kunnen leiden best vermeden (bv. noten, druiven en kleine ronde snoepjes). Pikante specerijen zijn evenmin geschikt voor peuters.

Moeilijke eters

123-peuter-baby-eten-stoel-170_07.jpg
Het voedingsgedrag verandert tijdens de peutertijd. Een verbeterde orale en neuromusculaire ontwikkeling en het krijgen van primaire tanden zorgen voor een efficiënter eetgedrag. Verfijnde hand- en vingerbewegingen laten de peuter toe zelf een lepel, beker of glas te gebruiken. Vanaf dat moment wil de peuter zijn voeding zelf figuurlijk en vaak ook nog letterlijk in handen nemen. Eten tijdens de peuterjaren verloopt echter niet altijd even vlot. Elke peuter weigert wel eens te eten. Minder eetlust hebben of voedsel weigeren gaat vaak samen met grillen en stemmingen. Wanneer een peuter boos, moe, opgewonden, verdrietig of gespannen is, zal dit een effect hebben op zijn eetlust. Voedingsmiddelen die de ene dag in trek zijn, worden de volgende dag geweigerd.

Dergelijk gedrag is eigen aan peuters en gaat meestal snel voorbij. Een mogelijke verklaring voor zo'n wispelturig eetgedrag is de verminderde groeisnelheid na de leeftijd van 1 jaar die mogelijk gepaard gaat met een verminderde eetlust. Daarnaast ontdekken peuters hun onafhankelijkheid en testen ze deze graag uit tijdens eetmomenten. Het beste antwoord hierop is duidelijk aan te geven wat mag en wat niet mag.

Veel ouders van peuters maken zich zorgen over de slechte eetlust van hun kinderen. Het is dan belangrijk na te gaan of het kind goed groeit, vrolijk en speels is. Gezonde kinderen laten zichzelf niet uithongeren en zijn in staat om hun eetlust aan te passen aan wat ze nodig hebben om normaal te groeien. Ouders moeten begrijpen dat dit slechts een tijdelijke fase is waarbij forceren geen zin heeft. Indien een peuter echter onvoldoende groeit, klagerig is, zich anders gedraagt of ziektesymptomen vertoont, wordt best een arts geraadpleegd.

Variatie in de voeding brengen en verschillende kleine porties per dag aanbieden, kan een grote hulp zijn. Daarnaast kunnen ook de suggesties beschreven in het kaderartikel helpen om moeilijke kinderen aan het eten te krijgen en hen door deze lastige fase heen te leiden .

zie ook artikel : Eetproblemen bij kinderen

zie ook artikel : Moeilijke eters

Moeilijke eters? Enkele suggesties

• Laat uw kind niet bepalen wat er op tafel komt. Geef altijd zelf duidelijk aan wat mag en wat niet mag.
• Tracht de maaltijdmomenten zo aangenaam mogelijk te maken en laat kinderen niet te lang aan tafel zitten.
• Eet op vaste tijdstippen, indien mogelijk met het hele gezin.
• Maak afspraken over het opvoedingsklimaat rondom het eten. Als papa de krant leest aan tafel, waarom zou de peuter dan ook niet aan tafel mogen spelen; als papa de maaltijd schijnbaar niet lust, waarom zou de peuter het dan wel moeten lusten.
• Laat uw kind even rusten voor de maaltijd. Kinderen eten namelijk niet goed wanneer ze moe zijn.
• Geef geen vetrijke voedingsmiddelen of snoep voor de maaltijd. Het kind zal hierna geen eetlust meer hebben.
• Laat uw kind zelf kiezen hoeveel het eet. Maak u geen zorgen wanneer het eens weinig of niets eet. Een keer een maaltijd overslaan kan geen kwaad.
• Zorg ervoor dat uw kind tijdens het eten niet afgeleid wordt door tekenen, spelletjes of televisie. Zorg voor een rustige en aangename omgeving.
• Dwing uw kind nooit te eten. Misschien heeft dwang een keer resultaat, maar op de lange duur heeft het geen zin.
Beloon of straf uw kind niet omwille van goed of slecht eten. Vermijd dat gewenst gedrag uiteindelijk alleen nog maar kan worden gekocht (voor wat hoort wat).
• Laat uw kind zelf eten indien het daartoe in staat is.
• Ruim de tafel af zodra iedereen klaar is na een rustige maaltijd, ook al heeft uw peuter nauwelijks gegeten.
• Voorkom dat het kind zich tussen de maaltijden volpropt met snoepgoed, koekjes, gebak, enz. wanneer het niet of nauwelijks heeft gegeten.






pub