Welke factoren kunnen leiden tot de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa?

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
darmen-paars-vrgt-170_01.jpg

dossier De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn chronische ontstekingsaandoeningen van het darmstelsel (inflammatory bowel diseases of IBD). De ontsteking van de darmen kan bij de ziekte van Crohn alle delen van het maagdarmkanaal treffen, van mond tot anus, maar treft voornamelijk de darmen. Vaak gaat de ziekte gepaard met vernauwingen van de darm, abcessen en fistels (waarbij een abnormale verbinding tot stand komt tussen de darm en andere organen of de huid) en zweertjes in de mond. In zeldzame gevallen treft de ziekte ook andere lichaamsdelen, zoals de gewrichten, de ogen of de lever. Colitis ulcerosa daarentegen komt enkel in de dikke darm voor. Zoals bij ziekte van Crohn kunnen ook bij colitis ulcerosa klachten buiten de darm optreden, zoals gewrichtsklachten, oogletsels, huidaandoeningen enzovoorts.

Bij de meeste patiënten wordt de diagnose van Crohn of colitis gesteld naar aanleiding van aanhoudende klachten van (bloederige) diarree met krampen en buikpijn.
In België worden ongeveer 30.000 mensen getroffen door een chronische inflammatoire darmziekte. Daarvan lijden ongeveer 15.000 aan de ziekte van Crohn en 15.000 aan colitis ulcerosa. Het aantal personen met IBD blijft toenemen: jaarlijks worden in ons land ongeveer 500 nieuwe gevallen van de ziekte van Crohn en 350 van colitis ulcerosa vastgesteld. De ziekte duikt vooral op tussen de leeftijd van 15 en 30 jaar.

Risicofactoren van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
De oorzaak van crohn en colitis is nog steeds onbekend. Waarschijnlijk gaat het niet om één aanwijsbare oorzaak, maar leiden verschillende mechanismen tot een darmontsteking.

Erfelijkheid
Erfelijkheid speelt zeker een rol bij de ziekte van Crohn en bij colitis ulcerosa. Vijf tot tien procent van de familieleden van iemand met een chronische darmontsteking heeft de ziekte ook.

Roken
Roken is een risicofactor voor het ontstaan van Crohn en Colitis en heeft een negatief effect op het verloop van de ziekte.

Infecties
Er bestaat tot nu toe geen bewijs dat infecties door bijvoorbeeld bacteriën of virussen een rol spelen bij het ontstaan of opflakkeren van IBD. IBD-patiënten die een banale maagdarm-ontsteking of een andere ontsteking (zoals van de luchtwegen) krijgen moeten dus niet direct bevreesd zijn dat dit zal aanleiding geven tot een opflakkering van hun IBD.

Antibiotica
Antibiotica hebben een negatief effect op de normale darmflora, aangezien ze ook de "goede", beschermende bacteriën onderdrukken en de kans geven aan mogelijk schadelijke bacteriën om de bovenhand te halen. Om die reden worden antibiotica er ook soms van verdacht om IBD-opstoten uit te lokken. Overtuigend wetenschappelijk bewijs dat antibiotica écht oorzakelijk kunnen zijn voor het optreden van IBD of van opstoten is er evenwel niet. Wel moet men rekening houden met de mogelijke neveneffecten (zoals misselijkheid, braken en diarree).

NSAI (niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen).
Pijnstillers/ontstekingsremmers type NSAI kunnen mogelijk het risico op het ontstaan van IBD en het optreden van opstoten verhogen. Daarom moet omzichtig moet omgesprongen worden met het nemen van NSAI: alleen in lage dosis en voor een korte duur.

Dieet
Er is nooit enig specifiek verband aangetoond voor een gunstige of ongunstige invloed van enig voedingsmiddel, behalve geraffineerde suikers, maar zelfs dat wordt in sommige studies betwist. Ook de mogelijke invloed van kleur- en bewaarstoffen in de voeding die vaak met de vinger worden gewezen, kon niet worden aangetoond. Globaal genomen geldt de stelregel dat er geen enkel voedingsmiddel specifiek verboden dan wel aangeraden wordt. Elke patiënt moet voor zichzelf uitmaken wat hij/zij goed verdraagt op digestief vlak. In het algemeen moet er een "gezond dieet" gevolgd worden, zoals dat ook voor niet-IBD patiënten geldt: regelmaat, voldoende zachte vezels en vitamines, rijk aan eiwitten, arm aan verzadigde vetten, arm aan zoetigheden (geraffineerde suikers). Bij opstoten geldt dat "relatieve darmrust", met andere woorden een vezelarm, licht verteerbaar dieet, aangeraden wordt.

Stress en psychosociale factoren
"Stress" lijkt geen rol te spelen in het ontstaan van IBD maar kan wél een rol spelen in het opflakkeren van klachten en symptomen. Het gaat dan niet zozeer om "stressvolle gebeurtenissen in het leven" (zoals een overlijden, ontslag, …), maar eerder het "chronisch gevoel van gestresseerd zijn". Het is dus eerder het individuele aanvoelen van overbelasting, eventueel cumulerende stressvolle evenementen en situaties, die schadelijk zijn. Patiënten moeten proberen situaties te vermijden, waarvan zij voor zichzelf weten dat het hen stress bezorgt.

Orale contraceptiva
Het gebruik van orale contraceptiva lijkt veilig te zijn. Vrouwen moeten alleszins een volwaardige vorm van contraceptie gebruiken, aangezien een zwangerschap best doorgaat tijdens periodes van remissie en afgeraden wordt tijdens periodes van ziekteactiviteit.

Borstvoeding
Het krijgen van borstvoeding lijkt kinderen te beschermen tegen het later ontwikkelen van IBD. Mogelijks is dit vooral dankzij de beschermende rol van borstvoeding tegenover andere vormen van (infectieuze) diarree. Vooral voor ulceratieve colitis wordt dit gesuggereerd.

Appendicectomie
Enkele studies hebben gesuggereerd dat appendicectomie (heelkundige verwijdering van de appendix) lijkt te beschermen tegen het optreden van ulceratieve colitis.

zie ook artikel : Omgevingsfactoren bij ontstaan inflammatoire darmziekte



verschenen op : 20/05/2014 , bijgewerkt op 13/08/2019


pub