ad

Waarom mogen homo’s geen bloed geven?

Laatst bijgewerkt: mei 2011
man-bloed-geven2-170_400_05.jpeg

nieuws Mannen die seks hebben met een andere man mogen in België geen bloed geven, ongeacht of ze veilig vrijen of niet. Daarmee wil het Rode Kruis een maximale veiligheid van het bloed garanderen en het risico op overdracht van hiv/aids, syfilis en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) door bloedtransfusie tot een minimum beperken. Alle bloedgiften worden weliswaar getest op een besmetting met hiv (het virus dat aids veroorzaakt) en andere door bloed overdraagbare ziektes zoals hepatitis B en C en syfilis. De kans dat er toch besmette stalen passeren is minimaal maar blijft reëel omwille van de vensterperiode of de blinde periode. Dit is de periode tussen de besmetting en het moment dat deze besmetting kan aangetoond worden met tests op het bloed. Wanneer iemand recent een besmetting met bijvoorbeeld hiv heeft opgelopen, zullen tests deze besmetting misschien nog niet kunnen aantonen. Daarom vraagt het Rode Kruis uitdrukkelijk dat iedereen die Aids-risicogedrag vertoont of vermoedt met het Aids-virus in aanraking te zijn geweest, zich absoluut zou onthouden van bloed, plasma of bloedplaatjes geven.

Uit gegevens van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid blijkt dat op ongeveer 100 Belgische homomannen 1 persoon besmet is met hiv. Bij Belgische heteromannen zijn 1 op ongeveer 5000 personen besmet met hiv. Ook andere seksueel overdraagbare aandoeningen waartegen het condoom geen volledige bescherming biedt en die via het bloed kunnen doorgegeven worden (zoals syfilis en gonorroe), komen meer voor bij mannen die seks hebben met een andere man.
Volgens wetenschappelijke statistieken bestaat er geen verhoogd risico op besmet bloed bij lesbische vrouwen. Zij mogen dus wel bloed geven.
Om dezelfde redenen mogen ook immigranten uit sommige niet-Europese bepaalde landen in Vlaanderen geen bloed geven indien ze geen vijf jaar in België verblijven.

Ook een aantal andere personen mogen (tijdelijk) geen bloed geven.
• Indien u meerdere of wisselende seksuele partners hebt, mag u geen bloed geven omdat u statistisch meer kans loopt op een besmetting met seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s). Wacht minstens 4 maanden na een partnerwissel of een occasionele partner, ook als u een condoom hebt gebruikt.
• Indien u aan bepaalde besmettelijke ziektes zoals aids, hepatitis B en C of syfilis lijdt of ooit besmet bent geweest, mag u nooit bloed geven. Deze ziektes kunnen immers via het bloed worden doorgegeven en zo de patiënt besmetten. Het verbod geldt ook voor uw partner (zelfs al is die gevaccineerd tegen hepatitis B). Mensen die gevaccineerd zijn tegen hepatitis B zijn wel welkom als bloedgever. Een vroegere besmetting met hepatitis A is geen probleem.
• Uw seksuele partner HIV-seropositief is of AIDS heeft, afkomstig is uit een land waar AIDS veel voorkomt of als man ooit seks heeft gehad met (een) andere man(nen). 12 maanden na het beëindigen van één van deze risicogedragingen komt u als donor opnieuw in aanmerking.
• U hebt tuberculose gehad: uitstel tot 24 maanden na behandeling en bevestigde genezing.
• U hebt rode hond, mononucleosis of herpes: geen bloed geven tot na volledige genezing.
• Wie een tatoeage of een piercing (inclusief een oorlelperforatie) laat plaatsen, mag de eerste 4 maanden geen bloed geven. Hetzelfde geldt voor
- een litteken dat niet te wijten is aan een medische ingreep;
- een acupunctuurbehandeling zonder naalden bestemd voor éénmalig gebruik;
- een wonde veroorzaakt door een voorwerp gebruikt door meerdere personen (bv. een scheermes);
- een prik met een bevuilde naald;
- een menselijke beet.
• Na een tekenbeet moet u 3 maanden wachten voor u opnieuw bloed, plasma of bloedplaatjes mag geven.
• Wanneer u of uw partner drugs gebruikt of gebruikt heeft.
• Indien u een reis buiten Europa heeft gemaakt: de uitsluiting geldt voor een periode van 28 dagen maar kan verlengd worden voor bloedgevers die naar regio’s of landen trekken waar ziektes zoals hiv of malaria veelvuldig voorkomen. Dan geldt meestal een wachttijd van 6 maanden.

Donors die malaria hebben gehad, mogen de eerste 3 jaar geen bloed geven en moeten een malariatest laten uitvoeren voordat zij opnieuw bloed mogen geven.
• Wie tussen 1980 en 1996 in totaal zes maanden of langer in Groot-Brittannië verbleef, wordt uitgesloten als donor. Zo wordt de kans op overdracht van de menselijke variant van de gekkekoeienziekte vermeden.
• Wanneer u zelf bloed hebt gekregen: 4 maanden wachten.

Daarnaast mogen sommige personen (tijdelijk) geen bloed geven omwille van een mogelijk gezondheidsrisico voor zichzelf:
• Wie minder dan 50 kg weegt mag nooit bloed geven.
• Na een hartinfarct of een beroerte of indien u lijdt aan een hart- en vaatziekte mag u geen bloed meer geven.
• Indien u lijdt aan een bloedstollingsziekte of antistollingsmiddelen moet nemen.
• Indien u diabetes hebt en met insuline wordt behandeld.
• Indien u kanker hebt gehad, mag u meestal geen bloed meer geven.
• Indien u een nierziekte hebt of een neurologische aandoening (bv. epilepsie) kan u uitgesloten worden;
• Na een chirurgische ingreep (inclusief een kijkoperatie) of een endoscopie: meestal 4 maanden wachten.
• Na een bevalling (ook een miskraam) of borstvoeding: 6 maanden wachten;
• U hebt koorts gehad: 15 dagen wachten;
• Na tandsteen- of tandverwijdering: 1 week wachten
• Ook mensen die bepaalde geneesmiddelen innemen, bepaalde vaccinaties hebben gekregen, allergisch zijn, kunnen tijdelijk geweigerd worden.

Twijfelt u of u in aanmerking komt om bloed te geven? Aarzel dan niet om in alle vertrouwen met de arts van het bloedtransfusiecentrum te overleggen.

Meer info: www.rodekruis.be




ad


pub