Screening voor postnatale depressie bij consultatie van het kind

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Een comité van de Amerikaanse vereniging voor pediatrie (AAP) adviseert om tijdens consultaties van pasgeborenen ook de moeder te screenen op post-natale depressie. De richtlijn bevat concrete tips voor huisartsen en pediaters. Depressie komt voor bij 5-25% van de zwangere vrouwen. Het betreft een spectrum van “baby blues” (waarbij 50-80% van de moeders de eerste dagen na de bevalling stemmingsschommelingen ervaren) tot ernstige depressie of zelfs psychose. Het risico neemt toe wanneer er sprake is van een voorgeschiedenis van depressie of bipolaire stoornis, het voorkomen van depressie in de familie, alcoholmisbruik, bij tienermoeders en in gezinnen met een lager inkomen (risico 40-60%). Depressie komt ook voor bij ca. 6-8% van de vaders.

Depressie bij een ouder kan de relatie tussen kind en ouder grondig verstoren, met negatieve gevolgen voor de hechting en de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Depressieve moeders geven ook minder borstvoeding.
Artsen in de eerste lijnen kennen de gezinssituatie vaak het best en zijn daarom het best geplaatst voor screening naar depressie.
De AAP stelt voor om de zogenaamde Edinburgh Postnatal Depression Scale te gebruiken bij de eerste screening. Het betreft een lijst met 10 vragen die de moeder zelfs vooraf kan invullen. Bij een score van 10 of meer of een positief antwoord op vraag 10 (zelfmoordgedachten) is de screening positief. Bij een score boven de 20 kan een crisisinterventie aangewezen zijn. In een latere fase kan een screeningsmethode met 2 vragen gebruikt worden, zoals: “In de afgelopen 2 weken…
1. Heb je je depressief, neerslachtig of hopeloos gevoeld?
2. Heb je weinig interesse of plezier in activiteiten?
Eén ja antwoord is een positieve screeningstest.
Bij de preconceptionele consultatie kunnen risicogezinnen worden opgespoord voor intensere opvolging.



verschenen op : 14/12/2010 , bijgewerkt op 09/08/2019


pub