Effect screening borstkanker kleiner dan gedacht

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws De WHO stelde in 2002 dat borstkankerscreening bij vrouwen van 50 tot 69 jaar het sterftecijfer met een kwart reduceert. Noorse onderzoekers zeggen echter dat het effect veel kleiner is. Ze publiceerden hun bevindingen op 23 september in The New England Journal of Medicine.
In Noorwegen is vanaf 1996 een screeningsprogramma voor borstkanker ingevoerd voor vrouwen tussen de 50 en 69 jaar. Het onderzoek maakt een onderscheid tussen vier groepen vrouwen: vrouwen die in de periode 1996-2005 elke twee jaar een mammografie kregen (de screeninggroep), vrouwen die in dezelfde periode nog niet werden gescreend, en twee controlegroepen uit de periode 1986-1995.
Van de 40.075 vrouwen die tussen 1986 en 2005 de diagnose borstkanker kregen, overleden er 4791 (12%) aan deze ziekte. In de screeninggroep was – vergeleken met de controlegroep – een afname in sterfte van 28 procent te zien. De vrouwen die niet werden gescreend, hadden 18 procent minder kans om aan borstkanker te overlijden dan de vrouwen uit de controlegroepen. Het nieuwe programma zorgde dus voor een afname van 10 procent in sterfte door borstkanker. Slechts een derde van deze afname werd door de screening zelf veroorzaakt, want andere factoren – waaronder een betere behandeling – waren ook van invloed op de uitkomst.
In een begeleidend commentaar wordt op basis van het Noorse onderzoek berekend dat 2500 vrouwen tien jaar lang moeten worden gescreend om één dode door borstkanker te voorkomen. De andere vrouwen hebben een grote kans op een vals-positieve uitslag of overbehandeling, met alle schadelijke gevolgen van dien.

N Engl J Med 2010; 363: 1203-10: Effect of Screening Mammography on Breast-Cancer Mortality in Norway
N Engl J Med 2010; 363: 1276-8: Screening Mammography — A Long Run for a Short Slide?






pub