Voor welke kankers bestaat vroege opsporing?

Laatst bijgewerkt: februari 2022
In dit artikel
Voor welke kankers bestaat vroege opsporing?

dossier

Voor bepaalde kankers bestaan vroege opsporingsmethoden, maar niet voor al die opsporingsmethoden bestaat voldoende wetenschappelijk bewijs dat ze ook werken. Bovendien heeft zo'n screening voor- en nadelen. Het is belangrijk om je goed te informeren, zodat je daarna een weloverwogen keuze kan maken.

Lees ook: Mogelijke tekenen en signalen van kanker

Bevolkingsonderzoeken

Voor sommige kankers is er voldoende bewijs dat vroege opsporing nut heeft.

De overheid biedt daarom momenteel voor drie kankers, waarvan voldoende bewijs bestaat dat vroege opsporing in bepaalde leeftijdsgroepen nut heeft, georganiseerde vroege opsporing of screening aan, ook wel ‘bevolkingsonderzoeken’ genoemd. Daarnaast is er ook het bevolkingsonderzoek voor aangeboren aandoeningen. Deze onderzoeken zijn gratis.

  1. Dikkedarmkanker
    De Vlaamse overheid organiseert een bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker voor alle mannen en vrouwen van 50 tot en met 74 jaar. Het onderzoek gebeurt tweejaarlijks aan de hand van een stoelgangtest.
  2. Borstkanker
    Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker wordt in ons land om de twee jaar aangeraden voor alle vrouwen van 50 tot 69 jaar. Het onderzoek gebeurt door het nemen van een mammografie.
  3. Baarmoederhalskanker
    De Vlaamse overheid raadt vrouwen van 25 tot en met 64 jaar aan om de drie jaar een uitstrijkje te laten nemen in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.

Lees ook: Overgewicht verhoogt het risico op kanker

Individuele vroege opsporing bij verhoogd risico

Voor andere kankers zijn wetenschappers het (nog) niet eens of vroege opsporing op grote schaal nut heeft. Toch is het mogelijk dat bepaalde personen in overleg met hun (huis)arts ook voor andere kankers aan vroege opsporing doen, ook al hebben ze geen specifieke klachten. Dat is dan meestal omdat zij een verhoogd risico op die kanker hebben. In die gevallen spreken we van individuele vroege opsporing. Vroege opsporing is een persoonlijke keuze. De voor- en nadelen verschillen per type kanker. 

  1. Borstkanker
    • Vooral vrouwen bij wie borstkanker in de familie voorkomt, lopen een groter risico om zelf borstkanker te krijgen. Afhankelijk van o.a. de verwantschap met deze familieleden kan dat risico gemiddeld, hoog of sterk verhoogd zijn. Volgende criteria zijn aanwijzingen voor een erfelijke vorm van borstkanker:
    - Twee of meer eerste- en/of tweedegraads verwanten (zowel mannelijk als vrouwelijk) aan moeders- of aan vaderszijde met borstkanker en/of eierstokkanker.
    - Een eerstegraads verwante (man of vrouw) met borstkanker voor de leeftijd van 50 jaar.
    - Een eerstegraads verwante met borstkanker en eierstokkanker.
    - Een eerstegraads verwante met borstkanker én een eerstegraads verwante met eierstokkanker.

    • Daarnaast hebben vrouwen die op jonge leeftijd een bestraling van het bovenlichaam kregen (radiotherapie met mantelveld) een sterk verhoogd risico.

    • Vrouwen met een verhoogde borstdensiteit, dus met zeer veel klierweefsel en weinig vetweefsel, behoren tot de categorie met een matig verhoogd risico.

    Deze vrouwen worden het best jaarlijks vanaf jonge leeftijd opgevolgd. Afhankelijk van het risico begint deze opvolging vanaf 30 of 40 jaar, of 5 jaar voor de leeftijd die het andere familielid had toen de borstkanker werd vastgesteld. Hierbij kan een mammografie, MRI of, in bepaalde gevallen, echografie worden gebruikt, of een combinatie van deze methodes. 

  2. Dikkedarmkanker
    Ben je jonger dan 50 of ouder dan 74 jaar, dan val je buiten de doelgroep van het Bevolkingsonderzoek. Toch kan een vroege opsporing in sommige gevallen verantwoord zijn wanneer je een verhoogd risico loopt.

    • Verhoogd risico omwille van een familiale belasting: Als één of meerdere van uw eerstegraadsverwanten (biologische ouders, kinderen, broers en zussen) dikkedarmkanker heeft of gehad heeft, heb je zelf een verhoogd risico op het ontstaan van dikkedarmkanker. Hoe jonger de getroffen persoon is, hoe groter het risico voor zijn omgeving. Raadpleeg je huisarts om dit met hem of haar te bespreken. 

    Genetische aandoeningen: Er bestaan zeldzame erfelijke vormen van darmkanker. Ongeveer 7 op de 100 gevallen van dikkedarmkanker zouden gerelateerd zijn aan deze erfelijke en genetische syndromen. Voorbeelden daarvan zijn familiaire adenomateuze polyposis (FAP), MUTUY geassocieerde polyposis (MAP en het Syndroom van Lynch).

    • Mensen met chronische darmontstekingen (Colitis Ulcerosa en ziekte van Crohn) hebben ook een verhoogd risico op het krijgen van dikkedarmkanker.

    Voorgeschiedenis van dikkedarmkanker: Mensen die al dikkedarmkanker hebben gehad in het verleden, hebben ook een verhoogde kans op het opnieuw krijgen van dikkedarmkanker en worden daarom ook - gedurende een lange tijd - opgevolgd door een specialist.

  3. Eierstokkanker
    Veralgemeende opsporing van eierstokkanker wordt in ons land niet aanbevolen.
    Vrouwen met een familiaal risico (moeder of zus met eierstokkanker of met een erfelijke vorm van borstkanker) kunnen wel een specifieke opvolging krijgen. Dit wordt geval per geval besproken met de gynaecoloog. 

  4. Prostaatkanker
    Systematische opsporing van prostaatkanker wordt niet aangeraden omdat de voordelen van een systematische opsporing door middel van een PSA-test vandaag niet opwegen tegen de nadelen. 

  5. Huidkanker
    Het is mogelijk om pigmentvlekken op de huid op te sporen om een eventuele melanoom te ontdekken. Deze onderzoeken naar huidkanker worden op dit moment niet systematisch aanbevolen voor alle mensen, maar kunnen zeer nuttig zijn bij mensen met een verhoogd risico.
    • Mensen met een zeer lichte huid die makkelijk verbrandt;
    • Mensen met talrijke pigmentvlekken (moedervlekken);
    • Mensen die tijdens hun kinderjaren ernstige zonnesteken hebben gehad;
    • Mensen met een lichte huid die, vooral in hun kindertijd, in een tropisch land hebben gewoond;
    • Mensen met een of meer gevallen van melanomen in de familie.
    Vraag je behandelende arts of dermatoloog om advies als je een risicopersoon bent.

    De opsporing bestaat uit een huidonderzoek met een dermatoscoop (soort van vergrootglas waarmee men rechtstreeks contact maakt met de huid). Als men een verdacht letsel ontdekt, is een verwijdering noodzakelijk. Met de microscoop kan de specialist onderzoeken of het om een melanoom gaat of om gezond letsel.

    Meer informatie: www.euromelanoma.org.

  6. Longkanker
    In ons land wordt veralgemeende screening op longkanker via een jaarlijkse lage dosis CT-scan momenteel niet aanbevolen. Toch gaan er stemmen op om, in navolging van bijvoorbeeld de US Preventive Services Task Force, bepaalde risicogroepen te screenen.

    • Personen die roken of gestopt zijn binnen een periode van 15 jaar;
    • Personen die tussen 55 en 80 jaar oud zijn en die 30 ‘pakjesjaren’ verzameld hebben, d.w.z.:
    - 1 pak per dag gedurende 30 jaar
    - OF 2 pakken per dag gedurende 15 jaar
    - OF 3 pakken per dag gedurende 10 jaar.

    Als je voldoet aan deze voorwaarden, kunt u met uw arts bespreken of een dergelijk onderzoek voor je zinvol is.

    Het Nederlands-Belgisch proefbevolkingsonderzoek naar longkanker (het NELSON-onderzoek) heeft aangetoond dat dankzij een CT-scan van de longen, de kans om aan longkanker te overlijden met bijna 26 procent verlaagd kan worden.

  7. Beroepskankers
    Voor sommige beroepen waarin men blootgesteld wordt aan kankerverwekkende stoffen of procedures, bestaan er aparte screeningprogramma’s. Een voorbeeld is de screening op neuskanker bij voormalige houtbewerkers die minstens 20 jaar aan houtstof zijn blootgesteld.

    Verder gelden voor werknemers die worden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen of procedures specifieke beschermingsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld jaarlijkse onderzoeken.

Lees ook: Controleer jezelf op huidkanker: waarop moet je letten?

Opsporing bij alarmsignalen

Als er bepaalde afwijkingen of klachten optreden, is het belangrijk om te weten of die te wijten zijn aan kanker of aan een andere ziekte. Dan is een onderzoek natuurlijk wél aangewezen.  We spreken dan niet meer over vroege opsporing, maar over een diagnostisch onderzoek. 

Lees ook: Wat is het verband tussen uw voeding en het risico op kanker?

Bronnen:
www.kanker.be
www.allesoverkanker.be
www.kwf.nl




Laat gehoorverlies je leven niet beïnvloeden. Laat gehoorverlies je leven niet beïnvloeden.
Phonak

De impact van gehoorverlies op onze levenskwaliteit wordt vaak onderschat. Test vandaag nog jouw gehoor met de gratis online hoortest.

Test nu je gehoor...

Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram