Slechtere gezondheid kind na medisch ingrijpen bij bevalling

Laatst bijgewerkt: april 2018
123-pasgeb-baby-04-18.jpg

nieuws

Kinderen die zijn geboren na medisch ingrijpen, bijvoorbeeld met weeënopwekkers, een vacuümpomp of een keizersnede, hebben vaker gezondheidsproblemen. Dat blijkt uit de analyse van gegevens van bijna 500.000 Australische kinderen van gezonde moeders die tussen 2000 en 2008 na een ongecompliceerde zwangerschap werden geboren. Het onderzoek verscheen in het wetenschappelijk magazine Birth.

Het is een wereldwijde tendens: steeds minder kinderen worden geboren met een normale bevalling. Zo stijgt het percentage kinderen dat met een keizersnede ter wereld komt gestaag. In Europa is dat nu 25 procent, in Australië 33 procent en Latijns-Amerika en de Caraïben spannen de kroon met 41 procent.  Ook de aantallen van ‘instrumentele bevallingen’ zoals tangverlossingen en vacuümpomp stijgen, net als de toediening van weeënopwekkers en andere farmaceutische interventies. 

In het onderzoek is alleen gekeken naar de bevallingen van gezonde vrouwen die gezonde kinderen zonder aangeboren afwijkingen kregen, en waarbij er tijdens de zwangerschap geen medische indicatie was voor het ingrijpen tijdens de geboorte. Slechts 38 procent van deze vrouwen had een normale bevalling zonder enige vorm van medisch ingrijpen. 

Uit de studie blijkt dat het risico dat een kind gezondheidsproblemen ontwikkelt significant groter is als er een medische interventie was tijdens de bevalling. Alle soorten geboorte-interventies worden gelinkt aan gezondheidsproblemen, maar de aard van de gezondheidsproblemen varieert per interventie. Uit het onderzoek blijkt wel dat hoe meer er ingegrepen is, hoe meer gezondheidsproblemen. Dus als er eerst weeënopwekkers zijn gegeven en vervolgens ook een (spoed)keizersnede nodig was, dan zijn de gezondheidsproblemen het grootst.

Het blijkt dat baby's geboren met een keizersnede vaker en erger last hadden van onderkoeling na de geboorte. Na een instrumentele geboorte waarbij eerst inleiding of weeënopwekking nodig was, hadden baby’s vaker geelzucht en voedingsproblemen. Na een keizersnede hadden kinderen meer kans op metabole ziekten, zoals diabetes en obesitas. Het risico op maag-en darmaandoeningen was het grootst bij kinderen waarvan de bevalling was ingeleid of gestimuleerd en na een geplande keizersnede. Alle vormen van geboorte-interventie gingen gepaard met een verhoogd risico op luchtweginfecties, metabole ziekten en eczeem. 

De microbioom hypothese
Een mogelijke verklaring is dat een vaginale geboorte de kans biedt om gezond microbioom (alle micro-organismen op en in ons lichaam) te ‘zaaien’ en dat de stress van een normale bevalling  een belangrijke invloed heeft op het programmeren van het immuunsysteem van het kind. Te weinig stress door geen weeën en een keizersnede en te veel stress door inleiding, opwekking of instrumentele geboorte kan lijden tot een chemische verandering van het DNA. Door deze chemische verandering kunnen bepaalde genen, en daarmee ook hun werking, aan- en uitgezet worden, en dit kan leiden tot uiteenlopende gezondheidsproblemen. Deze hypothesen worden verder onderzocht. 
In deze studie is een duidelijk verband aangetoond, maar het is nog te vroeg om te stellen dat de geboorte-interventies rechtstreeks leiden tot de slechtere gezondheid. Daar is verder onderzoek voor nodig. Toch ondersteunen de onderzoekers de oproep van de WHO om terughoudender te zijn met geboorte-interventies.  




pub