Een vernieuwende benadering van Alzheimer en andere cognitieve problemen

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Eric Salmon van het UZ Luik krijgt de Prijs De Beys 2014 wegens zijn vernieuwende aanpak van de ziekte van Alzheimer en andere cognitieve stoornissen. Met zijn methode richt hij zich eerder op de mogelijkheden dan op de tekorten van de patiënt.
De neuroloog Eric Salmon leidt de Geheugenkliniek van het Universitair Ziekenhuis van Luik (CHU). Hij krijgt de prijs omwille van zijn specifieke benadering van mensen die lijden aan de ziekte van Alzheimer of die kampen met andere cognitieve stoornissen. Hij vertrekt vanuit de mogelijkheden en niet vanuit de tekorten van deze patiënten. De onderzoeker toont aan dat zij vaak relatief autonoom kunnen leven, ook als de ziekte al gevorderd is. Voorwaarde is dat ze hun manier van leven en die van hun omgeving aanpassen.

Eric Salmon: “Bij cognitieve stoornissen of geheugenproblemen bestaat de neiging om de tekorten te benadrukken: alles wat de patiënt niet meer kan, de problemen die hij heeft. Hij krijgt al snel het etiket ‘Alzheimer’ opgekleefd, alsof hij, van de ene op de andere dag niet meer kan functioneren. Nochtans blijven veel mogelijkheden intact en dit nog lang na de diagnose. Die capaciteiten kunnen aangesproken worden, op voorwaarde dat een aantal gewoonten verandert en dat gedrag en strategieën worden aangepast. Dat onderzoeken wij in de Geheugenkliniek.”
In deze methode, maken professor Salmon en zijn team eerst een grondige evaluatie, niet alleen van wat de persoon niet meer zo goed kan, maar vooral van de mogelijkheden die nog intact zijn. “We zoeken dan naar aanpassingsstrategieën die in het dagelijks leven kunnen worden toegepast, rekening houdend met de prioriteiten van de patiënt. Want er moeten keuzes worden gemaakt: door de ziekte kan de patiënt niet alles doen zoals voorheen. Het gaat om een oplossing op maat. Als een kaartje leggen met vrienden echt belangrijk is in het leven van de patiënt, dan zoeken we aangepaste strategieën die dit mee blijven mogelijk maken.”
“Het kan gaan om kleine, eenvoudige dingen waar niet altijd aan wordt gedacht. Een voorbeeld: paradoxaal genoeg zijn het net mensen met geheugenproblemen die zelden een agenda gebruiken! Want de agenda staat voor hen voor hun professionele loopbaan en die ligt achter hen. Ze denken dat ze geen agenda meer nodig hebben. Of ze gebruiken hem verkeerd: je kan het gebruik ervan aanpassen aan de nieuwe levensomstandigheden. We zetten met de patiënten en hun naasten ook een routine op, via een progressief leerpatroon, om het dagelijks leven beter te organiseren.”

De rol van de omgeving is essentieel bij dit proces. “Omdat de familie ook haar gedrag moet aanpassen. Anders winden ze zich op voor niets en roepen ze de hele tijd uit: ‘Maar ik heb je al twintig keer uitgelegd hoe je de decoder moet aanzetten!’. Dat verergert het probleem onnodig. En inderdaad, iets herhalen, tien keer of honderd keer, heeft geen zin. Je moet er iets anders op vinden. Er zijn technieken om moeilijke klippen te omzeilen, om te spelen met semantische associaties, om analogieën te bedenken, om de mogelijkheden die nog (meer) intact zijn aan te spreken, zoals het langetermijngeheugen, of om procedures te volgen. Als een nieuwe verpleegster zich voorstelt als Astrid, dan dreigt ze dat vaak te zullen moeten herhalen. Maar als ze zegt dat ze dezelfde voornaam heeft als de echtgenote van koning Leopold III, dan kan dat al veel beter gaan…”
“We hebben een overeenkomst met het RIZIV, dat ons project erkend heeft. Er zijn nu twaalf regionale expertisecentra in België. We werken in het bijzonder op concepten van plasticiteit van de hersenen en van cognitieve reserve: vertraagt het feit van gevarieerde activiteiten te blijven doen en sociale contacten te blijven onderhouden de voortgang van de ziekte, en tot op welke hoogte? Op dit moment is dit slechts een hypothese in de wetenschappelijke wereld, maar ze wordt ernstig bestudeerd.”



verschenen op : 14/02/2015 , bijgewerkt op 06/08/2019


pub