Hyperventilatie: beangstigend maar niet gevaarlijk

Laatst bijgewerkt: mei 2019

dossier

Hyperventilatie betekent dat je te snel en/of te diep ademt. Hierdoor komt er enerzijds meer zuurstof in het bloed en adem je anderzijds meer koolstofdioxide (CO2) uit. Vooral dit laatste kan een aantal klachten teweegbrengen, omdat koolstofdioxide de zuurtegraad van het bloed beïnvloedt. Door het (valse) gevoel van ademnood en de beangstigende verschijnselen ga je soms nog sneller en/of dieper ademen, waardoor de klachten nog erger worden.

Hyperventilatie is geen ziekte en het is niet gevaarlijk. Maar het kan wel beangstigend zijn en verward worden met andere aandoeningen zoals een hartinfarct of hartritmestoornissen.

Sommige mensen krijgen deze klachten maar één keer in hun leven, bij anderen keert hyperventilatie regelmatig terug.

zie ook artikel : Langzaam ademhalen tegen stress

Acute en chronische hyperventilatie

123-man-hypervent-psyche-angst-stress-04-19.png
Er zijn twee types hyperventilatie: acute en chronische hyperventilatie. 
• Bij een acute aanval van hyperventilatie kan de ademhaling plots hoorbaar versnellen en vaak kan men deze ook niet meer onder controle houden. 
• Bij chronische hyperventilatie ademt men systematisch op de verkeerde manier en hyperventileert men dag en nacht, meestal zonder de versnelde of verdiepte ademhaling op te merken, en zonder dat er een acute aanval optreedt. De klachten zijn vager en minder hevig dan bij een acute aanval, maar zijn wel bijna voortdurend aanwezig. Hierdoor zijn soms lange onderzoeken nodig voor de oorzaak wordt gevonden. 

zie ook artikel : Stress test

Hoe ontstaat hyperventilatie?

Als we ademen, dan ademen we zuurstof (O2) in en ademen we koolstofdioxide (CO2) uit. De balans tussen het gehalte aan zuurstof en het gehalte aan koolstofdioxide in het lichaam is dan in evenwicht. De ademhaling past zich normaal aan bij wat we doen: rustige ademhaling bij rust en snelle ademhaling bij sporten.

Als je hyperventileert, adem je sneller en/of dieper zonder dat je lichaam behoefte heeft aan meer zuurstof, waardoor er meer zuurstof in je bloed komt en je meer koolstofdioxide uitademt. Deze veranderingen in het bloed lokken allerlei symptomen uit, die weer voorbijgaan als de ademhaling terug normaal wordt.

Hyperventilatie is geen ziekte en het is niet gevaarlijk. Maar er is altijd een onderliggende oorzaak.

• Hyperventilatie is meestal een reactie op angst, stress of emotioneel geladen situaties, bijvoorbeeld een begrafenis, een traumatische ervaring zoals een inbraak of een heftige discussie met de partner. Het lichaam maakt dan stresshormonen aan, zoals adrenaline. Het is eigenlijk een instinctieve reactie van ons lichaam op gevaar, een soort overlevingsreflex die we van onze verre voorouders meekregen. Voor hen was hyperventileren heel nuttig in levensbedreigende situaties, zoals een confrontatie met een wild beest.

• Hyperventilatie kan ook een onderdeel zijn van een paniekaanval. Een paniekaanval is een intense aanval van angst en spanning en kan als heel heftig ervaren worden.

• Ook overbelasting en oververmoeidheid kunnen een rol spelen. Sommige mensen kunnen ook last krijgen van hyperventilatie bij zware lichamelijke inspanning.

Persoonlijkheidskenmerken of leefwijze
Sommige mensen zijn gevoeliger voor hyperventilatie dan anderen. Mensen die gemakkelijk angstig zijn en bezorgd over kleine dingen zijn bijvoorbeeld meer vatbaar voor hyperventilatie. Ook mensen die perfectionistisch ingesteld zijn of mensen met een snelle levenswijze die gejaagd zijn, hebben er meer last van. Ook iemand met aanleg voor claustrofobie is gevoeliger.

Hormonale invloeden 
In de tweede helft van de menstruele cyclus ligt het CO2-gehalte in het bloed lager. Dat kan ervoor zorgen dat vrouwen in die periode gevoeliger zijn voor hyperventilatieklachten.

Hyperventilatie door een lichamelijke oorzaak
Bij sommige ziekten ontstaat hyperventilatie zonder dat angst een rol speelt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij verzuring van het bloed, wat kan optreden bij mensen met een nierziekte of met suikerziekte (diabetes). Hyperventilatie kan ook ontstaan door zuurstofgebrek als gevolg van een hart-of longziekte, zoals astma of COPD (chronische obstructieve longziekte).

Wat zijn de symptomen van hyperventilatie?

Bij een acute aanval van hyperventilatie kan je last krijgen van:
• snelle en diepe ademhaling;
• gevoel van kortademigheid;
• snelle polsslag, hartkloppingen; 
• benauwd gevoel, pijn of druk op de borst; 
• draaierig gevoel of duizeligheid, het gevoel flauw te zullen vallen;
• misselijkheid, beven en zweten;
• tintelingen in vingers en rond de mond;
• prop in de keel, droge mond, strak gevoel rond de mond; 
• verkrampen van de vingers en tenen;
• paniekgevoelens.

Bij chronische hyperventilatie zijn de klachten veel minder uitgesproken en vager. De meest voorkomende verschijnselen zijn dan:
• frequent zuchten en geeuwen;
• vermoeidheid;
• hoofdpijn;
• concentratiestoornissen;
• slapeloosheid;
• een opgeblazen gevoel; 
• rug- en buikpijn;
• pijnlijke steken in de borst;
• een angstig gevoel.

Wat kan je doen bij een acute aanval?

Een aanval is vaak vrij beangstigend. Over het algemeen ontstaat ook een paniekerig gevoel, omdat men aan een hartinfarct denkt. Toch is een aanval van hyperventilatie niet echt gevaarlijk. Hij is namelijk altijd van voorbijgaande aard, duurt zelden langer dan tien minuten en brengt geen blijvende schade toe aan de organen.

Wie eenmaal een aanval van hyperventilatie heeft gehad, is vaak bang om dit nog eens mee te maken. Door deze angst en de daarbij behorende spanningen, neemt de kans op herhaling echter alleen maar toe.

Om een acute aanval onder controle te krijgen, is het belangrijk om rustiger te ademen.

• Als je een aanval voelt opkomen, probeer je dan te ontspannen. Ontspan nek en schouders en concentreer je op jouw ademhaling. Doe dit door rustig door je neus in te ademen gedurende 3 a` 4 seconden. Hou je lippen op elkaar. Laat de lucht die je hebt ingeademd langzaam tussen je lippen weggaan en doe dit ongeveer 6 a` 7 seconden. Tel in gedachten langzaam mee: in 2-3-uit-2-3-4-5-6 in-2-3-uit-2-3-4-5-6, enzovoort. 
Meestal adem je dan vanzelf rustiger. Helaas gaat een aanval van hyperventilatie vaak gepaard met een paniekerig gevoel, waardoor het in de praktijk niet zo evident is om spontaan rustiger te ademen.

• Als dat niet helpt, kan je een plastic of papieren zakje voor neus en mond houden en de daarin uitgeademde lucht, die rijk is aan CO2, opnieuw inademen. Door deze methode een à twee minuten toe te passen wordt een deel van het koolzuurgas weer ingeademd, waardoor de klachten verdwijnen.
Eventueel kan je ook in- en uitademen in de kom van je handen.
Behalve een plastic zakje als noodmaatregel, kan je ook een stuk tuinslang nemen van ongeveer een halve meter. Wanneer je daardoor in- en uitademt, zal je bij elke ademhaling eerst de lucht inademen die nog in de slang zit, dus de lucht die je net hebt uitgeademd.

• Voor wie op een discretere manier een aanval onder controle wil krijgen, is in de apotheek een specifiek apparaatje verkrijgbaar.

• Bij sommige mensen helpt extra beweging. Zo kan een aantal keer diep door de kniee¨n buigen of op en neer springen een manier zijn om de gestegen hoeveelheid zuurstof in het bloed op te vangen en meer koolzuurgas op te nemen, en zo de symptomen van hyperventilatie te voorkomen.

• Zing een liedje of lees hardop: daardoor ga je juister ademhalen en krijgt hyperventilatie minder kans.

Als een persoon in je omgeving hyperventileert, kan je zelf het best zo rustig mogelijk blijven. Spreek de persoon op een ontspannen manier toe en geef geruststellende boodschappen. Probeer vervolgens om samen de ademhaling weer onder controle te krijgen.

Hyperventilatie kan worden verward met andere aandoeningen zoals hartinfarct, hartritmestoornissen en longoedeem. 

Wanneer een arts raadplegen?

Na een eerste aanval is het verstandig om een arts te raadplegen. Hij zal nagaan of je inderdaad met hyperventilatie te maken had en niet met een andere aandoening. Meent de arts dat er sprake is van hyperventilatie, is er verder onderzoek nodig om deze diagnose te bevestigen.

Neem ook contact op met je huisarts als:
• je een beklemd gevoel op de borst hebt dat niet weggaat;
• je erg benauwd bent;
• je denkt dat het niet door hyperventilatie komt;
• de maatregelen die je zelf neemt niet helpen;
• je herhaaldelijk een aanval krijgt. 

Hoe kan hyperventilatie behandeld worden?

123-zak-hypervent-psyche-angst-stress-04-19.png

Om nieuwe aanvallen te vermijden, moeten de eigenlijke oorzaken worden aangepakt. 

• Probeer na te gaan waarom bepaalde situaties spanningen oproepen. Het kan zijn dat je je niet bewust bent van angst of spanningen, maar dat je wel last heeft van de verschijnselen. 

• Het kan helpen wanneer je opschrijft in welke situaties je de verschijnselen krijgt.

• Leer een correcte ademhaling
Bij steeds weerkerende klachten kan het nodig zijn dat je ademhalingsoefeningen doet waarbij je leert ademhalen door de buik. Zit in een stoel en probeer alleen met de buik te ademen. Je kan dit het best controleren door de handen op de buik te houden. Eventueel kan je iemand anders laten toekijken. Volg daarbij volgend ritme: inademen -2-3, uitademen -5-6-7-8-9 / in 2-3, uit 5-6-7-8-9 enzovoort. Per tel neemt je ruim een seconde. 

In het begin is het belangrijk dat je deze vorm van ademhaling twee keer per dag vijftien minuten oefent. 

Je kan, bijvoorbeeld bij chronische hyperventilatie, ook ademhalingsoefeningen volgen onder begeleiding van een kinesist. Daarbij zal ook gewerkt worden aan een correcte houding. Bij chronische hyperventilatie werken de hulpademhalingsspieren te vaak en treedt vaak een eerder gebogen houding op. Regelmatig je rug rechten en een goede zithouding aannemen, is een belangrijk onderdeel van de behandeling. 

• Ontspanningsoefeningen
Als de hyperventilatie in de hand wordt gewerkt door angst, stress of bedreigende situaties, zullen ook deze moeten worden aangepakt. Dit kan onder meer met ontspanningsoefeningen, door individuele begeleiding of via groepsgesprekken. 

• Psychologische begeleiding
Indien angst of stress aan de basis ligt, kan ook een of andere vorm van gedragstherapie nuttig zijn. Bespreek dit met jouw huisarts. 

• Kalmeermiddelen bieden geen oplossing. De meeste hebben slechts een tijdelijk effect en bovendien riskeert men er afhankelijk van te worden. 

zie ook artikel : Hartcoherentie als antwoord op stress, burn-out en hyperventilatie

Bronnen:







pub