Hoe moet u uw woning ventileren?

Laatst bijgewerkt: september 2016
123-verluchten-raam-deur-fris-170-11.jpg

nieuws Hoe u uw woning moet ventileren is afhankelijk van het type en de ouderdom van de woning en of er al dan niet een ventilatiesysteem aanwezig is. Bij nieuwbouwwoningen en grotere verbouwingen is een ventilatiesysteem verplicht.

Ventilatie bij een bestaande woning zonder ventilatiesysteem
Basisventilatie is voortdurend nodig. Als uw woning geen ventilatiesysteem heeft, dan kunt u ventileren door ramen op een kier te zetten (met een raamstopper) of in kipstand te plaatsen, een klapvenstertje open te zetten (zorg wel voor inbraakbeveiliging), of met een open ventilatierooster. De hoeveelheid ventilatielucht hangt dan af van de weersomstandigheden.
Een venster een paar uur wijd open zetten is onvoldoende. Het effect is immers na ongeveer twintig minuten verdwenen en bovendien gaat warmte en dus energie verloren.
Ramen die voortdurend op een kier staan zorgen wel voor warmteverlies. Daarom is het beter te investeren in nieuwe ramen of vensters met een ventilatierooster of een ventilatierooster in de buitenmuur of boven het venster.

Ventilatie bij renovatie – kleine verbouwing
• Isoleren
Wanneer u een oudere woning isoleert, wordt uw woning meer luchtdicht. U sluit immers spleten en kieren in het dak en de muren waarlangs warmteverlies optreedt ook af. Zo sluit u ook natuurlijke luchtopeningen af.
Zorg er daarom voor dat er geventileerd kan worden na het plaatsen van de isolatie. Een systeem met natuurlijke toevoer (systeem A of C, zie verder) is meestal het eenvoudigste systeem om in een bestaande woning te integreren.
• Vervangen van ramen of vensters
Als er nieuwe ramen geplaatst worden in ruimten waar buitenlucht moet toegevoerd worden zoals slaapkamers of de woonkamer (in de “droge ruimten” van de woning), dan moeten er regelbare toevoeropeningen in muren of vensters geplaatst worden of mechanische aanvoer voorzien worden.
Als enkel het glas vervangen wordt, moet er geen toevoer voorzien worden in droge ruimten, maar dit wordt wel aangeraden.

Nieuwe woning of grote verbouwing
Sinds 2006 is een ventilatiesysteem verplicht voor nieuwbouw en grotere verbouwingen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Elke woning moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat per uur en per vierkante meter vloeroppervlakte 3,6 m3 lucht moet kunnen toe- en afvoeren.
Daarom moet u in elke ruimte een minimum aan ventilatie voorzien:
• in de droge ruimtes een regelbaar toevoerrooster voor natuurlijke toevoer in de vensters of buitenmuren; of een toevoerrooster voor mechanische toevoer;
• in de tussenruimtes roosters in de binnendeuren of –muren of spleten onder de binnendeuren (minstens de ruimte om een potlood onder het deurblad te schuiven);
• in de natte ruimtes een verticaal afvoerkanaal voor natuurlijke afvoer of een mechanische afvoer;
• in de ventilatienorm wordt ook aanbevolen om in het stooklokaal boven- en onderventilatie te voorzien, met de openingen diagonaal tegenover elkaar.
Bouwers of verbouwers mogen zelf kiezen welk ventilatiesysteem ze willen toepassen.

Ventilatiesystemen

Een ventilatiesysteem kan volledig natuurlijk zijn (systeem A), volledig mechanisch (systeem D) of een combinatie van beide (systeem B en C). Informeer bij uw architect of aannemer voor de keuze van een ventilatiesys- teem voor uw woning.

Systeem A: Volledig natuurlijk ventilatiesysteem

Systeem A biedt een natuurlijke toevoer van verse lucht via toevoerroosters in ramen of deuren en natuurlijke afvoer van vervuilde lucht via natuurlijke afvoerkanalen. De luchtverversing is afhankelijk van wind en drukverschillen tussen binnen en buiten.
• Verse buitenlucht komt binnen via ventilatieroosters in ramen, vensters of muren.
• De lucht stroomt door via roosters in binnendeuren en –muren of spleten onder de deuren.
• Vervuilde en vochtige lucht wordt afgevoerd via verticale afvoerkanalen met regelbare roosters.
Voordelen van dit systeem zijn dat het goedkoop is, eenvoudig te installeren en weinig onderhoud vergt.
Nadelen zijn dat het minder regelbaar is, dat het het minst energiezuinig is en dat er geluidshinder van de buitenomgeving kan optreden.

Bij de keuze van ventilatieroosters, de plaatsing en het onderhoud ervan, moet u rekening houden met een aantal aandachtspunten.

Keuze en plaatsing
• Voorzie per m2 vloeroppervlakte een ventilatieopening met een oppervlakte van 10 cm2.
• Plaats de roosters minstens 1,8 meter (bij voorkeur 2,4 meter) boven de vloer; zo vermijdt u tocht- en koudeklachten.
• Kies voor zelfregelende roosters. Die gaan meer dicht bij felle wind.?
• Kies voor roosters met akoestische demper als u in een zone woont met veel omgevingslawaai (bv. van verkeer). Een muurrooster is dikker dan een raamrooster en dempt het geluid beter.
• Plaats de roosters weg van de straatzijde.

Onderhoud
• Kies gemakkelijk te reinigen roosters.
• Controleer in het begin de ventilatieroosters elke maand, zodat u kunt inschatten hoe snel ze vuil worden.
• Maak ze regelmatig schoon met een stofzuiger (best om de 1 tot 3 maanden).
• Sluit de roosters nooit volledig.

Systeem D: Volledig mechanische ventilatie

Een volledig mechanisch systeem gebruikt twee elektrische ventilatoren, één voor de aanvoer van verse lucht één voor de afvoer van de vervuilde lucht. In droge ruimtes zoals de woonkamer of slaapkamer is er toevoer van verse lucht door middel van een ventilator. Via roosters in deuren of muren of via spleten onder binnendeuren stroomt de lucht naar de natte ruimten zoals de badkamer en de keuken. In die natte ruimten wordt de lucht door middel van een ventilator afgevoerd en naar buiten getransporteerd.

Voordelen
• Een deel van de warmte van de afgevoerde lucht kan worden gebruikt om de koude buitenlucht op te warmen (warmteterugwinning). Warmteterugwinning betekent dat bij het ventileren de warmere afgevoerde lucht via een warmtewisselaar de toegevoerde koudere lucht voorverwarmt. Warmteterugwinning is een energiezuinige oplossing.
• Een beter regelbare ventilatie voor verschillende weersomstandigheden
• Er kunnen filters geïnstalleerd worden (bv. tegen pollen)

Nadelen
• Energieverbruik door elektrische ventilatoren
• Meer onderhoud nodig
• Mogelijk geluidshinder door te weinig aandacht voor de akoestiek.
Een doeltreffende ventilatie start bij een zorgvuldig ontwerp, een optimale dimensionering, die rekening houdt met de grootte en de verdeling van de ventilatie over de verschillende ruimtes (componenten, plaats van de buizen en openingen, enz.) en een goede installatie.

Roosters
Omdat verse lucht van buiten komt, is de kwaliteit van de buitenlucht bepalend voor die van de binnenlucht. De keuze van de plaats van de roosters voor de luchttoevoer is dus van groot belang.
• Plaats de roosters niet in de buurt van een vervuilingsbron (bv. niet in de voorgevel aan een drukke straat, maar eerder in de achtergevel, weg van een parking, een afvalverzamelplaats).
• Plaats ze minstens 2 meter van een luchtafvoeropening, rookgasafvoer of dampkapafvoer.
• Overweeg bijkomend filtering van de lucht als u aan een drukke weg woont.
• Kies voor de luchttoevoer voor fijnfilters van klasse F5 tot F7. Die filteren fijn stof en pollen. Laat deze eventueel
voorafgaan door een groffilter (bv. G3), om te hoog oplopende drukverliezen bij vervuiling ter hoogte van de fijnfilter te vermijden.

Kanalen
• Leg de kanalen zo aan dat u ze makkelijk kan schoonmaken.?
• Kies voor gladde, ronde kanalen met ruime diameter en gladde bochten.
• Zorg voor afrondingen in de bochten als u toch rechthoekige kanalen gebruikt.
• Gebruik zo weinig mogelijk flexibele kanalen.
• Plaats flexibele kanalen best uitsluitend op gemakkelijk bereikbare en met zo weinig mogelijk bochten in de slang zodat u ze toch kan schoonmaken.
• Afvoerkanalen moeten een voldoende grote diameter hebben: ongeveer 10 cm voor toilet, 15 cm voor keuken.
• Beperk drukverliezen in de leiding: vermijd bochten, vernauwingen, flexibele verbindingen.

Akoestiek
Besteed bij de keuze van een ventilatiesysteem veel aandacht aan mogelijke geluidshinder.
• Kies voor een geluidsarm systeem: gebruik voldoende grote kanalen.
• Zorg voor geluid beperkende maatregelen (bv. dempers in de eindkanalen).
• Kies voor geluidsarme ventilatoren, ook bij gebruik van hogere standen van het systeem (besteed hier vooral in de slaapkamers veel aandacht aan).
• Plaats de ventilator ver van rustige ruimtes (bv. niet in de slaapkamer).

Gebruik en onderhoud
• Zorg dat u op de hoogte bent van het gebruik, de werking en onderhoud van het systeem. Vraag daarom een handleiding en plan. Onderhoud en reiniging zijn essentieel om het systeem performant te houden.
• Zet het systeem nooit uit (tenzij in noodgevallen of voor onderhoud).
• Sluit roosters nooit helemaal, ook niet in de winter.?
• Zet het systeem in een hogere stand als dat nodig is, bv. bij koken en douchen of als er veel mensen in huis aanwezig zijn (of kies voor een vraaggestuurd systeem).
• Openingen voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van vervuilde lucht (systeem B en C) reinigt u best om de 1 tot 3 maanden.
• Doorstroomopeningen zoals roosters in deuren en muren reinigt u best om de 1 tot 3 maanden.
• Afvoeropeningen (systeem C en D) reinigt u best om de 1 tot 3 maanden.
• Zorg er bij ontwerp en plaatsing voor dat onderdelen die regelmatig moeten onderhouden of gereinigd worden gemakkelijk bereikbaar zijn.
• Kies een gebruiks- en onderhoudsvriendelijk systeem waarbij u gemakkelijk filters kan vervangen (zorg dat ze gemakkelijk bereikbaar zijn) en eventuele warmtewisselaars kan schoonmaken.
• Sluit eventueel een onderhoudscontract af voor het onderhoud van het ventilatiesysteem. Schakel in elk geval om de één tot drie jaar een installateur in om:
- de installatie te inspecteren en als dat nodig is de kanalen, toevoer en afvoer te reinigen;
- de instellingen te controleren en als dat nodig is bij te regelen;
- de ventilatoren te reinigen.
• Vraag na bij de fabrikant of installateur van het systeem hoe vaak filters best vervangen worden, gewoonlijk is dit om de 6 maanden. Een systeem waarbij een indicatie(lampje) aangeeft dat het tijd is om de filter te vervangen of te reinigen, maakt het onderhoud eenvoudiger.

Systemen B en C: Gemengde systemen

Bij een systeem C gebeurt de toevoer van verse lucht op natuurlijke wijze via toevoer roosters in vensters/muren. Een elektrische ventilator zorgt voor de mechanische afvoer van vervuilde lucht uit de natte ruimtes.
Een systeem B werkt precies om-gekeerd: de toevoer gebeurt mechanisch en de vochtige lucht wordt op natuurlijk wijze uit de natte ruimtes afgevoerd. Systeem B wordt in de praktijk zelden toegepast.
De doorstroming van lucht verloopt in beide systemen via roosters in binnendeuren of -muren of spleten onder de binnendeuren.
Voordelen zijn dat dit goedkoper is dan een systeem D, en, in vergelijking met systeem A, in verschillende weersomstandigheden een betere ventilatie toelaat.
Nadelen zijn dat het duurder is dan systeem A en dat elektrische ventilatoren energie gebruiken.

Bij systeem C en D is een vraaggestuurd systeem aan te bevelen. Het reageert automatisch op de ventilatiebehoefte in huis. Sensoren meten bv. het CO2-gehalte of het vochtgehalte in de binnenlucht. Het systeem zorgt voor minder ventilatie als er minder CO2 of vocht in de binnenlucht is, en voor meer ventilatie als er meer CO2 of vocht is in de binnenlucht. Gestuurde ventilatie zorgt ervoor dat het systeem energiezuiniger werkt.

zie ook artikel : Waarom moet u uw huis ventileren en verluchten?

zie ook artikel : Waarom is frisse en gezonde lucht in huis belangrijk?

Bronnen:
• Vlaamse overheid / Departement Leefmilieu, Natuur en Energie / Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid
www.lne.be/campagnes/bouw-gezond/bouw-gezond/ventileren%20/ventilatiesystemen
• Energieprestatie en Binnenklimaat (EPB)
www.energiesparen.be
www.meeroverepb.be
www.binnenklimaat.be
www.beterventileren.be






pub