Hoe verloopt een immunotherapie tegen insectengif?

Laatst bijgewerkt: mei 2012
allergietesten-arm-wit-170_400_03.jpg

nieuws Bij een allergie voor insectengif wordt de inspuitbare vorm of subcutane immunotherapie (SCIT) gebruikt waarbij kleine hoeveelheden van het insectengif onderhuids worden ingespoten.

• In een eerste fase, de instelfase, wordt een kleine dosis van het (gezuiverd) bijen- of wespengif onderhuids ingespoten in de arm. Deze injecties worden gedurende 6 tot 12 weken wekelijks toegediend, waarbij de dosis wekelijks wordt verhoogd, tot het hoogst nodige niveau is bereikt. Dat komt ongeveer overeen met 2 bijensteken of een 10-tal wespensteken.
• Na de instelfase worden de injecties om de 4 à 6 weken gegeven en dit gedurende minstens 3 jaar. Dit is de onderhoudsfase.
In samenspraak met de behandelende arts kan het grootste deel van de injecties tijdens de onderhoudsfase door de huisarts worden gegeven.
• Bij een zeer ernstige allergie voor bijen of wespen kan een versnelde procedure gevolgd worden met vier of vijf injecties per dag. Dit vereist wel een opname in het ziekenhuis.

Duur van de behandeling
Om een effect op lange termijn bij volwassenen te bekomen, is een behandelingsduur van 3 tot 5 jaar aangewezen. Het stopzetten van de immunotherapie moet individueel bepaald worden. Bij kinderen is een minimale behandelingsduur van 18 maanden aangewezen.
De kans dat men na een nieuwe steek in de eerste drie jaar na het stoppen van de behandeling toch een overgevoeligheidsreactie krijgt, wordt op 5 à 10% geschat. Hoe langer de behandeling geleden is, hoe hoger de kans op een overgevoeligheidsreactie. Deze reactie is meestal wel milder dan voor de behandeling.

Een levenslange behandeling, waarbij om de 6 maanden een injectie wordt toegediend, kan overwogen worden bij:
• patiënten met voorgeschiedenis van ernstige anafylaxie, mastocytosis (dit is een zeldzame aandoening door een teveel aan mestcellen in de weefsels en organen van het lichaam) of een verhoogd serumtryptase in het bloed (wat kan wijzen op een verhoogd risico op een allergische reactie);
• patiënten die tijdens de behandeling systemische reacties vertoonden;
• bij patiënten met honingbijen-allergie,
• bij ouderen
• patiënten met een blijvend sterk positieve huidtest.

Voorzorgsmaatregelen en mogelijke bijwerkingenq
• In het begin kan er vermoeidheid optreden. Daarom moet intense sportbeoefening, zware arbeid, sauna, een warm bad of overmatig alcoholgebruik vermeden worden in de eerste drie uur na de injectie.
• Vaak treden milde en eerder onschuldige en voorbijgaande lokale reacties op op de injectieplaats (zwelling, pijn…). Deze reacties treden meestal op in de eerste minuten na de injectie, maar kunnen ook pas enkele uren later optreden.
• Soms kunnen ook veralgemeende reacties optreden, zoals jeuk, neusloop, buikpijn enz.
• Er bestaat altijd een risico op zeer ernstige allergische reacties tot zelfs levensbedreigende anafylaxie. De kans op ernstige bijwerkingen is bij een insectenallergie het grootst in de instelfase. Vandaar dat wordt aangeraden dat er een volledige reanimatieset en een arts getraind in reanimatieprocedures aanwezig is tijdens de behandeling. Ook wanneer een versneld schema wordt toegepast, is de kans op ernstige reacties vrij groot. Vandaar dat deze behandeling alleen in een ziekenhuis wordt toegepast.
• Inname van alcohol, sterke fysieke activiteit, inname van antihypertensiva of een infectie verhogen de kans en de ernst van een systemische nevenwerking bij behandeling van insectenallergie en moeten dus vermeden worden.
• Indien u begint met een immunotherapie moet u steeds aan uw arts meedelen of en welke genesmiddelen u inneemt. Ook tijdens de behandeling moet u de arts steeds melden als u nieuwe geneesmiddelen moet nemen.
Beta-blokkers voor hoge bloeddruk mogen bijvoorbeeld niet ingenomen worden tijdens de behandeling.
• Indien u verkouden bent, zich griepachtig voelt, koorts hebt of onlangs ziek geweest bent of gevaccineerd bent (bv. voor reizen), moet de behandeling minstens één week uitgesteld worden.
• Het wordt afgeraden om de immunotherapie op te starten gedurende de zwangerschap. Eenmaal de onderhoudsdosis bereikt is, mag de kuur wel verder gegeven worden.


Bronnen
- UZ Gent - www.allergie.ugent.be/Allergie.htm
- Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutiche Informatie - www.bcfi.be
- Nederlands Huisartsengenootschap - nhg.artsennet.nl
- Juryrapport Consensusvergadering ‘Doelmatige behandeling van allergische aandoeningen (rhinoconjunctivitis, astma, anafylaxie op hymenopteragif), anafylaxie en angio-oedeem’ RIZIV 2010 - www.riziv.fgov.be



verschenen op : 23/06/2012


pub