TBC is terug van weggeweest

Laatst bijgewerkt: mei 2015
longen-tbc-170_400_02.jpg

nieuws Tbc is wereldwijd de grootste doder onder de infectieziektes, vooral in derdewereld landen. Ook in de westerse landen wordt de ziekte opnieuw meer en meer vastgesteld. Dat heeft verschillende redenen:
• de groeiende armoede in de steden;
• de moeilijke toegang tot gezondheidsvoorzieningen;
• druggebruik;
• immigratie van mensen vanuit landen waar tbc frequent voorkomt.
Ook in België stijgt het aantal nieuwe TBC-gevallen sinds 2009, nadat het jarenlang was gedaald. In 2010 werd de ziekte bij 1.122 personen vastgesteld, dat zijn er meer dan 3 per dag.
Net als in het buitenland zien we dat TBC drie tot vier keer meer voorkomt in de grotere steden, zoals Brussel en Antwerpen.
Migratie wordt eveneens vaak aangehaald als een van de oorzaken voor de ziekte hier. Doordat migranten vaker in de illegaliteit terechtkomen, wordt de ziekte niet vroeg genoeg opgespoord. Maar het zijn niet hoofdzakelijk migranten die de ziekte hebben. De verdeling tussen Belgen en niet-Belgen is ongeveer fifty-fifty.

Hoe wordt TBC overgebracht?
Tuberculose wordt gewoonlijk overgebracht via de lucht. Als iemand met besmettelijke longtuberculose hoest, niest, lacht, of zelfs praat komen bacteriën vrij in de lucht. Door het inademen hiervan kunnen andere personen geïnfecteerd worden. De bacteriën kunnen in kleine, donkere, afgesloten ruimtes enkele dagen in leven blijven. Een goede ventilatie en het binnenlaten van veel zonlicht (UV-stralen) zullen de bacteriën snel uit de lucht verwijderen. Besmetting in de open lucht is daarom onwaarschijnlijk.

Een goede hoesthygiëne verkleint de kans dat anderen besmet geraken. De zieke hoest met de hand voor de mond in een papieren zakdoek en wendt het gezicht af.
De bacteriën worden niet overgedragen via aanraking, seksueel contact, bloed, handdruk, zoen, gebruik van hetzelfde glas, bord of hetzelfde toilet.

Wanneer is een persoon met tuberculose besmettelijk?
Tuberculose kan alleen overgebracht worden door mensen die besmet zijn én die een actieve tuberculose hebben, die met andere woorden ziek zijn.

In de meerderheid van de gevallen (90%) geeft een infectie geen ziekteverschijnselen. De bacteriën blijven latent of slapend aanwezig in de longen en er ontstaat een soort balans tussen de bacteriën en het eigen immuunsysteem. Het lichaam houdt de bacteriën onder controle. De persoon zelf merkt hier niets van en heeft dan ook geen klachten of symptomen. De tuberculinehuidtest zal dan positief zijn, maar de longfoto normaal. Vanaf dat moment spreken we van een latente tuberculose-infectie.

Iemand die besmet is maar niet ziek, kan nooit iemand anders besmetten.
Iemand met besmettelijke longtuberculose is na enkele weken correcte behandeling niet langer besmettelijk. De persoon is wel nog ziek en heeft nog een hele tijd medicatie en opvolging nodig, maar zolang de geneesmiddelen correct wordt ingenomen zal hij/zij niemand meer besmetten.

Symptomen van tuberculose

De meest voorkomende klachten bij tuberculose zijn:
• een aanslepende hoest, vaak met fluimen
• verminderde eetlust
• gewichtsverlies
• pijn aan de borstkas
• (hoge) koorts
• nachtzweten
• vermoeidheid
Opgelet: deze klachten zijn weinig typisch en treden niet allemaal tegelijk op. Het is zelfs mogelijk dat iemand geen van deze klachten vertoont en toch tuberculose doormaakt.

Wie kan tuberculose krijgen ?
Iedereen kan deze ziekte doormaken.
Jonge kinderen en mensen met een verminderde weerstand zijn veel vatbaarder voor tuberculose.

Risicofactoren
• de besmettelijkheid (open longletsel en afwezigheid van behandeling),
• de frequentie van blootstelling aan besmettingsbron,
• de woonomstandigheid (groot aantal mensen in kleine, weinig verluchte plaatsen met weinig zonlicht).
• minder gezonde voeding,
• overmatig gebruik van alcohol of drugs,
• bepaalde ziekten (stoflong bij voormalige mijnwerkers, diabetes, kanker)

Risicogroepen
• gedetineerden,
• asielzoekers, illegalen…
• sociaal marginalen, daklozen…
• mensen met verminderde immuniteit (HIV-seropositiviteit, hoogbejaarden).
• mensen afkomstig uit risicolanden

Hoe kan tuberculose voorkomen worden?

Door het snel opsporen van mensen met een besmettelijke tuberculose en deze zo snel mogelijk goed te behandelen met antibiotica kan overdracht vermeden worden. Bij mensen met verdachte klachten moet daarom zo snel mogelijk een diagnose worden gesteld .
Ook een goede hoesthygiëne helpt besmetting te voorkomen: hoesten met de hand voor de mond met gebruik van een papieren zakdoek en afgewend hoofd.

Andere preventieve maatregelen zijn ventilatie en verlichting. Het openen van de ramen zorgt ervoor dat bacteriën wegwaaien en het binnenlaten van zonlicht doodt de bacterie in enkele uren. Onrechtstreeks daglicht doet hier iets langer over.

Een besmettelijke persoon wordt soms gedurende een aantal weken opgenomen in een ziekenhuis. De zieke krijgt een aparte kamer waar o.a. een negatieve luchtdruk heerst, de zogenaamde isolatie-kamer. Na twee tot drie weken behandeling is de besmettelijkheid van de zieke meestal zo laag geworden dat de persoon zonder gevaar voor zijn/haar omgeving weer naar huis en aan het werk kan.

Soms wordt besloten om de zieke thuis te behandelen van in het begin. Mits het naleven van enkele eenvoudige maatregelen: hoesthygiëne, buiten de dagelijkse contacten of gezinsleden beperkt bezoek, dichtbevolkte ruimten vermijden, contact met baby’s en jonge kinderen vermijden, goed verlichten en verluchten van de ruimten. Soms wordt het dragen van een mondmasker aangeraden.

Opsporing van contacten
Elk geval van tuberculose moet door elke arts binnen de 24u verplicht gemeld worden. Als er bij iemand een besmettelijke vorm van tuberculose wordt vastgesteld, zal er meestal een contactonderzoek georganiseerd worden. Hierbij wordt gezocht naar personen die met de besmette persoon in contact zijn geweest en eventueel met tuberculose bacteriën zijn geïnfecteerd.

Via het “ringprincipe” zal eerst een kleine “ring” mensen onderzocht worden, mensen die een heel hechte band hebben en dagelijks in nauw contact staan met de besmettelijke patiënt bv. gezinsleden,… Als in deze eerste groep besmettingen worden gevonden, zal het onderzoek uitgebreid worden met de volgende “ring” zoals directe collega’s, klasgenoten of goede vrienden, leden van een sportvereniging, een afdeling van een ziekenhuis.

Het kan 2 à 3 maanden duren voor een besmetting kan aangetoond worden. Daarom zal vaak een tweede onderzoek plaatsvinden na 2 à 3 maanden.
Iemand die de patiënt langere tijd niet heeft ontmoet zal maar éénmaal onderzocht worden.
Het onderzoek gebeurt aan de hand van een tuberculinehuidtest, een klein prikje in de huid van de voorarm. Het doel van de test is het opsporen van een recente besmetting met tuberculose.

Deze intradermotest is niet gevaarlijk, ook niet voor jonge kinderen of zwangere vrouwen.
Wanneer er bij de aflezing een duidelijke verhevenheid en verharding van de huid voelbaar is, wil dit zeggen dat u in contact bent geweest met iemand die tuberculose had.
Bij een positieve tuberculinetest moet een longfoto genomen worden om na te gaan of u al dan niet tuberculose hebt ontwikkeld. Wanneer de longfoto normaal is, bent u besmet maar (nog) niet ziek.
Bij een positieve test zal u waarschijnlijk gedurende zes maanden antibiotica moeten innemen. Bij een afwijkende longfoto (met letsels van tuberculose) moet een behandeling gestart worden met minstens drie medicamenten.
Deze medicijnen moeten heel stipt en gedurende verschillende maanden ingenomen worden.

Risicopersonen worden getest
In ons land worden bepaalde risicopersonen getest op TBC. Het gaat met name om:
Personen afkomstig uit landen waar tuberculose veel vaker voorkomt dan in België
Concreet worden twee doelgroepen gescreend: ‘asielzoekers’ en ‘nieuwkomers’.
Een asielzoeker wordt op het moment van zijn asielaanvraag aangeboden om een longfoto te laten nemen. Zwangere vrouwen en kinderen onder de vijf jaar worden later uitgenodigd voor een tuberculinehuidtest of een longfoto na de bevalling.
Elke asielzoeker die in Vlaanderen verblijft, krijgt twee controlelongfoto’s aangeboden binnen het jaar na zijn asielaanvraag: na 6 maanden en na 1 jaar.
Een asielzoeker die langer dan 1 jaar na zijn asielaanvraag in Vlaanderen verblijft, wordt niet meer op systematische wijze gescreend. Wanneer iemand echter klachten heeft of er bestaat een klinisch vermoeden op tuberculose, kan die persoon steeds bij de VRGT terecht voor verder onderzoek.

Een nieuwkomer is elke niet-Belg die zich inschrijft in het vreemdelingenregister voor een periode van minstens 3 maanden. Elke nieuwkomer die uit een land komt waar tuberculose veel voorkomt, heeft recht op een eenmalige screening na aankomst in België. Dit zijn in de praktijk alle landen, behalve West-Europa, Noord-Amerika, Canada, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland.

Druggebruikers
Intraveneuse druggebruikers zijn een risicogroep voor tuberculose omwille van de slopende invloed die het druggebruik op de immuniteit heeft.
Naast Brussel worden in Vlaanderen Antwerpen en Gent als risicogebieden weerhouden waar druggebruikers zo veel mogelijk worden getest.

• Dak- en thuislozen en andere maatschappelijk kwetsbare groepen
Ook hier concentreert de screening zich op Brussel, Gent en Antwerpen.

• Gedetineerden
Gevangenen hebben een verhoogd risico op tuberculose omdat ze in een gesloten instelling leven, die soms overbevolkt of onvoldoende geventileerd is en omdat gevangenen vaak behoren tot andere bevolkingsgroepen met een verhoogd risico op tuberculose. Bovendien hebben personen die in de gevangenis belanden soms ook buiten de gevangenis een beperkte toegang tot de gezondheidszorg.

TBC kan perfect genezen

Tuberculose kan volledig genezen worden met antibiotica. De behandeling moet gedurende minstens 6 maanden worden genomen en bestaat meestal uit 3 à 4 geneesmiddelen (tuberculostatica). Wanneer de bacteriën ongevoelig blijken te zijn voor één (of meer) van de gebruikelijke tuberculostatica, kan de arts besluiten de behandeling voort te zetten met een aangepast behandelingsschema.

Belangrijk is alle voorgeschreven geneesmiddelen regelmatig en steeds op hetzelfde tijdstip in te nemen en de behandeling niet voortijdig af te breken. Zoniet kan de ziekte terugkomen en bestaat het risico dat het nu om een veel moeilijker te behandelen vorm gaat (omdat de bacteriën dan ongevoelig zijn geworden voor bepaalde antibiotica: ‘resistentie’).

Meer info
www.vrgt.be
www.zorg-en-gezondheid.be

zie ook artikel : Tuberculose - TBC






pub