Reizigersdiarree: oorzaken, symptomen en behandeling

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

dossier

Gemiddeld 30 tot 40 procent van de toeristen die hun vakantie in een tropisch of subtropisch gebied doorbrengen, krijgt last van reizigersdiarree of 'turista'. In de meeste gevallen is de aandoening vrij onschuldig, maar ze kan een vakantie wel behoorlijk vergallen. Af en toe betreft het een ernstigere diarree, waarvoor een specifieke behandeling met antibiotica kan aangewezen zijn, of waarbij een ziekenhuisopname nodig is om met behulp van infusen vocht toe te dienen.


Een aantal hygiënische maatregelen kunnen het risico op (ernstige) reizigersdiarree doen afnemen, maar nooit helemaal voorkomen.


De belangrijkste maatregel in geval van diarree is het voorkomen van uitdroging (hydratatie). Voor sommige reisbestemmingen en sommige reizigers met een verhoogd risico op ernstige diarree (bv. zwangeren, kleine kinderen, chronisch zieken...) nemen het best van hieruit antibiotica mee om die indien nodig snel te kunnen innemen. Bespreek dat vooraf met je arts. Een correcte (zelf)behandeling kan de ziekteduur verkorten en in sommige gevallen een ziekenhuisopname vermijden

zie ook artikel : Hoe reizigersdiarree voorkomen?

Oorzaken van reizigersdiarree

123m-wc-toilet-papier-diaree-01-17.jpg
De oorzaak van reizigersdiarree is meestal een infectie door een bacterie, soms ook een virus of een parasiet. Infectie met meerdere kiemen tegelijk is eveneens mogelijk. De meest frequente veroorzakers van reizigersdiarree zijn: Enterotoxigene Escheria coli (ETEC) (30- 40 %) en Enteroaggregatieve E. coli (EAEC) (20-35 %) , Shigella (5-15 %), Salmonella (4-10 %), Norovirus, Shigella en Campylobacter jejuni.

De infectie treedt op na het eten van voedsel dat is besmet met uitwerpselen of na het drinken van met stoelgang (fecaal) verontreinigd water. Bij minder goede hygiënische omstandigheden is de kans op fecale vervuiling van voedsel en drinkwater erg groot. Verschillende besmettingswegen zijn denkbaar: onvoldoende scheiding van afval- en drinkwater, bemesten van de grond met menselijke uitwerpselen, ontoereikende bewaringstechnieken, wassen van groenten en fruit met besmet water, vliegen die de besmetting overbrengen op het voedsel, minder strikte normen m.b.t. persoonlijke hygiëne, enz. Ook zwemwaters zijn vaak verontreinigd.

zie ook artikel : Voeding & hygiëne: Voedselvergiftiging: hygiene helpt voorkomen

Symptomen van reizigersdiarree

Reizigersdiarree treedt meestal op tijdens de eerste week van het verblijf, gemiddeld al na de derde dag. In de meeste gevallen blijft reizigersdiarree beperkt tot een milde aandoening die meestal na enkele dagen spontaan geneest. Wat niet wegneemt dat diarree de verdere werk- of vakantieplannen gedurende één à twee dagen ernstig kan dwarsbomen.

De belangrijkste symptomen zijn een frequente, waterige ontlasting, krampen en misselijkheid.

Zo'n 15 % van de patiënten is ernstiger ziek en heeft ook last van koorts en een bloederige ontlasting.

Behandeling van reizigersdiarree

Reizigersdiarree geneest praktisch altijd spontaan na enkele dagen. Of je bij reizigersdiarree geneesmiddelen moet gebruiken, is afhankelijk van de ernst van de diarree en de omstandigheden.

1. Behandeling van matig hinderlijke diarree

123-toiletpapier-rol-trap-nacht-wc-03-17.jpg
Het gaat hier om een diarree met waterige stoelgang, soms lichte krampen, maar zonder alarmsignalen zoals bloederige stoelgang of hoge koorts (meer dan 38,5 °C). 
Hydratatie
De belangrijkste behandeling van diarree is het compenseren van het vochtverlies door middel van vocht met voldoende zout en suiker. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Zuiver water volstaat niet omdat dit grotendeels opnieuw verdwijnt met de stoelgang in plaats van door het lichaam te worden opgenomen.

- Commerciële zout-suikeroplossingen, b.v. O.R.S., Serolyte, Soparyx, Tropenzor, enz.: dit is vooral aangewezen bij kinderen, kwetsbare personen en ouderen ( ± 70 jaar)
- Zelf samen te stellen: 8 afgestreken koffielepels suiker en een koffielepeltje zout per liter vloeistof, best een mengsel van zuiver water of verdunde thee met fruitsap of geplette banaan.

Omwille van het risico voor fouten en de gevolgen hiervan wordt voor kinderen afgeraden om zelf de vloeistof samen te stellen, maar steeds de kant-en-klare ORS-preparaten mee te hebben.

Voor volwassenen is gelijk welke niet-besmette vloeistof adequaat, bijvoorbeeld: thee + citroen, bouillon, frisdranken (bij voorkeur zonder gas) en fruitsap (geen appelsap) met zoute koekjes of chips.
Vasten is meestal zinloos; bij afwezigheid van braken blijft men best een normale hoeveelheid licht verteerbaar voedsel innemen, verdeeld over frequentere maar kleinere maaltijden. Kies mager vlees of vis met gekookte groenten (geen rauwkost) en rijst, deegwaren of geroosterd brood. Geschikte fruitsoorten zijn rijpe bananen en geraspte appelen.

Bij zuigelingen en kleine kinderen worden volgende maatregelen aanbevolen:
  • Borstvoeding kan ongewijzigd verdergezet worden. Tussen de borstvoedingen in kan men orale rehydratatie vloeistof (O.R.V.), afgewisseld met zuiver water geven.
  • Flesvoeding wordt de eerste 6 uur vervangen door voldoende O.R.V. : 10 - 15 ml per uur en per kg. Daarna kan de gebruikelijke voeding hernomen worden, met toevoeging van 20 % vocht. Dit kan gebeuren door het toevoegen van water aan de melk of door het toedienen van vocht tussen de voedingen in.
  • Bij braken dient O.R.V. dikwijls en in zeer kleine hoeveelheden toegediend te worden, bijvoorbeeld met een theelepeltje.

Het is belangrijk te weten dat de inname van O.R.V. de diarree niet noodzakelijk doet afnemen, en soms zelfs schijnbaar doet toenemen.

Darmtransitremmers
Bij hinderlijke diarree of in situaties zoals bus- of vliegtuigreizen, wanneer diarree om comfortredenen beter vermeden wordt, kan je een dramtransitremmer (Loperamide, bv. Imodium) nemen. 

Loperamide geneest de diarree niet, maar verlicht  enkel de symptomen: het vermindert het aantal ontlastingen.
  • Belgische experts adviseren een voorzichtige dosis van 1 capsule of instant tablet na elke losse ontlasting, met een maximum van 4 capsules per dag (dit is een lagere dosering dan aangegeven op de bijsluiters!). Indien dit geen effect heeft, mag men de dosis niet verhogen.
  • Zodra de stoelgang vaster wordt of indien er meer dan 12 uur geen stoelgang optreedt, moet men de toediening stopzetten.
  • Zeker niet langer dan 3 dagen gebruiken.

LET OP:

  • Bij zwangeren en tijdens borstvoeding wordt loperamide afgeraden.
  • Bij kinderen dient men uiterst voorzichtig te zijn met loperamide, en bij kinderen onder de 6 jaar is het volledig af te raden.
  • Ook bij bloederige stoelgang of bij hoge koorts met buikkrampen, mag je geen loperamide gebruiken. De diarree is immers een beschermingsmechanisme van het lichaam om zo snel mogelijk de verwekker kwijt te raken.

Bij kinderen kan aanvullend aan een behandeling met een rehydratie-oplossing een van de volgende behandelingen gebruikt worden om het aantal ontlastingen te verminderen:

  • Racecadotril (Tiorfix): mag niet toegediend worden aan kinderen jonger dan 3 maanden.
  • Probiotica (lactobacillus (Lacteol).
  • Saccharomyces boulardii (Enterol). 

Antibiotica worden ingeval van gewone diarree door Belgische reisexperts afgeraden.

Van andere geneesmiddelen tegen diarree (zoals de zogenaamde absorbentia en adstringentia) of van geneesmiddelen die de darmflora zouden bevorderen, is de doeltreffendheid niet bewezen. 
Niet aangeraden zijn in elk geval behandelingen met antispasmodica, probiotica, preparaten op basis van klei, zwarte kool enzovoort.

externe link : Tropischinstituut.be

2. Behandeling van ernstige diarree (bacteriële dysenterie)

123-darm-AB-bacflora-diarre-allerg-09-18.jpg
Ernstige diarree (meestal veroorzaakt door bacteriële dysenterie) is diarree (meer dan 6 ontlastingen per 24 uur, zeker wanneer ook nachtelijke ontlastingen optreden) die gepaard gaat met:
  • hoge koorts (meer dan 38,5 °C gedurende meer dan 24 u);
  • en/of bloederige of slijmerige stoelgang;
  • en/of hevige krampen.
Bij ernstige diarree raadpleeg je het best een arts ter plaatse. Raadpleeg zeker een arts indien de symptomen niet verbeteren binnen de 48 uur. Bij kinderen, zwangeren, kwetsbare personen (bv. diabetes) en ouderen ( ± 70 jaar) moet je sneller medische hulp zoeken.

OPGELET BIJ KOORTS
Elke temperatuurstijging (vanaf 38°C in de oksel) langer dan 24 uur die zich voordoet tijdens of tot drie maanden na een verblijf in een streek waar malaria voorkomt – ook zonder andere klachten - moet als malaria-aanval worden beschouwd, tot het tegendeel bewezen is. Raadpleeg zo snel mogelijk een arts.

Hydratatie

Zoals hierboven beschreven.

Geen loperamide 

Bij bloederige stoelgang of bij hoge koorts met buikkrampen, mag je geen loperamide gebruiken. Indien je loperamide hebt genomen, moet je die behandeling stoppen. 

Antibiotica 

Tracht bij ernstige diarree steeds een arts ter plaatse te raadplegen. Wanneer dit echt niet mogelijk is, kan je op eigen initiatief met een antibioticum starten. Bij hele kleine kinderen moet in elk geval medische hulp worden gezocht vooraleer het antibioticum op te starten. Neem deze antibiotica vanuit België mee in uw reisapotheek voor noodgevallen bij een reis naar risicogebied.

zie ook artikel : Antibiotica bij reizigersdiarree

3. Behandeling ernstige diarree door amoebendysenterie of giardiasis

Bij ernstige diarree gaat het heel soms om een amoebendysenterie of een infectie met Giardia lamblia.

Amoebendysenterie geeft een minder acuut beeld dan een bacteriële dysenterie. In deze gevallen heeft men meestal normale stoelgang, met wat slijmetter en/of bloed, ofwel slijmerige/bloederige diarree, ofwel dikwijls kleine beetjes stoelgang, soms met valse stoelgangnood, meestal geen of weinig koorts.

In het geval van Gardiasis heeft men meestal aanslepende diarree, zonder bloed of slijmen, geen koorts, een gebrek aan eetlust en/of buiklast. 

Behandeling 

  • hydratatie
  • geen loperamide
  • anti-amoebenbehandeling 
  • anti-giardibehandeling 


Raadpleeg zo mogelijk een arts ter plaatse. Avontuurlijke reizigers of reizigers die langdurig onderweg zijn, zonder mogelijkheid om snel een arts te raadplegen, kunnen van huis uit een noodbehandeling voor amoebendysenterie en/of giardi meenemen.

Risico op reizigersdiarree

De kans op turista hangt nauw samen met de reisbestemming, de reisomstandigheden, en de graad van immuniteit van de reiziger. 

Reisbestemming 

Voor wat betreft de reisbestemming, wordt een onderscheid gemaakt tussen gebieden met een laag, een middelmatig en een hoog risico op het doormaken van reizigersdiarree

  • Laag risico (< 8% bij een verblijf van min. 1 maand): USA, Canada, Noord- en Centraal-Europa, Australië en Nieuw-Zeeland
  • Middelmatig risico (8- 20%): Japan, Korea, Zuid-Afrika, Israël, de meeste eilanden van de Caraïben, het Middellandse Zeebekken, de eilanden in de Stille Oceaan en Latijns-Amerika
  • Hoog risico (20- 55%): zuidelijk Azië, sommige tropische delen van Zuid-Amerika, sommige eilanden in de Caraïben (Haïti en Dominikaanse Republiek) en bijna heel Afrika. 


Reisomstandigheden
 

  • Avontuurlijke reizigers die in 'primitieve' omstandigheden reizen, of verblijven in lokale 'guesthouses' of bij vrienden of familie, lopen uiteraard méér risico op turista dan reizigers in luxehotels.
  • Ook bij lange reizen (langer dan 3-4 weken) verhoogt de kans op diarree. 


Persoonlijke gevoeligheid
 

  • Reizigers uit landen met een hoge hygiënische standaard zijn het meest gevoelig voor reizigersdiarree.
  • Bij herhaald reizen of bij langere verblijven in de tropen of subtropen, neemt deze gevoeligheid af. Vermoedelijk verwerft men na enige tijd een zekere graad van immuniteit tegen de verwekkers van reizigersdiarree.
  • Om die reden hebben kinderen en jonge volwassenen meer kans op het doormaken van reizigersdiarree.
  • Ook mensen met een chronische maagdarm-aandoening of een verminderde maagzuurproductie (door ziekte of behandeling) lopen mogelijk een verhoogd risico op turista omdat zij minder weerstand kunnen bieden tegen eventuele kiemen die het maagdarmstelsel binnendringen. Mensen die maagzuurremmers (PPI) nemen, wordt aangeraden om die, in overleg met hun arts, te verminderen of te stoppen tijdens een reis naar (sub)tropische landen.

Bronnen: 
www.itg.be



verschenen op : 15/02/2019 , bijgewerkt op 06/08/2019