Baarmoederhalskanker: symptomen, diagnose en behandeling

Laatst bijgewerkt: augustus 2022

dossier Baarmoederhalskanker (of cervixkanker) is in België de vijfde belangrijkste kanker bij de vrouw (na borst-, colon-, eileider- en rectumkanker). Elk jaar worden in België ongeveer 700 à 800 vrouwen getroffen door een invasieve baarmoederhalskanker die niet tijdig werd opgespoord. Deze vorm van kanker ontwikkelt zich nochtans geleidelijk op basis van zogenaamde prekankerletsels. In deze lange precancereuze fase zorgen systematische uitstrijkjes voor de ontdekking van verdachte letsels en de vroegtijdige behandeling ervan.

Wat is baarmoederhalskanker?

Baarmoederhalskanker is kanker van de baarmoederhals of cervix. Dat is het onderste versmalde gedeelte van de baarmoeder dat is verbonden met de vagina via een kleine opening, langswaar het menstruatiebloed uitvloeit.

De baarmoederhals ondergaat veranderingen gedurende het leven van de vrouw (puberteit, zwangerschap, menopauze, enz.). Tijdens de zwangerschap blijft de baarmoederhals bijvoorbeeld stevig gesloten om de foetus binnenin de baarmoeder te houden. Wanneer de bevalling zich aankondigt, opent de baarmoederhals zich tot ongeveer 10 cm zodat de baby kan worden geboren.

Het buitenste deel van de baarmoederhals en het binnenste deel van de baarmoederhals zijn door middel van een kwetsbaar gebied met elkaar verbonden. Dit overgangsgebied is waar meestal baarmoederhalskanker ontstaat. 

In tegenstelling tot vele andere vormen van kanker is baarmoederhalskanker niet erfelijk.

Hoe ontstaat baarmoederhalskanker?

123m_baarmoederhalskanker_hpv_2022.jpg

Baarmoederhalskanker wordt altijd veroorzaakt door een virus, het humaan papillomavirus (HPV) genoemd. Het virus bestaat uit veel verschillende typen. Sommige typen van dit virus zijn in staat om de normale cellen in het slijmvlies op de grens van de baarmoederhals en de baarmoedermond te veranderen in afwijkende cellen. Dat proces gaat heel langzaam: tussen het allereerste begin en het uiteindelijk ontstaan van baarmoederhalskanker kan wel 10-15 jaar liggen.

In het begin ontwikkelt zich een aantal afwijkende cellen. Bij toename van deze afwijkende cellen ontstaat een voorstadium van baarmoederhalskanker. Als dit niet wordt behandeld, ontstaat uiteindelijk baarmoederhalskanker.

Een invasieve kanker wordt immers voorafgegaan door precancereuze letsels (CIN = cervical intra-epithelial neoplasia). De ernst van de CIN bepaalt de waarschijnlijkheid van een evolutie naar een invasieve kanker. De meeste CIN1-letsels verdwijnen spontaan, terwijl de mogelijkheid dan een CIN3 invasief wordt, boven 10% ligt.

Het is niet duidelijk of de pil of hormonen van invloed zijn op het ontstaan van baarmoederhalskanker. Hier wordt nog steeds onderzoek naar gedaan. De onderzoeksresultaten tot nu toe vormen echter geen reden tot ongerustheid.

Lees ook: Baarmoederhalskanker DEEL 2 : Humaan papillomavirus (HPV)

CIN1: Licht afwijkende baarmoederhalscellen 
Meer dan de helft van de vrouwen met dit resultaat behoeft geen behandeling aangezien de abnormale cellen waarschijnlijk spontaan gaan verdwijnen.

CIN2: Matig afwijkende baarmoederhalscellen 
Er is meer kans dat abnormale cellen ingedeeld als CIN2 gaan ontaarden. Bijgevolg zullen vrouwen met dit resultaat doorgaans aangeraden worden terug te komen voor een behandeling om het abnormale gebied te verwijderen en zodoende de kans op het ontwikkelen van baarmoederhalskanker te verminderen.

CIN3: Sterk afwijkende baarmoederhalscellen 
Er is veel kans dat abnormale cellen ingedeeld als CIN3 gaan ontaarden. Bijgevolg zullen alle vrouwen met dit resultaat aangeraden worden terug te komen voor een behandeling om het abnormale gebied te verwijderen en zodoende de kans op het ontwikkelen van baarmoederhalskanker te verminderen.


Wie kan baarmoederhalskanker krijgen?

Iedere vrouw die met HPV is besmet, kan met deze ziekte worden geconfronteerd.
De ziekte komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar vooral bij vrouwen tussen de 30 en 50 jaar en bij vrouwen tussen de 65 en 85 jaar.
Vrouwen met een HPV-infectie die roken hebben bijna twee keer zoveel kans op het ontwikkelen van baarmoederhalskanker ten opzichte van niet-rokende vrouwen met HPV. Het verhoogde risico wordt veroorzaakt door de stoffen in sigarettenrook die direct effect hebben op bepaalde cellen in de baarmoederhals. Deze cellen vormen een deel van het afweersysteem van het lichaam en helpen met het bestrijden van een HPV infectie. In vrouwen die gestopt zijn met roken lijken deze cellen weer normaal te worden zonder enige behandeling.
Vrouwen met een verzwakt afweersysteem kunnen niet gemakkelijk een HPV-infectie opruimen. Daarom komt baarmoederhalskanker vaker voor bij vrouwen met hiv en aids en bij vrouwen die medicatie nemen die het immuunsysteem onderdrukt.
Een slechte voeding kan ook een risicofactor zijn, omdat men dan niet de noodzakelijke voedingsstoffen binnenkrijgt om het afweersysteem sterk en gezond te houden.


Soorten baarmoederhalskanker

Invasief plaveiselcelcarcinoom van de baarmoederhals is wereldwijd de vaakst voorkomende baarmoederhalskanker en de meest verspreide kwaadaardige tumor van de vrouwelijke geslachtsorganen. Deze kanker begint waarschijnlijk onder de vorm van een CIN die in een tijdsspanne van meerdere jaren gaandeweg verergert om te ontaarden in een in-situcarcinoom (wat betekent dat de kankercellen niet doorgedrongen zijn tot het dieper gelegen weefsel van de baarmoederhals) en naderhand in een invasief carcinoom (stadium waarin de kanker doorgedrongen is tot het dieper gelegen weefsel van de baarmoederhals). Deze ziekte komt het vaakst voor bij oudere vrouwen, maar wordt alsmaar vaker bij jongere vrouwen vastgesteld. 

Adenocarcinoom is een andere kankersoort van de baarmoederhals die hoofdzakelijk verband houdt met het HPV-18. Deze kanker is moeilijker op te sporen wegens de ligging ervan. Deze baarmoederhalskankersoort komt minder vaak voor maar is agressiever omdat deze kanker de neiging heeft vroegtijdiger uit te zaaien. De globale overlevingskans is geringer dan bij plaveiselcelcarcinoom. Wat de leeftijdsgroep betreft, is er geen significant verschil ten opzichte van plaveiselcelcarcinoom en ook de risicofactoren zijn gelijkaardig.

Wat zijn de symptomen van baarmoederhalskanker?

Veranderingen aan de cellen van de baarmoederhals geven niet onmiddellijk klachten. Het eerste verschijnsel van baarmoederhalskanker is meestal een ongewone, bloederige afscheiding. Soms zijn het alleen maar wat bruine veegjes.

Een ongewone bloeding kan zijn:


  • een contactbloeding: er kan een bloeding optreden tijdens of vlak na geslachtsgemeenschap.
    Bij vrouwen die de pil gebruiken komen ook contactbloedingen voor, zonder dat er afwijkingen aan de baarmoedermond zijn.
  • een bloeding of wat bloederige afscheiding tussen 2 menstruaties in.
  • een bloeding na de overgang. Als een vrouw ongeveer 1 jaar niet meer ongesteld is geweest, is zo'n bloeding geen gewone ongesteldheid.
    Laat je bij een ongewone bloedingen onderzoeken door de huisarts.


Kan baarmoederhalskanker in een vroeg stadium opgespoord worden?

Precancereuze letsels vallen op te sporen met een uitstrijkje (PAP-test) . Dat is een eenvoudige en pijnloze test, uitgevoerd door een huisarts of een gynaecoloog.
In Vlaanderen wordt de screening via een uitstrijkje aangeraden voor alle vrouwen van 25 tot en met 64 jaar en dat om de drie jaar.


Lees ook: Uitstrijkje van de baarmoederhals (of PAP-test) in 11 vragen

Wat zijn de overlevingskansen bij baarmoederhalskanker?

De overlevingskansen bij baarmoederhalskanker lopen sterk uiteen, afhankelijk van het stadium waarin de ziekte wordt ontdekt.

Er zijn 4 stadia bij baarmoederhalskanker:

  • stadium I: de tumor beperkt zich tot de baarmoederhals.
  • stadium II: de tumor is doorgegroeid tot in het steunweefsel of het bovenste deel van de vagina.
  • stadium III: de tumor is verder doorgegroeid tot aan de bekkenwand of in het onderste deel van de vagina.
  • stadium IV: de tumor is buiten het bekken gegroeid of doorgegroeid in de blaas of in de endeldarm. Ook bij uitzaaiingen in bijvoorbeeld longen of botten gaat het om stadium IV.


De 5-jaarsoverleving (hiermee bedoelt men dat iemand 5 jaar na de behandeling in leven is) bedraagt gemiddeld:

  • stadium I: ongeveer 75–90%
  • stadium II: ongeveer 55–70%
  • stadium III: ongeveer 30–50%
  • stadium IV: ongeveer 5–20%


Hoe wordt baarmoederhalskanker behandeld?

De behandeling hangt af van het stadium van de ziekte.

Precancereuze letsels

In een heel vroeg, precancereus stadium en als er een kinderwens bestaat, zijn er meerdere technieken om de afwijkende cellen te verwijderen:

  • een gedeeltelijke chirurgische amputatie van de baarmoederhals (conisatie of kegelbiopsie): Er wordt een kegelvormig weefselstukje uit de baarmoederhals gesneden om de abnormale cellen te verwijderen.
  • cryotherapie of behandeling met koude. Bij deze ingreep wordt een klein metalen plaatje afgekoeld tot vriestemperatuur en dan op het abnormale gebied van de baarmoederhals geplaatst om de abnormale cellen te vernietigen.
  • laser. Er wordt een laser gebruikt om de abnormale cellen uit te branden.
  • LEEP: Dit is de meest eenvoudige behandeling, waarbij een kleine metalen lus wordt gebruikt om de abnormale cellen te verwijderen. De baarmoeder zelf blijft intact.

Lees ook: Gynaecologisch onderzoek , colposcopie en ev behandelingen

Kanker

De behandeling van kleine kankers gebeurt meestal door verwijdering van de baarmoeder (hysterectomie). Bij grotere gezwellen moeten ook naburige weefsels en lymfeknopen verwijderd worden (uitgebreide colphohysterectomie met lymphadenectomie).
Bestraling (radiotherapie) na de operatie kan nodig zijn om mogelijk achtergebleven kankercellen te vernietigen. Soms bestaat de behandeling uitsluitend uit bestraling, hetzij door directe blootstelling aan een radioactieve bron (curietherapie), hetzij door externe radiotherapie (de stralingsbron bevindt zich op afstand van de te behandelen zone) of door een combinatie van beide.
Ook kan aanvullend hyperthermie worden toegepast. Bij een hyperthermie- of warmtebehandeling worden de kankercellen, gedurende een bepaalde periode, verwarmd tot een temperatuur van 40 à 45 graden Celsius. Dit gebeurt door middel van microgolfstraling. Hyperthermie versterkt het effect van bestraling. De combinatie van bestraling en hyperthermie gebeurt bij hogere stadia van baarmoederhalskanker, als alternatief voor de combinatie van bestraling met chemotherapie.
Meestal zal ook bijkomende chemotherapie toegediend worden.

Lees ook: Alles wat je moet weten over hysterectomie




Laat gehoorverlies je leven niet beïnvloeden. Laat gehoorverlies je leven niet beïnvloeden.
Phonak

De impact van gehoorverlies op onze levenskwaliteit wordt vaak onderschat. Test vandaag nog jouw gehoor met de gratis online hoortest.

Test nu je gehoor...

Artikels over gezondheid in je mailbox? Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang een gratis e-book met gezonde ontbijtrecepten.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Roularta Media Group NV.
volgopfacebook

volgopinstagram