Kind & Gezin start met screening baby’s voor lui oog.

Laatst bijgewerkt: augustus 2011
lui-oog-170_400_07.jpg

nieuws Amblyopie of lui oog is een omkeerbare stoornis in de ontwikkeling van het visuele systeem en kan één of beide ogen treffen. Een lui oog is de meest frequente oorzaak van verminderd zicht bij baby en kind (ongeveer 5 à 6%). Het risico op het ontwikkelen van amblyopie is het hoogst in de eerste 2 tot 3 levensjaren, maar kan optreden zolang de visuele ontwikkeling verder gaat, tot 7 à 10 jaar.

De afwijking wordt meestal pas ontdekt in de kleuterklas. Het verbeteren van de gezichtsvermindering is dan nog zeer moeilijk en vereist een intensieve behandeling, waarvan het resultaat onzeker is.
Een recent literatuuronderzoek, een zogenaamde meta-analyse, gepubliceerd in Archives of Ophthalmology bevestigt dat het belangrijk is om de afwijking zo vroeg mogelijk op te sporen en te behandelen. Hoe ouder het kind bij de start van de behandeling, hoe minder goed de resultaten. Ideale leeftijd om een lui oog te behandelen is tussen 3 en 7 jaar, hoe jonger hoe beter, aldus de studie. Maar ook bij oudere kinderen, tot de leeftijd van 13 jaar, heeft behandeling nog altijd zin, al zijn de resultaten dan minder goed.

In ons land raadt Kind & Gezin aan om een lui oog actief op te sporen. De klassieke methode om amblyopie op te sporen bestaat uit een onderzoek van de oogstand in combinatie met een bepaling van de gezichtsscherpte op afstand. Deze test kan echter pas uitgevoerd worden vanaf de leeftijd van 3 à 4 jaar.
De voorbije jaren heeft Kind & Gezin tests uitgevoerd met een nieuw toestel, de videorefractometer, waarmee amblyopie op jonge leeftijd kan opgespoord worden. Het toestel trekt de aandacht van de kinderen met een lachend gezichtje op het scherm, een flikkerend lichtje en een aangenaam geluid bij de screening. Het kindje zit op de schoot van de ouder en moet heel even naar de camera op 1 meter afstand kijken. Bedoeling is om deze test in de nabije toekomst bij alle kinderen uit te voeren op de leeftijd van 12 en 24 maanden, aangevuld met een onderzoek van de oogstand op 24 maanden.

Dankzij deze test kan het aantal kinderen met een lui oog verminderen van 6% tot minder dan 2%. De behandeling bestaat enerzijds uit het wegnemen van de oorzaak (strabisme, refractieafwijking,…), en anderzijds uit het stimuleren van het luie oog. Dit gebeurt door middel van afdekken (pleister) van of verlammende druppels in het niet-amblyope oog. De afdekduur varieert van enkele uren per dag tot hele dagen per week, afhankelijk van de mate van amblyopie en de leeftijd van het kind.






pub