Ioniserende luchtreinigers: positief effect is niet bewezen

Laatst bijgewerkt: april 2011
ionisator-170_400_04.jpg

nieuws Een gunstig effect van ioniserende luchtreinigers of ionisatoren voor mensen met astma is niet aangetoond. Ook voor de beweerde effecten op sombere stemming, depressiviteit en aandacht is onvoldoende aangetoond. Dat zegt het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
(RIVM) in een recent rapport over ‘Ionisatie en Gezondheid’.

Ionisatoren produceren een stroom van geladen deeltjes (ionenstroom) in de lucht die (fijn)stofdeeltjes in de omgeving doen neerslaan. In theorie heeft dit een gunstige invloed op de luchtkwaliteit, en daardoor mogelijk op gezondheidsklachten die met de luchtkwaliteit samenhangen, zoals astma.

Effecten op de luchtkwaliteit
Een argument voor een gunstig effect op de gezondheid is een vermeende relatie tussen natuurlijk voorkomende ionenstromen en gezondheid. Meteorologisch onderzoek in het begin van de 20ste eeuw toonde een hoge concentratie negatieve ionen bij watervallen en in zeewinden en een verhoogde concentratie positieve ionen in föhnwinden en bij onweer. Naar aanleiding hiervan ontstond de hypothese dat weersgerelateerde gezondheidsklachten het gevolg zijn van de geladen deeltjes in de atmosfeer.
Fabrikanten van ionisatoren claimen dat (fijn) stof, virussen, bacteriën, allergenen, schadelijke en irriterende stoffen met een hoge efficiëntie verwijderd worden. De zuiverende werking zou zelfs zo ver gaan dat de binnenlucht schoner wordt dan de buitenlucht.
Een aantal onderzoeken heeft effectief aangetoond dat ionisatoren de concentratie fijn stof en van bacteriën, virussen en schimmels kan verminderen. Ook voor allergenen, met name die van huisstofmijt en kat, is een afname aangetoond in de omgevingslucht bij gebruik van een ionisator.
Wat betreft gasvormige stoffen is er geen effect van een ionisator op de concentratie formaldehyde, andere vluchtige organische koolwaterstoffen (VOS), koolmonoxide en ozon aangetoond.
De effectiviteit van ionisatoren voor vermindering van het aantal stofdeeltjes is echter afhankelijk van een groot aantal factoren waaronder de concentratie en aard van de deeltjes, de relatieve luchtvochtigheid, grootte en inrichting van de ruimte, de mate van ventilatie, sterkte van de ionisator en gebruik van de ruimte wat betreft het aantal personen en type activiteiten.
Ionisatoren kunnen ook leiden tot nadelige effecten op de luchtkwaliteit. Enerzijds door de productie van ozon, anderzijds door de vorming van vluchtige stoffen en ultrafijne deeltjes door chemische reacties met ozon.
In de afweging van de positieve en de negatieve effecten op de luchtkwaliteit kan aangeraden worden om het gebruik van ionisatoren in leefruimtes te beperken tot periodes waarin de ruimtes niet gebruikt worden. Dit in afwachting van verbetering van de techniek voor een lagere ozonproductie.

Neurofysiologische effecten
In dierexperimenteel onderzoek zijn er aanwijzingen dat negatieve ionen leiden tot een afname van de hoeveelheid serotonine in de hersenen en positieve ionen tot een toename. In mensen is dit onvoldoende onderzocht en er is nog geen conclusie mogelijk.

Gezondheidseffecten
Voor astma is geen effect aangetoond van ionisatoren op astmasymptomen, longfunctie en gebruik van medicatie.
Het effect van ionisatoren op stemming en depressiviteit (o.m. seizoensdepressie) is onvoldoende onderzocht voor een onderbouwde conclusie.
Er is nog geen onderzoek beschikbaar naar de effectiviteit van ionisatoren in de dagelijkse leefomgeving voor andere gezondheidseffecten, met name aandacht en inprenting.



verschenen op : 06/12/2010 , bijgewerkt op 06/04/2011


pub