Japanse encefalitis

Laatst bijgewerkt: november 2015

dossier Japanse encefalitis is een in Azië niet zo zeldzame en potentieel ernstige virale hersenontsteking (verlammingen, epilepsie, coma, overlijden). Japanse encefalitis is met 30-50.000 gesignaleerde gevallen per jaar de voornaamste vorm van virale encefalitis in Azië, en heeft als bijnaam de 'pest van het Oosten'. Met de toename van het reizigersverkeer worden in het kader van het reisadvies in toenemende mate vragen gesteld naar het risico voor deze infectie en de beschikbare beschermende maatregelen.

zie ook artikel : Hersenontsteking maakte al 1.000 doden in India sinds juli

japanse-encefalitis-brochure.jpg
Het verwekkende virus is een lid van de familie van de Flaviviridae. Andere beruchte leden van deze familie zijn :
- het gele koortsvirus (subsaharisch Afrika, Amazonegebied),
- het denguevirus (zowat overal in de tropen en subtropen),
- het St. Louis encephalitisvirus (VSA) en
- het tekenencephalitisvirus (Europa, ex-USSR).

De term "Japanse" verwijst naar de plaats van de eerste virusisolatie in 1935. Het verspreidingsgebied is echter veel groter. De ziekte komt vooral voor in landelijke streken van Zuid- en Zuidoost-Azië (van India tot Japan), met name in delen van Bangladesh, Birma, Brunei, Cambodja, China, India, Indonesië (enkel op Java, Bali en Borneo, niet op de andere eilanden), Hongkong, Japan, Thailand, Vietnam, Nepal (in de Teraï, de laaglandgebieden beneden 765 m), de Filippijnen, Korea, Laos, Singapore, Sri Lanka (enkel in de uiterst noordelijke punt van het eiland). Recent dook het virus op in Papua Nieuw Guinea en heeft het ook de Torres-street overgestoken naar het Noorden van Australië.
De infectie komt in de meeste gebieden seizoengebonden voor, meestal van april/mei tot oktober/december. In de gematigde klimaatzones vooral rond het einde van de zomer en het begin van de herfst; in de tropische klimaatzones bij het begin van de regenperiode (moesson). In een aantal gebieden is er het ganse jaar door transmissie mogelijk is, vooral in de regio van de drie archipels: Filippijnen, Indonesië, Maleisië, maar ook elders, afhankelijk van lokale ecologische factoren.
De aandoening komt vooral voor in de rurale gebieden, daar waar mensen en varkens in dicht verband samenleven, meer bepaald in de gebieden met rijstvelden, omdat deze ideale broedplaatsen voor de muggen vormen.
JE komt gewoonlijk niet voor in stedelijke gebieden, maar zeldzaam kunnen infecties optreden aan de rand van de grote steden.
In een aantal van deze landen is door een goede vaccinatiepolitiek en insectenbestrijding het aantal gevallen gevoelig gedaald (in Japan tot nagenoeg nul ). Maar het is niet omdat in een land (bijna) geen gevallen meer beschreven worden dat het virus niet meer aanwezig zou kunnen zijn.

Overdracht

3-varkens-hek.jpg
De overdracht van het virus gebeurt uitsluitend door bepaalde muggen die steken vanaf de schemering bij valavond tot zonsopgang. Muggenlarven gedijen in stilstaand water, zoals de natte rijstvelden, moerassen en vijvers. In gematigde klimaatzones zijn de besmette muggen in grote getale aanwezig van juni tot september. Tijdens de wintermaanden zijn ze inactief.
Het is een zoönose : varkens en bepaalde vogelsoorten (o.a. reigers) fungeren als hoofdreservoir voor het virus. De vogels zijn het natuurlijke reservoir. Bij varkens geeft de infectie geen andere ziekteverschijnselen dan het afsterven van de ongeboren jongen. De infectie komt vooral (maar niet uitsluitend) voor in streken waar varkens en mensen dicht bij elkaar leven in de buurt van natte rijstvelden. Er is geen rechtstreeks besmettingsrisico van mens tot mens of van dier tot mens.

Symptomen

Bij de mens veroorzaakt het virus meestal een onschuldige atypische infectie. Ongeveer 1 op 200 besmette personen ontwikkelt encefalitis (varieert tussen 1 per 50 tot 1 per 1000 besmettingen). In het typische geval begint de ziekte met een griepachtige toestand (koorts en hoofdpijn) die na enkele dagen dramatisch evolueert naar een hersenontsteking: hevige hoofdpijn, hoge koorts, nekstijfheid, bewustzijnsstoornissen die kunnen evolueren naar coma, in sommige gevallen stuipen (vooral bij kinderen) en spastische verlamming (zeldzaam slappe verlamming).
In ongeveer 3 gevallen op tien lijdt de hersenontsteking tot de dood. In nog eens 3 gevallen op 10 zijn er blijvende neurologische of psychologische restverschijnselen. Zwangeren lopen risico op vruchtdood tijdens de eerste twee trimesters van de zwangerschap.
Er bestaat geen specifieke behandeling.

Risico voor de reiziger

Het risico voor reizigers naar het Oosten is uiterst klein: minder dan 1 per 1.000.000 reizigers die gedurende 1 maand onderweg zijn. In functie van het seizoen, de reisbestemming en de reisomstandigheden kan het risico groter zijn en oplopen tot 1 per 5000 per maand. Het risico voor korte reizen beperkt tot de stedelijke centra is uiterst laag. Mensen die voor langere tijd in rurale gebieden vertoeven waar Japanse encefalitis voorkomt, lopen het grootste risico. Reizigers die langdurig avondlijke of nachtelijke buitenactiviteiten hebben in onbeschermde omstandigheden lopen ook een hoog risico, zelfs indien het om een kort verblijf gaat (bijvoorbeeld fietsen, kamperen).
Zowel voor de gewone toerist als voor de zakenreiziger is vaccinatie niet aangewezen. De meeste specialisten zijn het erover eens dat vaccinatie in het algemeen pas aangewezen is voor reizigers die minstens 4 weken op het platteland in endemische gebieden doorbrengen of uitzonderlijk voor kortdurende reizen met hoog risico. Zo is er onder meer de laatste jaren een toename van Japanse encefalitis gevallen gerapporteerd in de Nepalese Teraï en zelfs in de Katamandu-vallei, waarvoor door sommige instanties vaccinatie wordt aangeraden voor een verblijf tussen augustus tot oktober.
Elke reiziger in risicogebied dient zich te beschermen tegen muggenbeten s’avonds, ’s nachts tot in de ochtend, op identieke wijze zoals voor malaria.
Er bestaat een betrouwbaar gedood vaccin van Japanse makelij dat echter niet vrij op de Belgische markt beschikbaar is, maar wel kan worden toegediend in een aantal internationale vaccinatiecentra, onder meer het Instituut voor Tropische Geneeskunde. De eerste inenting wordt hier gegeven, maar het vervolg van de inentingen wordt desgewenst door de huisarts verricht.

zie ook artikel : Reisvaccinaties en preventieve behandelingen

zie ook artikel : Lijst van de erkende vaccinatiecentra (gele koorts)

zie ook artikel : Malaria (moeraskoorts, paludisme)

externe link : Tropischinstituut.be


bron: Dr. A. Van Gompel, Dr. E. Van den Enden. Medische Dienst ITG Antwerpen.
verschenen op : 21/06/2001 , bijgewerkt op 03/11/2015


pub