Eet minder transvetzuren

Laatst bijgewerkt: juni 2008
tucs.jpg

nieuws Vanaf 1 juli 2008 mogen restaurants in New York alleen voedingswaren verkopen waaraan maximaal 0,5 g transvet per portie is toegevoegd. In Denemarken bestaat een gelijkaardige wetgeving. Daar mogen voedingsproducten maximaal 2% toegevoegde transvetzuren bevatten. Ook in Engeland bestaan plannen in die richting. Sommige Britse warenhuisketens hebben transvetzuren trouwens volledig uit hun rekken verbannen. Nu al verplichten die landen om het gehalte aan transvetzuren in bereide voedingswaren te vermelden op de verpakking. Ook in Europa gaan stemmen op in die richting.

Wat zijn transvetzuren?
Transvetzuren ontstaan door de harding van onverzadigde plantaardige oliën en vetten. Dit wordt toegepast om het smeltpunt van vet te verhogen en de houdbaarheid te vergroten. Zo worden gefrituurde producten (bv. chips) minder snel rans wanneer de olie gehard is. Andere belangrijke leveranciers zijn zoete en zoute koekjes, gebak en allerlei snacks. Bakkerijproducten die worden verkocht op de Belgische markt hebben een gemiddeld transvetzuurgehalte van 6%, met evenwel ook uitschieters van bijna 20%. Zo zou een plakje (industriële) cake ongeveer 1 g transvetzuur per plakje van 30 g bevatten, 1 portie frites (150 g) ong. 6 g, 1 zakje chips 3,5 g. Vroeger kwamen ze ook veel voor in margarines en harde frituurvetten, maar daar zijn ze nu vrijwel verdwenen. In de sector van kant-en klaarmaaltijden, fast food en industrieel bereide bakkerijproducten worden ze nog steeds gebruikt.
Ook zuivelproducten en vlees van herkauwers (rund en schaap) bevatten van nature kleine hoeveelheden transvetzuren.

Waarom minder eten?
Het is aangetoond dat transvetzuren het cholesterolgehalte in het bloed verhogen, en met name het gehalte (slechte) LDL-cholesterol, terwijl de (goede) HDL-cholesterol daalt. Transvetzuren verhogen ook de concentratie van een speciaal, op LDL-cholesterol gelijkend lipoproteine in het bloed, nl. het Lp(a), een onafhankelijke risicofactor voor vaataandoeningen. Verder zouden transvetzuren een ongunstige invloed hebben op de structuur en de elasticiteit van de vaatwand. Hierdoor verhogen ze de kans op hart- en vaatziekten en mogelijk op diabetes.

Hoe minder eten?
De totale hoeveelheid transvetzuren in een Westerse voeding zou variëren van 1 tot 15 g per dag, dit is 5 tot 7 % van de totale vetinname. De gemiddelde transvetzuurinname in België wordt geschat op 3 à 4 g per persoon per dag. Bij mensen die veel fast food en industrieel bereide gebakjes, koekjes enz. eten, zou dit gehalte kunnen oplopen tot 20 g per dag.
Omdat er nog heel wat onduidelijkheden bestaan over de schadelijkheid van transvetzuren, bestaan er internationaal gezien geen uniforme richtlijnen. Wel bestaat er overeenstemming dat het gehalte transvetzuren zo laag mogelijk moet zijn.
Volgens de voedingsrichtlijnen van de Hoge Gezondheidsraad in België moet gestreefd worden naar 0% transvetzuren, maar dit is onmogelijk, onder meer omdat ze van nature ook aanwezig zijn in sommige dierlijke producten en bij het raffinageproces van olie.In Nederland adviseerde de Gezondheidsraad in 2001 als aanvaardbare bovengrens 1 energieprocent transvetzuren van plantaardige en dierlijke oorsprong (ong. 2 g/dag). Ook de Amerikaanse Heart Association beveelt aan om max. 2 g transvetzuren per dag te consumeren.

Tips:
• Eet zo vetarm mogelijk
• Vervang verzadigde vetten en transvetzuren zoveel mogelijk door enkel- en meervoudig-onverzadigde vetzuren (zoals olijf-, soja, maïs-, zonnebloem-, notenolie).
• Kies een (zachte) margarinesoort en bereidingsvetten die vrij zijn van transvetzuren
• Vervang vet vlees door mager vlees (verwijder alleszins het zichtbare vet)
Vermijd gefrituurde gerechten en zeker bereide gefrituurde gerechten, en produkten waarvan de verpakking vermeldt dat ze transvetten bevatten, zoals chips, koekjes, industrieel gebak, enz.



verschenen op : 30/06/2008 , bijgewerkt op 30/06/2008


pub