Prostaatklachten: deel 3. Prostaatkanker

Laatst bijgewerkt: februari 2019

dossier Prostaatkanker is in de industriële landen na longkanker de meest frequente kanker bij mannen, maar komt binnenkort wellicht op de eerste plaats. Men verwacht dat het aantal prostaatkankers tegen het jaar 2015 zal zijn verdubbeld. Dit heeft te maken, enerzijds, met het feit dat de mensen steeds ouder worden, en anderzijds omdat de kanker steeds vroeger ontdekt wordt.
Men schat dat in de meeste Westerse landen het risico op een microscopisch kleine prostaatkanker 30% bedraagt. Aangezien deze kankers echter traag groeien is het risico op een klinische kanker, die gepaard gaat met klachten, ongeveer 10%. Het risico om van prostaatkanker te sterven is uiteindelijk slechts 3%. Tot nu toe sterven nog steeds meer mannen mét hun kanker dan van hun kanker.
Prostaatkanker wordt steeds vroeger ontdekt, wat niet altijd een voordeel is. Men weet namelijk nog niet welke tumoren zich snel zullen ontwikkelen en welke totaal schadeloos tot in het graf kunnen meegedragen worden.

externe link : Dravetsyndroom.eu

Risicofactoren

123-labo-bloed-prost-test-170_08.jpg
Erfelijkheid: Er bestaat een verhoogd risico op prostaatkanker bij mannen die op zijn minst één eerstegraads verwante hebben met prostaatkanker. Volgens bepaalde studies zouden mannen met een directe verwante met prostaatkanker een drie keer hoger risico lopen.
De leeftijd: vanaf 50 jaar gaat het risico op prostaatkanker in stijgende lijn.
Tussen 50 en 54 wordt het risico geschat op minder dan 1%,
tussen 55 en 59 stijgt dit tot 2%,
tussen 60-64 jaar tot bijna 7%,
tussen 65-69 tot 14%,
tussen 70-74 tot 26%
en tussen 75-79 tot 40%.
Ongeveer de helft van de mannen boven 80 hebben prostaatkanker.
Voeding: Prostaatkanker komt veel meer voor in de Westerse landen. In Chinese man zou tot 100 keer minder prostaatkanker krijgen dan een Europeaan. De voornaamste verklaring hiervoor is de voeding. Een voeding rijk aan dierlijke vetten zou een risicofactor zijn, terwijl een vetarme voeding, rijk aan selenium, vitamine E en D en sojaproducten het risico op prostaatkanker zou doen dalen.
Seksuele activiteit: volgens sommige studies zouden seksueel zeer actieve mannen een verhoogd risico lopen, andere studies besluiten tot een verhoogd risico voor seksueel weinig actieve mannen.
Cadmium. Professionele blootstelling aan cadmium (onder meer in de rubber en de bandenindustrie) zou het risico verhogen, maar dit risico kan het groot aantal gevallen niet verklaren.

Symptomen

Over het algemeen evolueert prostaatkanker zeer traag en veroorzaakt geen symptomen tot het in een vergevorderd stadium is. Soms treden symptomen op die vergelijkbaar zijn met die van een goedaardige prostaatvergroting: moeilijkheden bij het urineren, vaak urineren, nachtelijk urineren, niet volledig leegmaken van de blaas, enz. In een later stadium kan er bloed in de urine en het sperma komen en een volledig blokkeren van het urineren. Soms wordt prostaatkanker pas vastgesteld als het is uitgezaaid, wat leidt tot nierklachten, lage rugpijn, pijn in de borst of de ribben, enz. Ook kunnen er allerlei zenuwaantastingen optreden, wat kan gepaard gaan met een soort epileptische aanvallen, verwardheid of andere mentale verschijnselen.

zie ook artikel : Prostaatklachten: deel 2. Goedaardige prostaatvergroting

zie ook artikel : Prostaat-test

Diagnose

rect-oz-prostaat.jpg
Betasting met de vingers (PPA,palpatio per anum)
PPA, waarbij de arts de prostaat via de aars manueel betast en zoekt naar verharding en/of asymmetrie, blijft het voornaamste onderzoek. Belangrijke kankers met urinaire symptomen zullen niet gemakkelijk over het hoofd gezien worden, maar kleine verhardingen worden slechts in de helft van de gevallen opgemerkt. Ook als kankers in een vroegtijdig stadium met deze techniek zelden kunnen worden opgespoord, blijft het een belangrijk onderzoek voor alle mannen ouder dan 50 jaar.

Prostaat Specifiek Antigeen (PSA)
De resultaten van de PPA worden nu in belangrijke mate verbeterd door de PSA-bepaling. Op dit ogenblik neemt men aan dat een waarde tot 4 ng/ml nog normaal is. Zie voor meer uitleg over PSA-bepaling naar het hoofdstuk hierover.

zie ook artikel : Prostaatklachten: deel 1. Aandoeningen van de prostaat

zie ook artikel : Nieuwe urinetest spoort prostaatkanker beter op

zie ook artikel : Genetische test voor het verbeteren van de diagnose van prostaatkanker

echo-oz-prostaat-180.jpg
Transrectale Ultrasonografie (TRUS)
De transrectale ultrasonografie (TRUS) is een techniek waarbij via het rectum een klein apparaatje wordt ingebracht waarbij met geluidsgolven de prostaat in beeld kan worden gebracht. Deze techniek verhoogt het aantal ontdekte kankers omdat hij toelaat de prostaat op een duidelijke wijze in kaart te brengen en het volume exact te meten. Bovendien kan men door middel van TRUS biopsies gericht laten gebeuren. Het laat ook toe het lokale stadium van de ziekte beter te controleren. In tegenstelling tot PPA heeft men na een onderzoek ook een objectief document dat kan herbekeken worden.
De drie genoemde onderzoeken PPA, PSA en TRUS zijn nu de standaard geworden in de diagnose van prostaatkanker. Als men ze alle drie uitvoert dan komt men tot een voorspellende waarde van 80 %. Ook het invoeren van een nieuwe techniek om pijnloos biopsies af te nemen heeft geleid tot een hogere ontdekkingsgraad van de gelokaliseerde vorm.

CT -scan en MRI-scan
Beide diagnosetechnieken brengen niet veel bij voor de diagnose, maar kunnen nuttig zijn voor het opsporen van uitzaaiingen.

Behandeling

externe link : Omgaanmetdementie.be

1. Behandeling van een gelokaliseerde kanker

Enkel een gelokaliseerde prostaatkanker komt voor genezing in aanmerking. Eens er kapseldoorbraak of uitzaaiingen zijn is genezing tot nu toe onmogelijk. Het probleem is dat men nooit met zekerheid kan vaststellen dat de kanker plaatselijk is dan wel reeds is uitgezaaid.
In de eerste plaats moet de patiënt een levensverwachting van tenminste 10 jaar hebben. Men kan immers nog lang leven met prostaatkanker die niet wordt behandeld. Bovendien kan een behandeling ernstige nevenwerkingen hebben die de levenskwaliteit in sterke mate doen dalen. Zeker bij oudere patiënten met kleine en goed omschreven tumoren verdient het aanbeveling om niet te snel te behandelen. In de praktijk komt het er op neer dat men elke vorm van radicale behandeling in vraag kan stellen bij patiënten ouder dan 70 jaar.

Radicale prostatectomie
Radicale prostatectomie houdt de verwijdering in van de ganse prostaat, de zaadblaasjes en een deel van het omgevend weefsel. Deze behandelingswijze wordt gekozen bij patiënten met een gelokaliseerde kanker (stadium T1-T2) die nog minstens 10 jaar te leven hebben.
In meer dan de helft van de gevallen gaat deze operatie gepaard met impotentie en in ong. 30% met incontinentie al zou dit in een aantal gevallen kunnen worden verholpen met aangepaste kinesitherapie. Zelfs bij de nieuwere technieken waarbij gepoogd wordt om de zenuwen te sparen, blijft het risico op impotentie groot. Bovendien is het een vrij zware operatie wat altijd een beperkt risico inhoudt.

zie ook artikel : Speciale oefeningen helpen tegen incontinentie na prostaatwegname

Radiotherapie (bestraling)
Traditioneel wordt deze vorm van behandeling voorbehouden voor patiënten in een minder goede algemene toestand die geen operatie aankunnen. De behandeling bestaat uit een reeks bestralingen en biedt nagenoeg dezelfde overlevingskansen als radicale prostatectomie, alhoewel er geen studies zijn die dat onbetwistbaar aantonen. Nadeel is wel dat dit een lange behandeling vergt en dat de controle op eventueel herval moeilijker is. Radiotherapie wordt meestal aanbevolen voor jongere patiënten.

Mogelijke neveneffecten zijn:
-urinaire incontinentie (ong. 2 op 10),
-rectale irritatie en vervelende rectale bloedingen.
-Impotentie komt ook voor (2 à 3 gevallen op 10).

Soms worden radiotherapie en chirurgie gecombineerd als het resultaat van de eerste behandeling niet is wat er van verwacht werd. Sommige centra gaan over tot radicale prostatectomie als er positieve biopsieën zijn twee jaar na bestraling. Ook kan er bijkomende radiotherapie overwogen worden wanneer er tumorale resten overblijven na radicale chirurgie. Beide opties moeten echter nog op lange termijn bekeken worden.

- Experimentele behandelingen
- Lasertherapie
- Cryo ablation (bevriezing van de prostaat)
- High Intensity Focused Ultrasound (HIFU)
- Brachytherapie waarbij radioactieve stoffen worden ingeplant.
Deze minder ingrijpende technieken blijven nog experimenteel.

zie ook artikel : Erectieproblemen

zie ook artikel : HIFU: Nieuwe behandeling voor gelocaliseerde prostaatkanker

2. Behandeling van de lokaal uitgebreide vorm

chirurgen-oper.jpg
Het gaat hier om een prostaatkanker met uitbreiding buiten de prostaat (kapseldoorbraak) maar zonder lymfeknoopinvasie of uitzaaiingen (stadium T3N0M0). Verschillende vormen van behandeling zijn mogelijk:
- Niets doen en de evolutie van de kanker opvolgen (Watchful waiting)
- Hormonale therapie gevolgd door chirurgie
- Hormonale therapie gevolgd door radiotherapie
- Hormonale therapie alleen.

De groei van een prostaatkanker wordt gestimuleerd door het mannelijke hormoon testosteron. Bij een hormonentherapie probeert men de productie van dit hormoon te blokkeren of probeert men de stimulatie van de kankercellen door het mannelijk hormoon af te remmen. Hormonale behandeling kan de kanker niet genezen, alleen tegenhouden en de levenskwaliteit van de patiënt verbeteren.

Er bestaan verschillende hormonale behandelingen :

Castratie.
Als de testikels chirurgisch worden verwijderd of met geneesmiddelen worden geblokkeerd, wordt ook de productie van mannelijke hormonen uitgeschakeld.
In termen van overleving is er geen verschil tussen chirurgische castratie of castratie met Luteïniserend Hormoon Releasing Hormoon (LHRH).
Als men wil behandelen dan blijft chirurgische castratie dus de eerste keuze.
LHRH- analogen die een chemische castratie tot stand brengen (gosereline acetaat,...) vormen een alternatief, maar zijn duur en hebben meer nevenwerkingen, uiteraard naast de effecten van de castratie zelf: verminderde libido en potentie en het voorkomen van warmte-opwellingen bij een aantal patiënten. Het voordeel van dit type behandeling is dat, eens men de hormoonafhankelijkheid van de tumor heeft kunnen bewijzen, men na een drietal maanden de chirurgische castratie nog kan overwegen.
Chirurgische castratie is eenvoudig en goedkoop en vergt geen nabehandeling. Spijtig genoeg is het een definitieve procedure en moet men rekening houden met het feit dat tot 40% van de patiënten geen baat hebben bij deze behandeling.

Anti-androgenen beletten dat het lichaam gebruikt maakt van het testosteron dat wordt aangemaakt. Belangrijk bij monotherapie met pure anti-androgenen is dat de potentie bij een groot aantal mannen blijft bestaan, wat in een bepaald levensstadium natuurlijk een belangrijke factor is voor de levenskwaliteit.

zie ook artikel : Erectieproblemen

3. Behandeling van prostaatkanker met uitzaaiingen

Het feit dat er goede behandelingen bestaan mag niet doen vergeten dat deze tumoren zeer traag groeien en dat daarmee bij bejaarde patiënten terdege rekening moet gehouden worden, zeker als er nog andere ziekten aanwezig zijn.
Uitzaaiingen ten gevolge van prostaatkanker zijn ongeneeslijk. De verbetering van de kwaliteit van het leven van de patiënt is het eerste doel van elke behandeling, zij het palliatief, curatief of afwachtend. Er bestaat een consensus dat men bij de patiënt met een niet agressieve kanker wiens algemene toestand te wensen overlaat, mag overwegen geen behandeling in te stellen tot er symptomen optreden.

zie ook artikel : Prostaatklachten: deel 4. Prostatitis (ontsteking van de prostaat)

zie ook artikel : Prostaatklachten: deel 2. Goedaardige prostaatvergroting

zie ook artikel : Prostaatklachten: deel 1. Aandoeningen van de prostaat



verschenen op : 16/04/2015 , bijgewerkt op 04/02/2019


pub