BMI-index - Ben ik te dik of te dun?

Laatst bijgewerkt: October 2015
In dit artikel
BMI-index - Ben ik te dik of te dun?

dossier Overgewicht (maar evenzeer ondergewicht) houdt een aantal gezondheidsrisico’s in, zoals een hoger risico op hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, diabetes, bepaalde vormen van kanker, enz.
Het absolute gewicht op zich zegt echter bijzonder weinig omdat ook rekening moet worden gehouden met de lichaamsbouw, de aanwezigheid van vet, de plaatsen waar dat overgewicht geconcentreerd is, enz.

zie ook artikel : Vetgehalte meten door de middelomtrek

De BMI (ook de Queteltindex geheten, naar de Gentse professor Quetelet die 100 jaar geleden de basis legde van de statistiek) vormt een eenvoudige methode om na te gaan of u te licht of te zwaar weegt in verhouding tot uw lichaamslengte. Alhoewel er in wetenschappelijke kringen enige kritiek bestaat op de BMI (omdat hij niets zegt over het vetpercentage), blijft het een handig instrument voor een eerste gewichtstest.
De BMI wordt gebruikt als afgeleide maat voor de vetmassa maar is minder goed bruikbaar bij kinderen, ouderen, zwangeren en mensen met zeer veel spiermassa.

BMI = het lichaamsgewicht (in kg) gedeeld door de lichaamslengte (in m) in het kwadraat.

Een voorbeeld voor een vrouw van 76 kg die 163 cm groot is:

76 kg
____________ = BMI =28,6
1,63 x 1,63

online je BMI berekenen : (geen cijfers na de komma)

je lengte    cm
je gewicht  kg


je BMI :

BMI-waarden:

• Onder de 18,5: ondergewicht.
• Tussen de 18,5 en de 24,9: normaal gewicht.
• Tussen de 25 en de 29,9: overgewicht. Je loopt niet echt een risico, maar je mag niet dikker worden.
• Tussen de 30 en de 39,9: Zwaarlijvigheid (obesitas). Verhoogde kans op allerlei aandoeningen zoals diabetes, hartaandoeningen en rugklachten. Je zou 5 tot 10 kg moeten vermageren.
• Boven de 40: ernstige zwaarlijvigheid. Je moet dringend vermageren want je gezondheid is in gevaar

BMI bij kinderen

De BMI-schaal is niet van toepassing op kinderen en jongeren (<20 jaar). Tijdens de groeifase verandert namelijk de hoeveelheid vetweefsel. Bovendien is de BMI bij kinderen geslachtsafhankelijk: meisjes hebben gemiddeld een iets hogere BMI dan jongens. Voor de interpretatie van de BMI van kinderen en jongeren van 2 tot 20 jaar maakt men gebruik van geslachtsspecifieke groeicurven.

Via de site van het Nederlands voedingscentrum kan je de Body Mass Index bij jongens en bij meisjes berekenen.

Op de website van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (www.vwvj.be) vind je de meest recente groeicurven.



verschenen op : 11/01/2006 , bijgewerkt op 29/10/2015
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt