Vossenlintworm

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier Net als andere dieren is de vos (Vulpes vulpes) een gastheer voor een aantal ziekteverwekkende organismen (virussen, bacteriën en wormen). Bij het contact met dieren kunt u naast fysiek geweld te maken krijgen met het oplopen van een ziekte die van dier op mens wordt overgedragen (een zoönose). Eén van die organismen is de vossenlintworm (Echinococcus multilocularis).
De vossenlintworm is een kleine lintworm (2-6 mm groot), die voorkomt in de dunne darm van de vos. De vos kan soms drager van deze parasiet zijn, net zoals alle wildlevende knaagdieren (ratten, muizen, ...). Incidenteel kan ook uw hond of kat drager zijn.

Hoe gebeurt de besmetting ?

levenscyclus-Echinococcus-multilocularis.jpg
In de ontlasting van een besmette vos komen stukjes lintworm met eitjes voor. Deze kunnen door kleine knaagdieren, maar ook door mensen worden opgenomen. De eitjes zijn niet visueel waarneembaar maar blijven kleven aan alles waarmee ze in contact komen. Ze overleven bevriezing bij -18 °C, maar worden wel vernietigd bij een temperatuur van 60 °C. Deze eitjes kunnen via verschillende wegen de mens infecteren:
• de consumptie van wilde bosvruchten (bramen, frambozen en bosbessen), zelfgeplukte paddestoelen en valfruit. Niet alleen laag groeiende bosvruchten vormen een mogelijke besmettingsbron. Eitjes die met de vossenontlasting in het milieu worden uitgescheiden kunnen met regen of wind op hoger groeiende bosvruchten terechtkomen;
• eten met bevuilde handen;
• tuinieren, waarbij gronddeeltjes besmet met eitjes aan de handen blijven kleven.
Ook de consumptie van groenten uit de tuin kan een infectie veroorzaken;
• contact met de vacht en uitwerpselen van geïnfecteerde vossen;
• contact met (jacht)honden en huisdieren, die met deze lintworm zijn besmet. Jouw kat lust regelmatig een muis...

Waar komt de vossenlintworm voor?

Van oudsher komt de vossenlintworm voor in Centraal-Europa, in het bijzonder in Zuid-D u i t s l a n d , Zwitserland, Oostenrijk en het Oostelijk deel van Frankrijk.
Sinds 1996 is bekend dat de vossenlintworm ook voorkomt bij vossen in ons land.
• in de Ardennen zijn er gebieden bekend waar tot 33 % van alle vossen drager kan zijn van de vossenlintworm. Centraal-Europa, de streek tussen Samber en Maas en enkele plaatsen op het Ardens plateau beschouwen we als endemisch gebied. Voor de Condroz bedraagt het percentage besmette vossen 13 %;
• in Vlaanderen is ongeveer 1 % van de vossen besmet met de vossenlintworm. Men moet er echter rekening mee houden dat lokaal in Vlaanderen de besmettingsgraad toch hoger kan zijn (één vos volstaat om een hele regio van algauw 10 km2 te besmetten).

zie ook artikel : Gevaarlijke vossenlintworm rukt op in Vlaanderen

Risico voor de mens?

lever-echinococcose.jpg

Menselijke lever aangetast door cysten

Alveolaire echinococcose is een zeer zeldzame maar bijzonder ernstige ziekte. In de lever kan de larve van een lintworm uitgroeien tot een cyste. Zonder behandeling wordt stilaan het hele orgaan vernietigd. Ook is uitzaaiing naar andere organen mogelijk met ook daar cystevorming als gevolg.
Na de opname van de lintwormeitjes duurt het vele jaren voor de eerste ziekteverschijnselen zich voordoen (5 à 15 jaar). Die verschijnselen zijn weinig specifiek en kunnen bestaan uit buikpijn, kortademigheid en/of geelzucht.
Voorlopig biedt medicatie of operatief ingrijpen in het beste geval een stabilisering van de toestand. De prognose is zonder behandeling doorgaans zeer slecht, met de dood tot gevolg in 70 à 90 % van de gevallen.
Honden en katten kunnen wel drager zijn van de vossenlintworm maar ondervinden hier nooit hinder van.

Voorzorgsmaatregelen

Om het risico verwaarloosbaar klein te houden volstaat het enkele eenvoudige hygiënische voorzorgen in acht te nemen:
• bosvruchten (zoals bramen, frambozen en bosbessen), zelfgeplukte paddestoelen en valfruit eerst grondig wassen en zo mogelijk koken (10 minuten op 60 °C, 5 minuten op 70°C of 1 minuut op 100 °C) voor consumptie;
• handen goed wassen na tuinieren en andere grondwerkzaamheden;
• vossen (aangeschoten of gedood) alleen met handschoenen vastnemen. Het vervoer van dergelijke vossen moet plaatsvinden in goed afgesloten plastic zakken;
• honden die bij de vossenjacht worden ingezet, na afloop douchen. Jachthonden, zeker bij toepassing in de Ardennen of Europees endemische gebieden, elke 3-4 weken ontwormen;
• huisdieren regelmatig op visite nemen bij de dierenarts.

Tot slot:

De kans op besmetting is zeer klein. Ingrijpen in de vossenpopulatie zal het risico niet noemenswaardig verkleinen.

zie ook artikel : Wormen - Worminfecties bij de mens


bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
verschenen op : 20/04/2005 , bijgewerkt op 29/10/2015


pub