Antidepressiva veroorzaken de eerste dagen ernstige angstklachten

Laatst bijgewerkt: november 2016
123-invloed-pil-hers-nevenw-11-16.jpg

nieuws Mensen die antidepressiva van het type serotonineopnameremmer (SSRI) moeten nemen, kunnen tijdens de eerste dagen tot weken ernstige angstklachten krijgen. Pas na enkele dagen tot weken onderdrukken die geneesmiddelen de angstgevoelens.

Serotonine is een signaalstof in onze hersenen die een belangrijke rol speelt bij onze emoties. Het wordt ook wel eens het gelukshormoon genoemd. Afwijkingen in het serotoninesysteem, kunnen leiden tot depressie of angstgevoelens. Een behandeling met serotonineopnameremmers, een soort antidepressiva die de heropname van serotonine in de hersenen verhindert, laat hoge concentraties van de stof in de amygdala (de amandelkernen in de hersenen) terechtkomen, wat de angst dempt.

Onderzoekers van de Radboud Universiteit van Nijmegen hebben nu ontdekt dat het even duurt voor het effect van de SSRI's in de amygdala zich laat voelen.
Door testen uit te voeren op muizen hebben de onderzoekers in kaart gebracht wat de angstroute in het brein is. Daarbij schakelden ze individuele zenuwcellen van muizen aan of uit. Een angstreactie bij de muizen leidde tot afgifte van serotonine in de hersenstam. Vervolgens kwam deze stof in de bed nucleus (hier worden basale emoties gereguleerd), waar het een serie zenuwcellen genaamd CRF-neuronen activeerde. Deze neuronen kwamen uiteindelijk bij twee hersengebieden waar complexere hersenfuncties, zoals het beloningssysteem en alertheid, worden geregeld.

In de bed nucleus stimuleren antidepressiva de signalen van de CRF-neuronen, aangezien deze neuronen ‘luisteren’ naar serotonine. Hierdoor blijft het versterkende effect op angst langer actief. Dit is dus een tegenovergesteld effect van de werking van SSRI’s in de amygdala. Daar duurt het echter even voordat het angstremmende effect optreedt, terwijl de effecten in de bed nucleus direct zijn. Op korte termijn leiden de SSRI’s dus juist tot een toename van angstklachten. Pas na enkele weken lijkt er een nieuw serotonine-evenwicht in de hersenen te ontstaan, wat leidt tot afname van angst en depressie. Hoe dit precies werkt is nog niet bekend.

De onderzoekers willen in een vervolgonderzoek bekijken of SSRI’s ook bij mensen invloed hebben in de bed nucleus. Daarbij wordt ook gekeken naar het effect van CRF-blokkers en of deze de negatieve bijwerkingen van de SSRI’s kunnen tegengaan.
De onderzoekers denken dat de bed nucleus een eigen rol speelt in de regulatie van angst. Er zijn aanwijzingen dat de amygdala vooral een rol speelt bij angst voor reële gebeurtenissen, terwijl de bed nucleus meer een rol speelt bij imaginaire angsten, zoals fobieën.




pub