Actieve voedingsdriehoek nog niet achterhaald

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Volgens enkele kranten zou de Hoge Gezondheidsraad werken aan aanbevelingen om de klassieke Voedingsdriehoek aan te passen. Hij zou achterhaald zijn en zelfs fouten bevatten. Volgens de krantenberichten zouden graanproducten (als bron van koolhydraten) een te prominente plaats innemen en vetten te sterk worden afgeraden. Rood vlees zou moeten verhuizen naar de restgroep, en ook melk krijgt te veel aandacht.

De Actieve Voedingsdriehoek is een instrument om op een eenvoudige manier weer te geven wat gezonde voeding is. Hij is gebaseerd op de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad en de Wereldgezondheidsorganisatie.
Het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ) dat de Actieve Voedingsdriehoek heeft opgesteld en actief promoot, zegt in een reactie op de krantenberichten dat de Voedingsdriehoek nog niet op de schop moet. Het probleem met communiceren over gezonde voeding is dat het niet gemakkelijk is om een visueel model op te stellen dat enerzijds eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen is, en anderzijds genuanceerd én wetenschappelijk correct is. In het buitenland worden tal van andere vormen gebruikt: van een cirkel of een bord tot een trap. Toch heeft elk van deze voorstellingen zijn beperkingen. Er is niet zoiets als dé ideale voorstelling. Daarom zijn er bijkomende informatiedocumenten zoals een handboek en ‘fiches’ voor de professionele gezondheidswerker beschikbaar die alles meer in detail uitleggen, en daarnaast een boek en folders voor het algemene publiek.

Momenteel werkt de Hoge Gezondheidsraad (HGR) inderdaad aan de herziening van de theoretische voedingsaanbevelingen voor ons land. Deze geven aan hoeveel we dagelijks nodig hebben van de verschillende voedingsstoffen. Omdat de consument in de praktijk weinig boodschap heeft aan het advies dat hij of zij dagelijks x aantal gram eiwit en vetten nodig heeft en y milligram aan calcium of vitamine D, is het interessant om deze theoretische aanbevelingen te vertalen naar de praktijk.
VIGeZ doet dit sinds 1997 in de voedingsdriehoek. Die geeft aan hoeveel vocht, graanproducten, fruit, vlees (of vleesvervangers), vetstof enz. je dagelijks zou moeten eten om de nodige voedingsstoffen binnen te krijgen.

Na elke herziening van de aanbevelingen door de HGR worden deze naast de driehoek gelegd om na te gaan of er ook wijzigingen nodig zijn in de figuur zelf en de bijhorende adviezen. Dit gebeurde in 2000, 2004 en voor het laatst in 2011.
Aangezien er door de HGR geen drastische wijzigingen werden doorgevoerd, reflecteerde dit slechts in beperkte aanpassingen aan de figuur van de (intussen actieve) voedingsdriehoek. De huidige aanbeveling van het HGR (2009) over de verhouding tussen inname van koolhydraten, eiwitten en vetten is als volgt: minstens 55% KH, niet meer dan 30-35% vet, en 9-11% eiwit. Dit is identiek aan de eerder uitgegeven aanbevelingen in 2006.

Recente wetenschappelijke inzichten omtrent de effecten van koolhydraten en vetten op gewichtscontrole en -verlies en hart- en vaatziekten zouden in de toekomst voor drastischere aanpassingen kunnen zorgen. De voorbije decennia is in voedingsadviezen sterk gefocust op het inperken van de vetinname in het algemeen om overgewicht te voorkomen.
Hierbij werd weinig rekening gehouden met het verschil tussen bijvoorbeeld verzadigde vetten, die globaal gezien een negatief effect hebben op hart en bloedvaten, en de onverzadigde vetten, die tal van gunstige effecten hebben op ons lichaam. De gedachte was, hoe minder vet, hoe beter.

Dit is nochtans niet de boodschap van de actieve voedingsdriehoek. In tegenstelling tot wat in de kranten wordt gezegd, worden smeer- en bereidingsvetten niet volledig afgeraden of verbannen naar de restgroep maar hebben ze een plaats als één van de essentiële voedingsgroepen, net onder de top (de restgroep). Ze zijn een bron van vetoplosbare vitaminen en enkele vetzuren die ons lichaam zelf niet kan aanmaken.
Vetten hebben een hoge energetische waarde: 9 kcal per gram (meer dan het dubbele van eiwitten en koolhydraten, die 4 kcal per gram leveren). Daarom hebben we ze niet in grote hoeveelheden nodig en dat is dan ook de reden waarom de vetten zijn ondergebracht in een kleinere groep van de driehoek. De aanbeveling luidt: een mespunt smeervet (ongeveer 5 g) per snede brood en een eetlepel bereidingsvet (10-15 g) voor de warme maaltijd.

Binnen deze groep wordt nog een onderscheid gemaakt tussen vetten die de voorkeur krijgen, nl. plantaardige olie en zachte smeer- en bereidingsvetten (rijk aan onverzadigde vetzuren) en vetten die beter in mindere mate worden gebruikt omdat ze vooral verzadigd vet bevatten (boter, harde margarine).
Ook in andere groepen komen voedingsmiddelen voor die gezonde vetten bevatten: bv. vette vis (bron van omega-3 vetzuren), eieren en noten.

Ook in de categorie koolhydraten is het verhaal niet zwart-wit. Zo vormen toegevoegde suikers (in frisdranken, snoep, gebak, gesuikerde melkproducten, ontbijtgranen enz.) en geraffineerde of witte graanproducten (zoals wit brood, koekjes, witte pasta) geen meerwaarde in onze voeding, integendeel.
Andere bronnen van koolhydraten, veelal in hun onbewerkte en/of volkoren vorm, zijn wel waardevol: volkoren graanproducten, bruine rijst, aardappelen, peulvruchten, vers fruit en melkproducten zijn eveneens bronnen van koolhydraten maar leveren daarnaast ook nuttige voedingsstoffen zoals voedingsvezels, vitaminen en mineralen. Zowel qua vetten als qua koolhydraten is het dus in de eerste plaats van belang om de gezonde keuze binnen elke groep te maken.

En laat ons ook de rol van de derde energieleverende voedingsstof, eiwitten, niet over het hoofd zien. Een verschuiving naar meer plantaardige bronnen van eiwitten (peulvruchten, vegetarische vervangproducten voor vlees) in plaats van dierlijke zou de gezondheid en ook het milieu ten goede komen.

Nog een kritiek op de voedingsdriehoek is dat het voedingsproducten zou aanraden die niet nodig en zelfs ongezond zijn, zoals melk. Het klopt dat hier in de wetenschappelijke wereld discussie over is, maar er is geen consensus die eenduidig zegt dat een melkconsumptie zoals de driehoek aanbeveelt, de gezondheid negatief beïnvloedt. De voedingswereld is voortdurend in beweging. Zolang hierover geen voldoende consensus bestaat, zal melk niet uit de actieve voedingsdriehoek geschrapt worden. En dat geldt voor alle voedingsproducten: één of enkele studies die iets anders beweren dan tot dan toe werd aangenomen is onvoldoende bewijskracht om het roer radicaal om te gooien.

Helemaal bovenaan de driehoek zit de restgroep. Deze bevat producten die voornamelijk verzadigd vet, toegevoegde suiker en/of alcohol bevatten en daarnaast weinig of geen nuttige voedingsstoffen (zoals vitaminen, mineralen en vezels) aanleveren. Denk bijvoorbeeld aan frisdranken, alcoholische dranken, snoep, gebak, gefrituurde snacks enz. Van de producten in deze groep kan dus wel gezegd worden dat de dagelijkse inname ervan best tot een minimum worden beperkt.

De actualisatie van de actieve voedingsdriehoek zal gebeuren in samenwerking met een expertgroep. Deze groep is samengesteld uit vertegenwoordigers van de opleidingen voedings- en dieetkunde, de universiteiten en gezondheidsorganisaties.
In tussentijd blijft de afbeelding en de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek dus nog even ongewijzigd.


bron: www.vigez.be/voeding
verschenen op : 14/10/2014 , bijgewerkt op 09/08/2019


pub