HIV: Veel of weinig virus, een groot verschil

Laatst bijgewerkt: augustus 2014
labo-bloed-tubes-170_400_04.jpg

nieuws Sensoa heeft een nieuwe campagne gelanceerd over het belang van ‘virale lading.
Een hiv-infectie verloopt in 4 fasen, de eerste fase heet de primo-infectie. Het hiv-virus dringt binnen in de CD4-cellen van het lichaam en begint zich te vermenigvuldigen. Daar merkt men in het begin niets van. Na enkele dagen of weken komt de afweer in actie. Sommigen hebben hierdoor griepachtige symptomen, anderen merken daar niets van. De virale lading, het aantal kopieën van het hiv-virus per milliliter bloed, is in deze fase zeer hoog. Daardoor is men zeer besmettelijk. Als iemand onbeschermde seks heeft met iemand die zelf recent besmet werd, is er meer kans dat het virus wordt doorgegeven. Waarschijnlijk lopen de meeste homo’s hiv op van iemand die zelf recent besmet werd.
Iemand die een hoge virale lading heeft, weet dat doorgaans niet van zichzelf. Eén op zeven van de hiv-positieve personen weet zelf niet dat hij hiv heeft, zo bleek uit onderzoek in het Vlaamse en Brusselse homo-uitgaansleven. Iemand heeft het meeste kans om hiv op te lopen bij iemand die ten onrechte denkt dat hij hiv-negatief is.

Wat is het verband tussen de klassieke hiv-test en de virale lading?
De hiv-test, ook bekend als de 'aidstest', spoort antistoffen tegen het hiv-virus op in je bloed. Enkele weken nadat iemand besmet is met hiv begint het lichaam deze antistoffen aan te maken. 6 weken na de besmetting heeft het lichaam voldoende antistoffen aangemaakt om door een test vastgesteld te worden. De test gaat dus niet op zoek naar het virus zelf. In die eerste weken na de infectie kan het virus zich razendsnel vermenigvuldigen in het lichaam. Vermits er in deze fase nog geen of zeer weinig antilichamen aanwezig zijn, geeft een hiv-test een negatief resultaat, terwijl de persoon eigenlijk erg besmettelijk is.

Wat is het verband tussen virale lading en het risico op overdracht van hiv?
Studies tonen aan dat die hoge virale lading in hoge mate verantwoordelijk is voor het doorgeven van hiv.
Door het consequent gebruik van hiv-medicatie kan de virale lading zo teruggebracht worden, dat de aanwezigheid van het virus niet meer kan aangetoond worden. In dat geval spreekt men van een ondetecteerbare virale lading. Dit wil echter niet zeggen dat er geen hiv meer in je lichaam circuleert. Het virus zit nog wel 'verstopt' in de hersenen en het beenmerg. Maar het is niet meer actief. Meer dan 80% van de Belgische mensen met hiv die op medicatie staan en worden opgevolgd in aidsreferentiecentra, heeft een ondetecteerbare lading.
Recent werd aangetoond dat hiv-positieve personen wiens virale lading ondetecteerbaar is, onder specifieke omstandigheden geen hiv kunnen doorgeven aan hun sekspartners. De Hoge Gezondheidsraad van België heeft zich ook uitgesproken over het weglaten van condooms bij koppels waarvan de ene partner hiv heeft en de ander niet onder strenge voorwaarden.

Condooms
Veel of weinig virus, condooms blijven noodzakelijk. Ook al geeft een nieuwe of onbekende partner aan dat hij negatief is, dan nog neemt men beter geen risico en gebruikt men een condoom. De persoon kan immers recent besmet zijn zonder dat hij het weet en dus een hoge virale lading hebben. Een lage virale lading is geen garantie dat hiv bij een onbeschermd contact niet wordt doorgegeven. Eén van de belangrijke risicofactoren blijft de aanwezigheid van seksueel overdraagbare aandoeningen en de symptomen daarvan. Soa’s en symptomen als zweertjes en wondjes vergroten de kwetsbaarheid voor hiv. Daarnaast wordt hiv makkelijker overgedragen indien de hiv-positieve persoon ook besmet is met een soa. Ook de rol die men aanneemt (top of bottom), al dan niet klaarkomen in het lichaam en de sekstechniek die men toepast, hebben invloed op de risico’s op overdracht. Het condoom ondervangt die risico’s en is de beste garantie op bescherming.

Als iedereen die hiv-medicatie neemt ondetecteerbaar wordt, moeten dan niet alle mensen met hiv op medicatie krijgen?
Op dit ogenblik geldt in België, en in de meeste andere landen, dat medicatie geadviseerd wordt wanneer de weerstand van de patiënt aanzienlijk verminderd is. Wanneer mensen minder dan 350 à 500 CD4-cellen (de cellen die de weerstand bieden) per eenheid bloed hebben, wordt behandeling met hiv-remmers geadviseerd. Het inzetten van behandeling in functie van preventie van nieuwe infecties met hiv – ‘treatment as prevention,’ in het vakjargon – wordt steeds vaker overwogen. Onder meer in het Verenigd Koninkrijk wordt alle hiv-positieven de optie geboden om met hiv-remmers te starten, los van een acute medische noodzaak. Motivatie voor dit beleid is zowel het individuele voordeel van de patiënt: de weerstand wordt niet aangetast, wat een betere prognose geeft op langere termijn. Maar er is ook het collectieve voordeel van meer personen die ondetecteerbaar zijn en hun virus niet kunnen doorgeven. Sensoa is er een sterk voorstander om deze keuzeoptie ook in België ter beschikking te stellen

Preventief innemen van hiv-geneesmiddelen?
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ziet hiv-remmers voortaan als een mogelijke aanvulling op de preventie van hiv bij specifieke groepen, zoals koppels waarbij één persoon seropositief is of mannen die seks hebben met mannen. Pre-exposure prophylaxis (of PrEP) staat voor het dagelijks innemen van hiv-medicatie door mensen zonder hiv om zo infectie met hiv te vermijden.
Het dagelijks oraal innemen van PrEP (meer specifiek de combinatie van bestaande hiv-medicatie als truvada of tenofovir in combinatie met emtricitabine) kan beschouwd worden als een aanvullende bescherming van de partner zonder hiv in een koppel waarvan één partner drager is van het virus.
Ook voor mannen die seks hebben met mannen is de werkzaamheid van PrEP aangetoond. De WHO beveelt aan dat PrEP deel uitmaakt van een ruimere, samenhangende hiv-preventiestrategie. Die moet onder meer ook de vlotte beschikbaarheid van condooms en glijmiddelen bevatten, naast geregelde hiv-testen en communicatie rond risicobeperkende technieken.
Sensoa hoopt we dat er ook in ons land een implementatiestudie wordt opgezet die onderzoekt hoe PrEP efficiënt en effectief kan worden ingezet.
Voor Sensoa blijven de andere strategieën echter minstens even belangrijk. Zo kan ook het aanbieden van gratis condooms en glijmiddel in homo uitgaansgelegenheden ook nog bijkomende aandacht en investeringen gebruiken. Deze laatste blijven immers de beste optie voor homomannen om naast hiv ook de overdracht van diverse andere soa tegen te gaan.



verschenen op : 29/08/2014 , bijgewerkt op 28/08/2014


pub