Geef ik mijn baby eerst fruit of eerst groenten?

Laatst bijgewerkt: augustus 2013
123-kind-peuter-voeding-eten-cl-up-170_07.jpg

nieuws Start met vaste voeding vanaf 4 à 6 maanden. Niet vroeger. Traditioneel start je met fruitpap en geef je daarna groentepap, maar dit kan net zo goed andersom. Als je het hapje maar fijn maakt en als het maar een zachte smaak heeft. Begin daarom liever niet met zure of bittere smaken.

• Geef je borstvoeding, wacht dan tot 6 maanden. Start dan eerst met groentepap, want groenten leveren ijzer. Rond 6 maanden heeft je baby de ijzervoorraad die hij meekreeg bij de geboorte volledig opgebruikt en heeft hij dus ijzer nodig. Groenten zullen die voorraad snel aanvullen.

• Zowel groenten als fruit zijn belangrijk. De voedingswaarden verschillen en zijn niet onderling verwisselbaar. Appelmoes bevat bv. weinig vitamine C, weinig ijzer en geen bètacaroteen.
Geef dus altijd groenten (en aardappelen) bij de warme maaltijd. Is de voeding van je baby voldoende gevarieerd, dan mag je gerust eens appelmoes op het menu zetten. De aardappelen kan je af en toe vervangen door deegwaren.

• In het begin is de fruit- en groentepap nog geen volledige maaltijd. Melkvoeding blijft in het begin het belangrijkste. Geef na het fruit of de groenten dus nog wat melk bij.
Start met enkele lepeltjes fruitpap/groentepap en een melkvoeding. Gaat dit goed, voer dan de hoeveelheid fruitpap/groentepap langzaam op tot 150 g.

• Denk niet te snel dat een baby iets niet lust. De smaakwaarneming van een baby ontstaat al tijdens de zwangerschap. Een pasgeboren baby reageert op smaken en geuren die hij kent van voor zijn geboorte. Hij merkt het verschil tussen zoet, zuur en bitter. Een baby verkiest zoet en heeft een afkeer van bitter. Door borstvoeding te krijgen, leert een baby heel wat smaken en geuren kennen. Dit zorgt voor minder problemen bij de start van vaste voeding. Bij flesvoeding leert hij pas de verschillende smaken via de fruit- en groentepap kennen. In het begin is tegenstribbelen en spuwen normaal. Laat de baby wennen aan een nieuwe smaak. Dit lukt het makkelijkst wanneer hij honger heeft of wanneer een geliefd persoon in een prettige omgeving hem eten geeft.
Geef een bepaald voedingsmiddel zeker 10 à 15 keer vooraleer te besluiten dat een baby het niet lust.


Groentepap

• Start het best met licht verteerbare groenten zoals witloof, bloemkool, wortelen, courgette, pompoen, tomaat, spinazie, ... Meestal lust een kindje dit wel. Weigert een baby een bepaalde groente of verdraagt hij ze niet, wacht dan een paar weken om ze nog eens op het menu te zetten. Harde kolen (witte kool, rodekool, boerenkool en savooikool) en ui mogen pas na één jaar.

• De ideale verhouding is:
• 2/3 groenten
• 1/3 aardappelen, witte rijst of deegwaren.

• De pap hoeft niet noodzakelijk verschillende soorten groenten te bevatten. Zorg wel voor zo veel mogelijk afwisseling, zo leert een baby alles eten en krijgt hij ook de nodige vitamines en mineralen binnen.

• Geef verse groenten en verwerk ze zo snel mogelijk na aankoop. Bewaar ze max. 3 dagen in de koelkast.

• Groenten uit blik of glas krijgen niet de voorkeur, omdat er veel zout aan toegevoegd wordt. Dit kan de nieren van de baby belasten.

• Spoel de groenten verschillende keren in ruim koud water tot het spoelwater zuiver is. Schil ze en snij ze dan in grote gelijke delen. Zo gaan er minder vitamines verloren.

Kook of stoom de groenten (rauwe groenten kunnen pas vanaf één jaar) in een beetje water of stoom ze. Zo heb je een max. behoud van vitamines. Sommige groenten bevatten van zichzelf al veel vocht, bij witloof bv. moet geen water toegevoegd worden. Kook nitraatrijke groenten wél in veel water.
Een microgolfoven warmt heel ongelijk op. Roer daarom de voeding goed om, controleer de temperatuur en geef ze dan pas aan een baby.

• Plet alles of maak het fijn met een roerzeef. Het fijnmaken van de voeding zorgt er voor dat de voedingsstoffen beter kunnen opgenomen worden.
Mix je de groenten, dan komt er veel lucht in de pap en gaan de vitamines snel verloren. Kan je baby voldoende kauwen, laat dan kleine brokjes in de voeding.

• Soep is een goede leverancier van vocht en is rijk aan mineralen. Doordat ze weinig vitaminen bevat, kan ze een warme maaltijd zeker niet vervangen. Bovendien is op 6 maanden de melkvoeding nog steeds het belangrijkste voedingsmiddel voor de baby. Voor soep en andere dranken is er weinig plaats over in zijn maagje. Ze kan wel toegevoegd worden om de pap minder droog te maken.

• Voeg - afhankelijk van de hoeveelheid pap - altijd een koffielepel tot een eetlepel vetstof toe. Dit maakt het hapje smeuïger en geeft je baby voldoende energie om te groeien en zich te ontwikkelen. Voeg de aangepaste hoeveelheid vetstof op het einde van de bereiding aan de groentepap toe.
Kies bij voorkeur voor een olie (bv. maïs-, lolijf-, arachide-, koolzaad- of zonnebloemolie), een zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan onverzadigde vetzuren.

• Wees voorzichtig met sterk smakende kruiden en pikante specerijen. Die kunnen het maag-darmkanaal van baby’s en peuters te hard prikkelen. Let hier ook op bij exotisch voedsel in het buitenland. Tuinkruiden (zoals peterselie, bieslook, kervel, basilicum en venkel) kunnen wel.

• Vermijd de toevoeging van zout aan de voeding van de baby. Te veel zout is ongezond en te zwaar om te verwerken voor baby’s nieren. Zonder toegevoegd zout leert de baby de natuurlijke smaak van zijn voeding ook beter kennen.

• Bouillonblokjes zijn geconcentreerde extracten van groenten, vlees, kip of vis met kruiden en veel zout, die de nieren van een baby kunnen overbelasten. Gebruik ze dus niet. Er bestaan vetarme en zoutarme bouillonblokjes, maar ook die zijn niet geschikt voor babymaaltijden.

• Geef de groentepap zo snel mogelijk. Hou de pap dus niet onnodig warm. Warm ze ook niet meer op.

• Geef de groentepap liefst ’s middags, zo kan die nog goed verteren. Geef ’s avonds een melkmaaltijd. Leer deze gewoonte aan van jongs af. Regelmaat is belangrijk voor kinderen. Kan het niet anders dan de maaltijd ’s avonds te geven, geef dan een voeding die niet te zwaar is en doe dit niet te laat.

Fruitpap

• Wie met fruitpap start, kan de baby laten wennen aan de smaak door hem enkele lepeltjes verdund vers sinaasappel- of pompelmoessap te geven vóór of na de melkvoeding. Zeef het, zeker als het kindje last heeft van krampen. Er zijn ook kant-en klare fruitsapjes voor baby’s te koop in de winkel. Gaat dit goed, geef hem dan onverdund fruitsap en daarna enkele koffielepels fruitpap. Men mag ook onmiddellijk de fruitpap geven, aangevuld met melkvoeding.

• Een klassieke fruitpap:
• 1/4 koek of meel
• 1/4 geraspte appel
• 1/4 geplette banaan
• sap van 1/4 sinaasappel.

• Kies altijd voor zacht, zoet, vers en rijp seizoensfruit zonder pitjes of velletjes. Begin met vruchten zoals banaan, appel, peer, meloen, perziken, pruimen, ... Gaat dit goed, probeer dan gerust kiwi’s, citrusvruchten, mango, ... Wissel af. Zo ontwikkelt de baby zijn smaakzin en krijgt hij verschillende vitamines binnen.

• Geef je een bepaalde fruitsoort voor de eerste keer, doe dit dan enkele dagen na elkaar. Wacht intussen met ander fruit. Zo zie je onmiddellijk of je baby er allergisch voor is. Met druiven, bessen en ananas wacht je best tot één jaar. Heeft je kindje aanleg voor allergie, geef dan pas aardbeien vanaf 12 maanden.

• Geef ook eens een fruitsoort apart. Zo leert de baby die smaak beter kennen en is het snel duidelijk of hij die fruitsoort lust.

• Maak de fruitpap niet op voorhand klaar, maar geef ze zodra ze klaar is. Geschild, gesneden, geraspt of geplet fruit dat in contact komt met de lucht verliest zijn vitaminen. De smaak gaat ook achteruit en het uitzicht van het fruit wordt ook minder smakelijk. Er is ook een risico op bacteriën in de fruitpap.

• Hou geen restjes voor de volgende dag of vries ze niet in.

• Spoel het fruit verschillende keren in ruim koud water tot het spoelwater zuiver is.Verwijder de rotte en dorre delen. Verwijder de pel, schil en pit(ten). Snij het fruit in grote gelijke delen. Maak het fijn met een citruspers, roerzeef, rasp of vork. Mixen zorgt voor meer lucht in de pap en dus voor vitamineverlies. Daarom krijgt het niet de voorkeur.

• Voeg geen suiker of honing toe, zo leert een baby de smaak van verschillende fruitsoorten beter kennen. Bovendien is suiker niet goed voor de tanden en zitten er geen vitamines of mineralen in. Honing geven aan baby’s jonger dan 1 jaar kan gevaarlijk zijn. De kans bestaat dat de honing besmet is met de botulisme-bacterie. Bij volwassenen groeit deze bacterie in het algemeen niet in de darm. Bij baby’s kan dat wel, aangezien hun darmflora nog niet voldoende ontwikkeld is. Dit wordt ‘infantiel botulisme’ genoemd.

• Gedroogd fruit heeft niet de dezelfde voedingswaarde als vers fruit. Het is vooral een bron van suiker.

• Vanaf de leeftijd van 4 à 6 maanden mogen geleidelijk aan glutenbevattende producten (speciale kindermelen of graanvlokken, kinderkoek, bindmiddelen op basis van rijst, maïs, gierst, tarwe, haver, gerst, enz.) gebruikt worden om de fruitpap in te dikken.

• Voeg geen yoghurt of plattekaas toe aan de fruitpap. Ze bevatten geen vitamine C, maar wel veel eiwitten. Die belasten de nieren van de baby. Borst- of flesvoeding levert genoeg eiwitten.

• Blikfruit, fruit in glas of (gevitamineerde) vruchtensiropen zijn niet schadelijk voor de baby, maar vaak is aan deze producten veel suiker toegevoegd: de baby krijgt meer energie binnen dan nodig, de kans op tandbederf vergroot en hij went aan een zoete smaak. Er zijn wel blikken of bokalen fruit te verkrijgen waaraan geen suiker is toegevoegd. Op het etiket staat dan ‘op eigen sap’. Vers fruit is toch te verkiezen vanwege het hogere gehalte aan vitamine C.

Vlees en vis

• Gaat de vaste voeding goed, dan mag je vanaf 6 à 7 maanden
mager vlees, vis of een halve eidooier (eierdooier én eiwit pas vanaf 8 maanden) toevoegen aan het groentepapje. Kook het vlees, de vis en de eidooier, en pureer het. Start met ong. 15g per dag, vanaf 1 jaar ong. 25 g per dag.

• Indien je je baby vegetarisch wil laten eten, dan kan je het vlees vervangen door een combinatie van peulvruchten en granen, een half ei, en tofoe (sojakaas). Andere vleesvervangers (seitan, tempé, mycoproteïne (Quorn), kaas, noten, ...) geef je beter niet vóór de leeftijd van 1 jaar. Wissel goed af.


bron: www.kindengezin.be
verschenen op : 17/09/2013


pub