Nieuwe richtlijnen over verhoogde bloeddruk

Laatst bijgewerkt: November 2005
bloeddrukmeter-electr.jpg

nieuws De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) heeft nieuwe richtlijnen opgesteld in verband met de diagnose en de behandeling van verhoogde bloeddruk of hypertensie.
Het meten van de bloeddruk gebeurt best door de (huis)arts met een klassieke bloeddrukmeter, liefst vier maal herhaald. Thuismetingen door de patiënt of een continue registratie van de bloeddruk gedurende 24u kunnen in bepaalde omstandigheden (o.m. bij mensen wiens bloeddruk verhoogd door de spanning bij een arts) een alternatief zijn.
Er is sprake van verhoogde bloeddruk of hypertensie wanneer de systolische bloeddruk (= bovendruk) gelijk is aan of hoger ligt dan 140 mm Hg en/of de diastolische bloeddruk (= onderdruk) gelijk aan of hoger dan 90 mm Hg.

 

Bloeddrukwaarden Systolische bloeddruk (mm Hg) diastolische bloeddruk (mm Hg)
Optimale bloeddruk - 120 - 80
Normale bloeddruk - 130 - 85
Hoognormale bloeddruk 130-139 85-89
Graad 1 hypertensie 140-159 90-99
Graad 2 hypertensie 160-179 100-109
Graad 3 hypertensie 180 of meer 110 of meer
Geïsoleerde systolische hypertensie 140 of meer - 90

Het gezondheidsrisico van een verhoogde bloeddruk hangt samen met andere risicofactoren zoals geslacht, leeftijd, rookgewoonten, cholesterolgehalte, diabetes, erfelijk risico op hartziekten, tekenen van orgaanbeschadiging of hart- en nierproblemen. De WGO spreekt van een laag risico als de kans op een belangrijk hartprobleem in de komende 10 jaar lager ligt dan 15%, middelmatig (15-20% kans), hoog (20-30% kans) of zeer hoog (meer dan 30% kans).
Nieuw in de WGO-richtlijnen is dat bij een behandeling van hypertensie moet gestreefd worden naar een bloeddruk beneden 130/85 mm Hg.

Andere risicofactoren Graad 1 hypertensie Graad 2 Graad 3
Geen laag risico medium risico hoog risico
Een of twee factoren medium risico medium risico zeer hoog
Drie of meer factoren
of diabetes of orgaanschade
hoog hoog zeer hoog
hartziekten zeer hoog zeer hoog zeer hoog

Behandeling van hypertensie betekent op de eerste plaats veranderingen in de leefwijze:
- vermageren
- minder alcohol
- verminderen van zoutgebruik
- stoppen met roken
- gezonde eetgewoonten
- een aangepast bewegingsprogramma.

Wat de geneesmiddelen betreft, wordt gesteld dat alle zes klassen van antihypertensiva (plaspillen, betablokkers, calciumantagonisten, ACE-inhibitoren, alfablokkers en angiotensine II-receptorantagonisten) hetzelfde bloeddrukverlagend vermogen hebben. Volgens de WGO moet de arts beslissen, in functie van de specifieke noden van de patiënt, beslissen welk type geneesmiddel wordt voorgeschreven. Tenzij er specifieke tegenaanwijzingen zijn moeten eerst de goedkoopste en best bekende geneesmiddelen worden voorgeschreven (plaspillen of betablokkers). ACE-remmers en calciumantagonisten zijn een tweede en duurdere keuze.

zie ook artikel : Zout en hoge bloeddruk

zie ook artikel : Bloeddrukcontrole kan beter thuis

zie ook artikel : Verhoogde bloeddruk (hypertensie)


bron: Huisarts Nu, april 2001-05-15
verschenen op : 17/05/2001 , bijgewerkt op 15/11/2005
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt