Hoge Gezondheidsraad wil af van hokjesdenken in psychiatrie

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
123-man-psyche-psycholoog-behand-depr-05-17.jpg

nieuws

In een nieuw advies raadt de Hoge Gezondheidsraad (HGR) hulpverleners en de overheid aan om meer naar het verhaal van een unieke patiënt te luisteren in plaats van naar de stoornissen die in de DSM, het handboek voor psychiatrische aandoeningen, staan opgelijst. 

De HGR stelt vast dat de vaakst gebruikte instrumenten voor het diagnosticeren van geestelijke gezondheidsproblemen, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) en de International Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD)) een aantal problemen opleveren en raadt aan deze met de nodige voorzichtigheid te gebruiken en de DSM-categorieën niet centraal te stellen in de zorgplanning.

Volgens de HGR geven de classificaties geen beeld van de symptomen, de zorgbehoeften en de prognose, omdat ze meestal onvoldoende valide, betrouwbaar en voorspellend zijn. Anderzijds beantwoorden ze niet aan de nieuwe opvattingen over gezondheid, wat gedefinieerd wordt als het vermogen om zich aan te passen, ondanks de bio-psychosociale obstakels. Het is echter nuttiger te begrijpen welke combinaties van factoren symptomen veroorzaken en in stand houden dan om een categorie te identificeren. Een op (klinisch, persoonlijk en sociaal) herstel gebaseerde aanpak plaatst de symptomen beter in hun context en past interventies aan op basis van de waarden, affiniteiten en doelstellingen van de patiënten, in nauwe samenwerking met hen. 

De classificaties gaan namelijk uit van de veronderstelling dat psychische stoornissen natuurlijke soorten zijn en dat hun benamingen objectieve verschillen tussen verschillende problemen weergeven, wat niet het geval is. De grenzen tussen mensen met een ziekte en zij die er vrij van zijn, zijn eerder dimensionaal dan categoriaal van aard. 
Op organisatorisch vlak stelt de HGR de vraag naar de functie van diagnostische classificaties, die vaak een structuur rechtvaardigen die gebaseerd is op een biomedisch model en de psychiatrie verhindert te evolueren, terwijl de geestelijke gezondheidszorg in volle verandering is. Anderzijds vermindert deze biomedische benadering niet zoals gehoopt de stigmatisering en discriminatie van patiënten in de geestelijke gezondheidszorg. 

Gezien de beperkingen van de classificatiesystemen en de brede speelruimte in hun gebruik die de verschillende gezagsniveaus toestaan, raadt de HGR daarom aan bij het gebruik van de DSM en de ICD vooral te werken met bredere categorieën van stoornissen en diagnoses slechts als werkhypothesen te beschouwen. De stoornissen mogen niet als een statisch kenmerk worden beschouwd, maar eerder als interactief. 
Diagnostische etiketten moeten ook met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt, rekening houdend met het belang voor de persoon van de erkenning van zijn problemen. De zorgverlening bij psychische klachten moet onafhankelijk van de ernst ervan gebeuren, op een niet-medicaliserende wijze, waarbij perspectief en zingeving centraal worden gesteld. Dit vereist laagdrempelige hulpstructuren.

Bron
www.health.belgium.be/sites/default/files/uploads/fields/fpshealth_theme_file/hgr_9360_dsm5.pdf
www.eoswetenschap.eu/psyche-brein/moeten-psychiatrische-diagnoses-op-de-schop






pub