Rationeel gebruik van antibiotica

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

dossier Onnodige toedieningen van antibiotica moet zeker vermeden worden. We kunnen besmet worden door ziekmakende bacteriën die resistent zijn geworden tegen de huidige antibiotica.
Dit is niet alleen een gevaar voor diegene die antibiotica krijgt, maar ook voor zijn onmiddellijke omgeving.

Antibiotica bij acute luchtweginfecties

Acute luchtweginfecties kennen meestal spontaan een gunstig verloop. Bij gezonde personen met een normaal afweersysteem zijn antibiotica daarbij niet systematisch nodig, zelfs niet wanneer het gaat om een bacteriële infectie. Een belangrijke uitzondering is pneumonie opgelopen buiten het ziekenhuis ("Community-Acquired Pneumonia" of CAP), waarbij onmiddellijk een antibacteriële behandeling gestart moet worden.

Acute middenoorontsteking

123-baby-wenen-pijn-oor-huilt-170-11.jpg
Acute middenoorontsteking (acute otitis media) treft vooral jonge kinderen en geneest in minstens 80% van de gevallen spontaan.
Bij kinderen van 6 maand tot 2 jaar werd in een studie met amoxicilline een geringe verbetering van de symptomen van acute middenoorontsteking gezien op de vierde dag van de behandeling, maar 7 à 8 kinderen dienden te worden behandeld om bij één van hen een verbetering te zien. Met de antibiotica verminderde de gemiddelde duur van de koorts met één dag (van 3 dagen naar 2 dagen) maar verminderde de duur van de pijn niet.
Bij kinderen van 2 tot 15 jaar werd met antibiotica een vermindering van de pijn gezien na 2 dagen behandeling, en in een studie werd berekend dat ongeveer 20 kinderen moesten worden behandeld met antibiotica om, vergeleken met placebo, bij één van hen een vermindering van de pijn te zien.
De beschikbare gegevens laten niet toe besluiten te trekken over een effect van antibiotica op het risico van complicaties of recidieven. De antibiotica hebben daarenboven een aantal ongewenste effecten (braken, diarree, huideruptie).
Bij volwassenen zijn weinig of geen studies beschikbaar.
Op basis van deze gegevens wordt bij acute middenoorontsteking een antibacteriële behandeling aanbevolen in volgende situaties.

• Bij kinderen jonger dan 6 maand, uit voorzichtigheid gezien de vrees voor complicaties.
• Bij kinderen van 6 maand tot 2 jaar, enkel in geval van een slechte algemene toestand of in geval van verslechtering of geen verbetering van de symptomen na 48 uur.
• Bij kinderen ouder dan 2 jaar, enkel in geval van verslechtering of geen verbetering van de symptomen na 3 dagen.
• Bij patiënten met verhoogd risico van complicaties (b.v. Down-syndroom, misvorming van het gehemelte, immuundepressie).
• In aanwezigheid van acute otorree (zonder andere symptomen) die reeds meerdere dagen aanhoudt.

Wat de duur van de behandeling betreft blijkt dat een langdurige behandeling (7 à 10 dagen) niet doeltreffender is dan een kortdurende (2 à 5 dagen). Meestal wordt een behandelingsduur van 5 dagen aanbevolen; sommige experten raden 10 dagen behandeling aan bij kinderen jonger dan 2 jaar, bij otitis met perforatie en bij recidief.

zie ook artikel : Oorpijn en acute middenoorontsteking (otitis media)

Acute rhinosinusitis

sinusitis-neus-man-170_400_10.gif
Acute rhinosinusitis evolueert meestal spontaan gunstig.
Bij volwassenen hebben antibiotica meestal geen effect op de evolutie van de symptomen en het voorkomen van recidieven en complicaties.
Bij kinderen blijken antibiotica soms een gunstig effect op de aanslepende neusloop te hebben op korte en middellange termijn, maar dit effect is gering.
Besluit: bij acute rhinosinusitis is een antibacteriële behandeling in principe niet aangewezen is. Een dergelijke behandeling kan wel overwogen worden wanneer de symptomen meer dan 10 tot 14 dagen aanhouden, in geval van ernstige acute rhinosinusitis (hoge koorts, zwaar ziek zijn) en bij risico-patiënten (b.v. immuungedeprimeerden).
De duur van de antibacteriële behandeling bij acute rhinosinusitis varieert volgens de aanbevelingen van 5 tot 10 dagen.

Acute tonsillo-faryngitis (erge keelpijn)

Acute keelpijn is een frequente reden van bezoek aan de huisarts. In 40% van de gevallen gaat het om een virale infectie; in 30% van de gevallen worden streptokokken vastgesteld, maar bij ongeveer 20% van deze patiënten is de streptokok niet de oorzaak van de infectie; in 30% van de gevallen van acute keelpijn is de oorzaak onbekend. Acute tonsillo-faryngitis is een aandoening die bijna altijd spontaan herstelt binnen de week, zelfs wanneer het gaat om een streptokokkeninfectie.
Enkel bij infecties door streptokokken hebben de antibiotica een gunstig effect op de evolutie (vermindering van de duur van de symptomen met 1 à 2 dagen), op voorwaarde dat de behandeling binnen de twee dagen na het begin van de symptomen wordt gestart.
Het is niet duidelijk bewezen dat antibiotica het risico van lokale verwikkelingen (abces, otitis, sinusitis) verminderen. Preventie van o.m. acuut gewrichtsreuma is momenteel evenmin reden om een antibacteriële behandeling in te stellen.
Op basis van deze gegevens blijkt dat antibiotica slechts een beperkt nut hebben bij acute tonsillo-faryngitis, zelfs in geval van streptokokkeninfectie. Dadelijk starten van een antibacteriële behandeling is dan ook enkel gerechtvaardigd bij ernstige infecties (slechte algemene toestand) of bij risicopatiënten (b.v. antecedenten van acuut gewrichtsreuma, immuundepressie, hartkleplijden). Een dergelijke behandeling kan ook worden overwogen bij een streptokokkenepidemie in gesloten gemeenschappen (b.v. in rusthuizen). Bij vermoeden van abces dient de patiënt onmiddellijk te worden gehospitaliseerd.

Meestal wordt bij acute tonsillo-faryngitis een behandeling gedurende 7 dagen aanbevolen. In 10 tot 15 % van de gevallen worden nog streptokokken gevonden na de antibacteriële behandeling, maar dit is klinisch van geen belang en noodzaakt geen verder zetten of wijzigen van de antibacteriële behandeling.

zie ook artikel : Behandeling van acute keelpijn (angina)

Acute bronchitis

anat-bronchitis-.jpg
Acute bronchitis evolueert meestal spontaan gunstig, zelfs wanneer het gaat om een bacteriële infectie. Bij luchtweginfecties gepaard gaande met een acute hoest zoals acute bronchitis of tracheïtis, zullen antibiotica noch de duur van de hoest, noch de gevolgen ervan op het werk of de activiteiten van de patiënt, beïnvloeden.
Op basis van deze gegevens blijkt dus dat antibiotica in de regel niet aangewezen zijn bij acute bronchitis. Een antibacteriële behandeling is enkel gerechtvaardigd bij risicopatiënten, b.v. immuungedeprimeerden en misschien ook slecht gecontroleerde diabetici. Bij acute tracheïtis (ontsteking luchtpijp) zijn in principe nooit antibiotica aangewezen, tenzij bij difterie.
De antibacteriële behandeling wordt bij acute bronchitis meestal gedurende minstens 5 dagen verder gezet.

zie ook artikel : Acute bronchitis

Acute opstoot van chronische bronchitis (COPD)

Een antibacteriële behandeling moet bij een acute opstoot van COPD worden voorbehouden voor volgende patiënten.
• Patiënten met matig ernstige tot ernstige COPD (klassen 2 en 3 in de GOLD-classificatie; GOLD is het Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease), met een matig ernstige tot ernstige acute exacerbatie (plotselinger verergering van de toestand).
• Patiënten met een acute opstoot met ernstige ademnood (dyspnoe) tot gevolg, wat ook de graad van ernst van het COPD is.
• Patiënten bij wie na 4 dagen geen verbetering optreedt ondanks optimalisatie van de bronchodilaterende behandeling.
Meestal wordt bij een acute opstoot van COPD de antibacteriële behandeling gedurende 8 dagen verder gezet.

zie ook artikel : 'Rokerslong' (COPD)

Pneumonie (longontsteking) opgelopen buiten het ziekenhuis

De belangrijkste symptomen van een pneumonie zijn: hoest, koorts, borstpijn, dyspnoe, tachypnoe. Bij bejaarden kunnen de typische symptomen echter ontbreken. Een thoraxradiografie is dan ook nodig om de diagnose te bevestigen.
Wanneer een pneumonie vermoed wordt, moet een antibiotische behandeling onmiddellijk worden gestart.
De duur van de behandeling bij pneumonie opgelopen buiten het ziekenhuis bedraagt meestal 5 à 10 dagen (zeker tot minstens 3 à 4 dagen na het verdwijnen van de koorts).

• Bij kinderen jonger dan 6 maand is bij vermoeden van een bacteriële pneumonie hospitalisatie aangewezen.
• Bij kinderen tussen 6 maand en 5 jaar oud kan een ambulante behandeling overwogen worden voor zover de algemene toestand niet te sterk is aangetast, en het kind van dichtbij kan worden gevolgd.

zie ook artikel : Antibioticaresistentie

Info:

www.health.fgov.be

www.bcfi.be



verschenen op : 02/02/2005 , bijgewerkt op 30/08/2019


pub