ad

Moet u schrik hebben voor tuberculose (TBC)?

Laatst bijgewerkt: maart 2016
123-tbc-sympt-tubercuose---03-16.jpg

nieuws Elk jaar krijgen ongeveer 1.000 mensen in België tuberculose of TBC, dat zijn er ongeveer drie per dag. Wanneer een geval de media haalt - zoals in mei 2015 toen een 14-jarig meisje in Herzele overleed aan TBC - en ook naar aanleiding van berichten dat alle kandidaat-politieke vluchtelingen getest worden op TBC, kan de verkeerde indruk ontstaan dat TBC weer meer en meer voorkomt. Dat is nochtans niet het geval: in tegenstelling tot sommige berichten komt tuberculose in ons land de laatste jaren minder en minder voor. Bovendien is de ziekte vandaag zeer goed te behandelen met antibiotica.
Wereldwijd veroorzaakt tuberculose echter meer sterfte bij volwassenen dan alle andere infectieziekten samen.

Wat is tuberculose?
Tuberculose is een besmettelijke infectieziekte die veroorzaakt wordt door een bacterie. De meest voorkomende vorm is longtuberculose, maar tbc kan ook andere organen aantasten, zoals nieren, hersenen, beenderen en klieren.

Iedereen kan tbc krijgen, maar kinderen zijn veel vatbaarder. Bovendien ontwikkelen zij sneller dan volwassenen een ernstige vorm van tbc of een bijkomende hersenvliesontsteking. Vooral baby’s onder de 6 maanden lopen een groot risico.

Hoe kunt u besmet worden?
Tuberculose wordt gewoonlijk overgebracht via de lucht. Als iemand met besmettelijke longtuberculose hoest, niest, lacht, of zelfs praat komen bacteriën vrij in de lucht. Door het inademen hiervan kunnen andere personen geïnfecteerd worden.
De bacteriën worden niet overgedragen via aanraking, handdruk, zoen, gebruik van hetzelfde glas, bord of hetzelfde toilet, en evenmin via seks.

• Wanneer u bacteriën inademt, zal uw lichaam die bacteriën in zowat de helft van de gevallen zelf opruimen en zult u dus niet besmet worden. Het risico op besmetting wordt onder meer beïnvloed door de mate van besmettelijkheid van de zieke, de frequentie van contact en de eigen weerstand.

• Er is dus 50% kans dat de ingeademde bacteriën de weg naar de longen vinden en zich daar kunnen nestelen. Daar vermenigvuldigen ze zich en veroorzaken een lokale ontstekingsreactie.

• Slechts 10% van de personen die geïnfecteerd worden met tuberkelbacteriën, worden ook effectief ziek. De bacteriën in de longen zullen zich dan verder vermenigvuldigen en het longweefsel aantasten.

Wanneer is iemand met tuberculose besmettelijk?
Alleen personen met een actieve longtuberculose, die dus zelf ziek zijn, kunnen tbc verspreiden. Mensen die besmet zijn maar niet ziek zijn, kunnen de ziekte niet verspreiden.
• Een persoon met actieve longtuberculose is besmettelijk als bij onderzoek van de fluimen tuberkelbacteriën kunnen worden aangetoond. Fluimen worden onderzocht onder de microscoop en ook op kweekbodem of cultuur gezet.
Als de bacteriën onmiddellijk onder een microscoop gezien worden dan is de besmettelijkheid relatief groot.
Als ze alleen op een kweekbodem kunnen aangetoond worden, n is de besmettelijkheid lager.

• Wanneer de zieke gedurende enkele weken (2 à 3) haar/zijn behandeling goed inneemt, neemt het hoesten af en vermindert de besmettelijkheid drastisch.

Welke klachten kunnen wijzen op tbc?
In de meerderheid van de gevallen (90%) geeft een infectie geen ziekteverschijnselen. De bacteriën blijven latent of slapend aanwezig in de longen en er ontstaat een soort balans tussen de bacteriën en het eigen immuunsysteem. Het lichaam houdt de bacteriën onder controle. De besmette persoon zelf merkt hier niets van en heeft geen klachten of symptomen. Hij kan andere personen ook niet besmetten.
De meest voorkomende klachten bij tuberculose zijn:
• een aanslepende hoest, vaak met fluimen
• verminderde eetlust
• gewichtsverlies
• pijn aan de borstkas
• (hoge) koorts
• nachtzweten
• vermoeidheid.

Hoe kan tuberculose voorkomen worden?
• Door het snel opsporen van mensen met een besmettelijke tuberculose en deze zo snel mogelijk goed te behandelen met antibiotica kan overdracht vermeden worden. Bij mensen met verdachte klachten moet daarom zo snel mogelijk een diagnose worden gesteld.
• Elk verdacht geval van tbc moet binnen de 24 u gemeld worden aan Toezicht Volksgezondheid van de Vlaamse Gemeenschap. Zo kunnen de nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden, zoals het isoleren van de zieke en het opsporen van mensen die in contact zijn geweest met de zieke en mogelijk besmet zijn (contactonderzoek).

• Een besmettelijke persoon wordt soms gedurende een aantal weken opgenomen in een ziekenhuis. De zieke krijgt een aparte kamer. Na twee tot drie weken behandeling is de besmettelijkheid van de zieke meestal zo laag geworden dat de persoon zonder gevaar voor zijn/haar omgeving weer naar huis en aan het werk kan.

• Ook een goede hoesthygiëne helpt besmetting te voorkomen: hoesten met de hand voor de mond met gebruik van een papieren zakdoek en afgewend hoofd, dichtbevolkte ruimten vermijden...

• Andere preventieve maatregelen zijn ventilatie en verlichting. Het openen van de ramen zorgt ervoor dat bacteriën wegwaaien en het binnenlaten van zonlicht doodt de bacterie in enkele uren. Onrechtstreeks daglicht doet er iets langer over.

• Er bestaat een vaccin tegen tbc. De vaccinatie biedt echter geen bescherming tegen het krijgen van tuberculose, maar beschermt wel tegen ernstige gevolgen van tuberculose, zoals hersenvliesontsteking. Dergelijke ernstige complicaties komen vooral bij kinderen voor.
Alleen voor sommige langdurige verblijven in landen waar veel tbc voorkomt, wordt vaccinatie aangeraden.

Hoe wordt tuberculose behandeld?
Tuberculose kan volledig genezen worden met antibiotica. De behandeling moet gedurende minstens 6 maanden worden genomen en bestaat meestal uit 3 à 4 geneesmiddelen (tuberculostatica).
Wanneer de bacteriën ongevoelig blijken te zijn voor één (of meer) van de gebruikelijke geneesmiddelen, kan de arts besluiten de behandeling voort te zetten met een aangepast behandelingsschema.
Belangrijk is alle voorgeschreven geneesmiddelen regelmatig en steeds op hetzelfde tijdstip in te nemen en de behandeling niet voortijdig af te breken. Zoniet kan de ziekte terugkomen en bestaat het risico dat het nu om een veel moeilijker te behandelen vorm gaat omdat de bacteriën dan ongevoelig of 'resistent' zijn geworden voor bepaalde antibiotica.


ad


pub