ad

Baarmoederhalskanker: Wat gebeurt er als uw uitstrijkje afwijkend is?

Laatst bijgewerkt: december 2019
123-cx-ca-anat-170-01.jpg

nieuws Een baarmoederhalsuitstrijkje (ook PAP- test genoemd) heeft als doel veranderingen op te sporen die, over lange tijd, zouden kunnen leiden tot baarmoederhalskanker. Bij een uitstrijkje worden cellen van de baarmoederhals afgenomen met een borsteltje. Deze cellen werden in het labo onder de microscoop nagekeken door de patholoog.

Steeds vaker wordt op het uitstrijkje ook een HPV-test gedaan. Deze test laat zien of het HPV-virus aanwezig is. Zo kan beter worden beoordeeld of verder onderzoek nodig is. In Nederland zal dit vanaf 2016 systematisch gebeuren. In ons land onderzoekt het Federaal Kenniscentrum momenteel of dit ook bij ons moet ingevoerd worden.

Na een dag of veertien krijgt de arts het resultaat. Bespreek met uw arts hoe en wanneer u gecontacteerd wordt over het resultaat. Veel artsen nemen alleen contact op met de vrouw indien het uitstrijkje afwijkende cellen vertoont of indien het uitstrijkje niet goed beoordeeld kan worden. Dat laatste is soms het geval als er te weinig cellen, of niet de juiste cellen in het afgestreken slijm zitten. Een nieuw uitstrijkje kan ook nodig zijn indien er wat bloed in het uitstrijkje zat. Laat daarom geen uitstrijkje nemen als u ongesteld bent.
Is het uitstrijkje afwijkend, dan is soms bijkomend onderzoek nodig.

Als bij een eerste uitstrijkje afwijkende cellen gevonden worden, hoeft u niet onmiddellijk te panikeren. Niet alle celveranderingen wijzen op kanker of zijn er voorlopers van. Vaak blijken de eerder vastgestelde afwijkingen bij een herhalingstest verdwenen zonder enige behandeling.
Wanneer er afwijkende cellen zijn gevonden in het uitstrijkje zijn er verschillende mogelijkheden.

Lichte afwijkingen (LSIL) (2 tot 3%)
Vaak ruimt het afweersysteem deze licht afwijkende cellen vanzelf op en verdwijnen ze spontaan uit het lichaam. Dit kan één tot anderhalf jaar duren. Daarom krijgt u meestal het advies om na 6 en 12 maanden opnieuw een vervolguitstrijkje te laten maken. Uw arts controleert dan of de afwijkende cellen weg zijn. Van elke 20 vrouwen met deze uitslag verdwijnt bij ongeveer 13 vrouwen de afwijking vanzelf. Als de afwijking niet verdwijnt, wordt u doorverwezen voor verder onderzoek.
Overigens worden niet alle afwijkingen veroorzaakt door een HPV-infectie. Het kan ook een gevolg zijn van droogte door de menopauze of een infectie met bacteriën of schimmels.

Ernstige afwijking (HSIL) (minder dan 1%)
Als u dit resultaat krijgt wordt u doorverwezen voor een vervolgonderzoek. De kans dat u baarmoederhalskanker heeft, is nog steeds klein. Vaak gaat het om een voorstadium van baarmoederhalskanker. Dit kan op een relatief eenvoudige manier behandeld worden om te voorkomen dat baarmoederhalskanker kan ontstaan.

Vervolgonderzoek
Uw arts zal eerst uitleg geven betreffende het resultaat van uw afwijkende uitstrijkje. Een afwijking van deze cellen wordt uitgedrukt in "graden", afhankelijk van de ernst. Hoe ernstiger de afwijking, hoe groter de kans op (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Ook het type vervolgonderzoek is afhankelijk van de vastgestelde letsels.

Volgende vervolgonderzoeken mogelijk.

• Een lichamelijk onderzoek. De gynaecoloog onderzoekt uw baarmoeder zowel uitwendig als inwendig (via de vagina).

• De arts kan een nieuw uitstrijkje afnemen. Op dat nieuwe uitstrijkje zal dan meestal een HPV-test worden gedaan om na te gaan of u al dan niet besmet bent met een HPV-soort die baarmoederhalskanker kan veroorzaken (zogenaamde hoog risico virussen of hrHPV). Ook dit uitstrijkje wordt terugbetaald.

• De gynaecoloog kan uw baarmoederhals onderzoeken met een colposcoop. Dat is een soort microscoop waarbij de arts het weefsel van de baarmoederhals van nabij kan bekijken. Dit onderzoek is pijnloos.

• Als er afwijkingen worden gezien, kan het zijn dat uw arts een klein weefselstukje afneemt van de baarmoederhals (biopsie). Deze afname is in de meeste gevallen pijnloos, maar kan soms gepaard gaan met lichte krampen en ook een beetje bloedverlies. Na een biopsie heeft u het best gedurende een week geen geslachtsgemeenschap.

Wat gebeurt er verder?
Dit hangt af van de graad van de afwijking. Voor lichte afwijkingen zal u enkel een uitnodiging ontvangen voor een controle uitstrijkje na enkele maanden tot een jaar. Bij meer uitgebreide afwijkingen zal een verdere behandeling volgen.
Indien nodig kan een voorstadium (dysplasie) zeer eenvoudig en plaatselijk behandeld worden via verschillende technieken zoals een lusexcisie, een laserbehandeling, bevriezing of conisatie.

Alleen indien al baarmoederhalskanker aanwezig blijkt te zijn, is meer uitgebreide behandeling nodig.

• Lusexcisie
Met een dun, elektrisch verhit, metalen lusje wordt een klein stukje?afwijkend weefsel van de baarmoederhals verwijderd. Deze ingreep kan meestal ambulant?onder plaatselijke verdoving uitgevoerd worden.

• Laserbehandeling of cryotherapie
Bij deze behandeling wordt het afwijkende weefsel van de baarmoederhals vernietigd door “verdamping” met een laserstraal of door bevriezing met een metalen kegeltje waardoor vloeibare stikstof wordt gestuurd (cryotherapie). Deze behandelingen worden ook meestal ambulant uitgevoerd.

• Conisatie
Hierbij wordt een kegelvormige hoeveelheid weefsel (conus) uit de baarmoederhals weggesneden. Dit kan gebeuren met een chirurgisch mesje of laserstraal. Deze behandeling kan van toepassing zijn bij grotere letsels en gebeurt onder volledige verdoving tijdens een dagopname of hospitalisatie.

www.allesoverkanker.be
www.kanker.be/baarmoederhalskanker
www.bevolkingsonderzoek.be/baarmoederhalskanker
www.domusmedica.be/documentatie/richtlijnen/overzicht/cervixkanker-horizontaalmenu-376.html
www.kce.fgov.be




ad


pub