Wereld Reuma Dag: Hoe herkent u kinderreuma (Juveniele Idiopathische Artritis of JIA)?

Laatst bijgewerkt: oktober 2014
RA-Juve-arthr-ontst-vingers-kind-170-10.jpg

nieuws Juveniele idiopathische artritis (JIA) is een chronische gewrichtsontsteking bij kinderen. Naast de gewrichten kunnen ook inwendige organen en de ogen aangetast worden. De ziekte ontstaat doordat een ontregeld immuunsysteem lichaamseigen cellen en stoffen als lichaamsvreemd ziet. Het lichaam gaat dan antistoffen tegen de eigen weefsels vormen, wat een ontstekingsreactie uitlokt. Juveniele Idiopatische Artritis of JIA is de meest voorkomende vorm van kinderreuma. Het is een van de meest frequent voorkomende chronische ziekten bij kinderen. De ziekte begint meestal vóór de leeftijd van 5 jaar en treft ongeveer één op 1.000 kinderen jonger dan 16 jaar. Zo’n 2.000 tot 3.000 kinderen in België hebben Juveniele Idiopathische Artritis. Per jaar komen er ongeveer 200 bij.
Er bestaan verschillende vormen van JIA.
Welke klachten uw kind precies heeft, is afhankelijk van de vorm van jeugdreuma die uw kind heeft. Het zal in ieder geval last hebben van ontstoken gewrichten. Soms zijn er weinig gewrichtsklachten, of verlopen ze in opstoten, soms zijn de klachten vrijwel continu aanwezig.

Ontstoken, pijnlijke gewrichten
• De aangetaste gewrichten zijn dik, warm en soms rood;
• Pijn in de gewrichten;
• Functiebeperking: buigen en strekken kan moeilijk gaan vanwege de zwelling, pijn of stijfheid. Vooral 's ochtends of als uw kind lang in dezelfde houding gezeten heeft kan het gewricht stijf worden en pijn doen. Daardoor kan het kind manken of weinig bewegen.

Koorts
In een actieve periode van de ziekte kan uw kind last hebben van hoge koorts en vermoeidheid. Vooral kinderen met systemische jeugdreuma kunnen hier last van hebben.

Huiduitslag
Bij de systemische vorm kan een zalmkleurig huiduitslag optreden of tijdelijk rode vlekjes op de huid die na enkele uren verdwijnen.
Bij sommige kinderen met laat beginnende oligo-articulaire JIA kan, soms jaren na het begin van de ziekte, psoriasis optreden, met plekken schilferende huid voornamelijk op de ellebogen en de knieën, en nagelafwijkingen (psoriasisartritis)

Oogontsteking
Bij sommige vormen van jeugdreuma kan uw kind een oogontsteking (uveitis of iritis) krijgen. Dit gebeurt vooral bij de oligo-articulaire vorm.
• Bij de vroeg beginnende oligo-articulaire JIA kan het regenboogvlies chronisch ontstoken zijn (posterieure uveïtis of iridocyclitis). Als deze aandoening niet herkend wordt en onbehandeld blijft, kan zij zeer ernstige schade aan het oog veroorzaken. Omdat de (achterste) uveïtis vaak niet opgemerkt wordt - het oog wordt niet rood en het kind klaagt niet over slecht zien – dienen kinderen met een verhoogd risico elke drie tot zes maanden met een zogenaamde spleetlamp gecontroleerd te worden door een oogarts.
Als uw kind anti-nucleaire antistoffen (ANA) in het bloed heeft, is de kans op een oogontsteking groter.
• Eén derde van de kinderen met een laat beginnende oligo-articulaire JIA krijgt een acute voorste regenboogvliesontsteking (anterieure uveitis). Het oog is rood en pijnlijk. Later kan hoofdpijn of vermindering van het zicht ontstaan. Systematisch nazicht bij de oogarts is essentieel om verwikkelingen zoals glaucoma of cataract te voorkomen.

Ontsteking op de peesaanhechting (enthesitis)
Bij laat beginnende oligo-articulaire JIA kan een peesontsteking ontstaan op de plek waar de pees vastzit aan het bot. Ontsteking van de kniepees, achillespees of voetzoolpees komen het meest voor.

Rugklachten
Bij sommige kinderen met laat beginnende oligo-articulaire JIA kan de ziekte zich uitbreiden tot de ruggengraat en lage rugpijn en verstijving van de rug ontstaan door ontsteking van bekkengewrichten of wervelkolom. Deze vorm werd vroeger ook “juveniele spondylitis” genoemd en is verwant met de de ziekte van Bechterew of Spondylitis Ankylosans, die (jong)volwassenen treft. Beide ziekten behoren tot een groep nauw verwante ziekten, waartoe ook de chronische darmziekten Colitis Ulcerosa en de ziekte van Crohn behoren.

Opgezwollen milt, lever en lymfeklieren in hals en liezen
Dit kan optreden bij de systemische vorm van JIA.

Pijn op de borst bij het ademen en benauwdheid
Dit is een gevolg van een ontsteking van de vliezen rond het hart (pericarditis) en de longen (pleuritis) bij de systemische vorm van JIA.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
De diagnose JIA is gebaseerd op de aanwezigheid van artritisklachten die langer dan 6 weken duren en op het zorgvuldig uitsluiten van andere ziekten die gelijkaardige klachten kunnen veroorzaken. Het kan soms meerdere weken duren vooraleer de diagnose met zekerheid kan gesteld worden.

Lichamelijk onderzoek
De arts doet een volledig lichamelijk onderzoek bij uw kind. Hierbij onderzoekt hij niet alleen de gewrichten, maar ook het hart, de longen, de huid en de buik.

Bloedonderzoek
• Het bloed wordt onderzocht om andere ziekten uit te sluiten zoals leukemie, lymfeklierkanker of een infectie.
• Bij de systemische en polyarticulaire vormen zijn er duidelijk cellen die op een ontsteking wijzen. Bij de oligo-articulaire worden vaak geen cellen gevonden die op een ontsteking wijzen.
• De antilichamen die wijzen op een auto-immuunziekte zoals reumafactoren en ccp-antistoffen zijn bij kinderen bijna altijd negatief. De antinucleaire factor (ANA) is alleen bij de oligoarticulaire variant bij 80% van de kinderen positief. De reumafactor (RF) is een auto-antilichaam dat slechts langdurig en in hoge mate wordt gevonden in de RF positieve polyarticulaire vorm van JIA
• Het erfelijke HLA-B27 antigeen wordt weinig opgespoord. Want voor de diagnose of behandeling maakt het niet veel uit of het resultaat positief is. Bovendien wordt dit onderzoek niet terugbetaald.

Medische beeldvorming
• Een klassieke röntgenfoto dient vooral om op te sporen of een gewricht aan het vastgroeien is. Voor de diagnose is ze niet geschikt. Bij een kind duurt het heel lang voor daarop schade aan het gewricht te zien is, omdat het kraakbeen nog niet verbeend is.
Periodieke röntgen foto’s zijn wel nuttig om de ontwikkeling van de ziekte vast te stellen en de therapeutische behandeling daarop aan te passen.

• Echografie
Hierbij wordt gebruikgemaakt van geluidsgolven. Zo kan men bijvoorbeeld de zwelling zien die aan het gewricht voelbaar is. De grootte, de plaats (waar zit de afwijking en om welk weefsel gaat het) en de doorbloeding kunnen bepaald worden.

• CT-scan of botscan (computer tomografie)
Een onderzoek dat vooral de botten en in mindere mate ook de weke delen (spieren, kapsels of vocht) goed in beeld brengt, zodat men kan zien waar de afwijking zit en hoe uitgebreid het is. Een botscan is evenwel onbruikbaar zolang een kind nog groeit.
• MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging)
Met dit onderzoek kunnen de weke delen, zoals bijvoorbeeld gewrichtsvocht (synovium), kraakbeen en gewrichtsbanden, goed in beeld worden gebracht. Op een MRI-scan kan men de actieve ontsteking van de gewrichten van heupen en heiligbeen bij de spondylartropathie zien.

Oogonderzoek (spleetlamponderzoek)
Bij kinderen met oligo-articulaire JIA moet, zeker als ze ANA-positief zijn, een oogonderzoek gedaan worden om een chronische oogontsteking op te sporen. Dit verloopt immers ongemerkt, zonder symptomen. Deze kinderen moeten periodiek (elke drie maanden) een oogonderzoek met een spleetlamp ondergaan. Indien ze al iridocyclitis hebben, moeten ze vaker onderzocht worden.
Het risico van iridocyclitis neemt mettertijd toe; zij kan ook jaren na het begin van de artritis ontstaan. Daarom is het raadzaam het oogonderzoek voort te zetten ook al is de artritis in remissie.
Bij acute uveïtis die voorkomt bij iets oudere kinderen met laat beginnende oligo-articulaire JIA, treden wel symptomen op (rode ogen, pijn en overgevoeligheid voor licht) en is spleetlamponderzoek voor een tijdige diagnose niet nodig.

Gevolgen op lange termijn
Er bestaat geen behandeling om JIA te genezen. Het doel van de behandeling is om kinderen in staat te stellen een normaal leven te leiden en om schade aan gewrichten en organen te voorkomen, in afwachting van een spontane remissie van de ziekte. De behandeling zal vaak meerdere jaren moeten verdergezet worden. Vandaag raakt meer dan 80 procent van de kinderen binnen het jaar onder controle met de huidige behandelingen. Ze hebben bovendien vier kansen op vijf om te genezen zonder blijvende schade.

De gevolgen op de lange termijn zijn afhankelijk van het type en de ernst van de ziekte, en van de vroegtijdige en juiste behandeling. Meestal zullen de gewrichten en spieren zich na jaren van zwelling en pijn spontaan herstellen. Bij een goede behandeling zal de blijvende invaliditeit of spierzwakte minimaal zijn. Na enkele jaren vertoont bijna de helft van de patiëntjes geen duidelijke afwijkingen meer.
Bij een kwart lijkt de ontstekingsziekte tien jaar of langer na het begin van de aandoening te genezen, maar zijn er blijvende letsels of is er een aanzienlijk verlies aan spiermassa.
Een laatste kwart tot de helft blijft tot op volwassen leeftijd met actieve gewrichtsontstekingen kampen.
Het is momenteel niet mogelijk om vooraf te voorspellen hoe de ziekte zal evolueren en of er blijvende letsels zullen ontstaan.



verschenen op : 12/10/2014


pub