Borstkankerscreening heeft meer voor- dan nadelen

Laatst bijgewerkt: april 2014
123-vr-borstca-bh-roze-170-02.jpg

nieuws Naar aanleiding van de recente controverse in de pers over de voor- en nadelen van borstkankerscreening, hebben de Stichting tegen Kanker, de Vlaamse Liga tegen Kanker en de Centra voor Kankeropsporing een gezamenlijk standpunt gepubliceerd.
“In het dagblad De Standaard verscheen op 22 januari 2014 een opiniestuk met als titel Ik laat niet naar mijn borsten kijken. Het stuk, geschreven door dr. Ann Van den Bruel, huisarts en onderzoekster, deed heel wat stof opwaaien. Dr. Van den Bruel verwijt het screeningsprogramma (in België aangeboden aan alle vrouwen van 50 tot 69) dat het aan de oorsprong ligt van een te hoog aantal diagnoses en nutteloze behandelingen. Volgens de auteur zou het programma dan toch niet leiden tot een lager sterftecijfer van deze gevreesde kanker.

Een bevolkingsonderzoek houdt inderdaad reële risico’s in. Het voornaamste is dat op overbehandeling. Door systematisch borstkanker op te sporen, zullen namelijk ook ‘sluimerende’ gezwellen ontdekt worden. Dat zijn tumoren die zich niet ontwikkelen, en die zonder opsporing nooit ontdekt zouden worden. Maar omdat artsen voorlopig nog niet kunnen voorspellen of een dergelijke sluimerende kanker op een dag zal ‘ontwaken’, behandelen ze uit veiligheidsoverwegingen alle ontdekte tumoren.
Een tweede probleem van screening zijn de zogeheten ‘vals-positieve resultaten’, een vals alarm dat heel wat onnodige ongerustheid veroorzaakt. En ten derde maakt een mammografie ook gebruik van röntgenstralen, en stelt ze borsten dus bloot aan straling die eigenlijk kanker kan veroorzaken.

Het artikel van dr. Van den Bruel legt de vinger op de wonde. Toch moeten we nuanceren. Een juistere bewering zou zijn: het is vandaag bijzonder moeilijk, zelfs nagenoeg onmogelijk, om algemene conclusies te trekken die gelden voor àlle vrouwen. Maar dat wil niet zeggen dat screening de vergeetput in moet.
Dr. Van den Bruel pleit fervent voor neutrale en duidelijke informatie over dit controversiële onderwerp. En die mening delen zowel Stichting tegen Kanker, Vlaamse Liga tegen Kanker als de Centra voor Kankeropsporing helemaal. Daarom hebben we ook nauw samengewerkt met het Federaal Kenniscentrum (KCE) om dergelijke informatie voor te bereiden. Uit die samenwerking ontstond een didactisch document, dat net uitgegeven werd. Het is geen makkelijke informatie en het document vraagt een zekere inspanning om te begrijpen. Maar dat onderlijnt nogmaals hoe complex deze kwestie wel niet is, en dat er geen eenduidig antwoord is.

Toch zijn we van mening dat het document de meest bruikbare benadering van borstkankeropsporing bevat. De experts van het KCE verzamelden en analyseerden pertinente wetenschappelijke gegevens, afkomstig van gewichtige internationale studies en vergeleken deze met de Belgische data. Hun conclusie? Zowel de voor- als (reële) nadelen van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker variëren in functie van de leeftijd van een vrouw.
Het document is bedoeld als basis voor een dialoog. Een dialoog over dit onderwerp juichen we van harte toe, vooral tussen een vrouw en haar arts, die een belangrijke rol speelt bij het opstarten van dit overleg. Enkel op die manier zal iedere vrouw de voor- en nadelen in haar specifieke geval volledig kunnen begrijpen. Daarna kan iedereen vrij kiezen of de risico’s en voordelen acceptabel zijn voor zichzelf. Vandaag kunnen we onmogelijk zeggen: dat is de juiste keuze, dat is de foute keuze. Eerlijke informatie is cruciaal bij deze materie, en dat is precies de verdienste van het artikel van dr. Van den Bruel. De keuze is aan elke vrouw. Maar dat wil ook zeggen dat persoonlijke conclusies zeker niet veralgemeend mogen worden. Wij zijn voorstander van een grotere verantwoordelijkheid voor elk individu, en van een open dialoog met zorgverleners.
Het gratis bevolkingsonderzoek naar borstkanker, dat alle vrouwen (zonder een specifiek of familiaal risico) tussen de 50 en 69 om de twee jaar een borstonderzoek aanbiedt, is voor ons nog steeds een nuttige dienstverlening in het licht van onze huidige kennis. We moeten uiteraard wél aandachtig blijven voor een evolutie van onze kennis.”

Nederlandse Gezondheidsraad

Ook de Nederlandse Gezondheidsraad komt in een recent advies tot het besluit dat de voordelen van de borstkankerscreening opwegen tegen de nadelen.
Het effect van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker is dat er minder vrouwen aan de ziekte overlijden, omdat deze eerder wordt opgespoord en behandeld.
Tussen 1987 en 2012 is de sterfte aan borstkanker bij vrouwen van 50-75 jaar met 34 procent gedaald. Ongeveer de helft hiervan is te danken aan betere behandelingsmogelijkheden van de ziekte. De andere helft is toe te schrijven aan het bevolkingsonderzoek. Daarmee is het effect van de huidige screening dat jaarlijks gemiddeld 775 sterfgevallen aan borstkanker worden voorkomen. Bij vrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek halveert het risico dat ze overlijden aan borstkanker.
Het belangrijkste nadeel van de borstkankerscreening is dat er ook tumoren worden gevonden en behandeld die nooit tot klachten zouden hebben geleid. Verder wordt een deel van de vrouwen onnodig ongerust gemaakt, omdat ze te horen krijgen dat ze mogelijk borstkanker hebben terwijl dat later vals alarm blijkt. Ook kan het bevolkingsonderzoek borstkanker niet volledig uitsluiten: soms wordt in de twee jaar tussen de onderzoeken in toch borstkanker vastgesteld.
Mede dankzij de organisatie van het bevolkingsonderzoek in Nederland wegen de voordelen van de screening op tegen de nadelen, zo besluit de Gezondheidsraad.

Volgens modelberekening voorkomt het bevolkingsonderzoek jaarlijks gemiddeld 775 sterfgevallen aan borstkanker. Ongeveer 1.200 vrouwen ondergaan een keer screening om te voorkomen dat een van hen overlijdt aan deze ziekte. Per vermeden sterfgeval aan borstkanker worden jaarlijks 23 vrouwen verwezen, van wie er 16 een foutpositieve screeningsuitslag blijken te hebben. Van de 7 terecht positieven hebben er 5 geen gezondheidswinst, afgezien van mogelijk een minder ingrijpende behandeling door vroege diagnose. Van deze 5 vrouwen overlijdt 0,9 aan borstkanker ondanks de screening, zouden 3,7 vrouwen ook zonder screening de ziekte overleefd hebben en zou 0,5 zonder screening nooit geconfronteerd zijn met de diagnose ‘borstkanker’.
Kosteneffectiviteitsanalyse wijst uit dat de kosten van het bevolkingsonderzoek in Nederland 1.600 euro per gewonnen levensjaar bedragen. Wanneer screening voorkomt dat een vrouw overlijdt aan borstkanker, zal zij niet de terminale ziektefase ondergaan en gemiddeld 16,5 levensjaren winnen.
De stelling dat screening meer overdiagnose oplevert dan gezondheidswinst geldt dus niet voor het bevolkingsonderzoek in Nederland. Wel kan het screeningsprogramma op een aantal punten worden verbeterd.

De Raad beveelt aan te onderzoeken op welke manier vrouwen die een onterecht positieve uitslag krijgen beter begeleid kunnen worden. Deze vrouwen blijken namelijk daarna vaak nog extra controles te ondergaan. Ook kan het screeningsprogramma verbeterd worden door een apart vervolgtraject te ontwikkelen voor vrouwen bij wie de uitslag wijst op een klein risico op borstkanker. Bij hen volstaat meestal een nieuw mammogram of een echo en is geen biopsie nodig.

www.kanker.be/nieuws/stichting-tegen-kanker-vlk-en-centra-voor-kankeropsporing-over-borstkankerscreening#sthash.w9YrJK9R.dpuf
www.gezondheidsraad.nl/nl/adviezen/preventie/bevolkingsonderzoek-naar-borstkanker-verwachtingen-en-ontwikkelingen






pub