Borstkanker: wie moet zich preventief laten onderzoeken?

Laatst bijgewerkt: oktober 2013
vr-borstca_170_400_05.jpg

nieuws • Vrouwen van 50 tot en met 69 jaar

In Vlaanderen worden iets minder dan de helft van de borstkankers ontdekt bij vrouwen van 50 tot 70 jaar.
Daarom kunnen vrouwen van 50 tot en met 69 jaar om de 2 jaar gratis een mammografie laten nemen in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Deelname aan het onderzoek is niet verplicht.
Tijdens deze screening worden borstfoto’s gemaakt om afwijkingen die op borstkanker kunnen duiden (nog voor zij voelbaar zijn) op te sporen. Wanneer een afwijking te zien is, volgt verder onderzoek.

Vaak kan borstkanker via het bevolkingsonderzoek tijdig worden ontdekt. Toch geeft deze screening geen honderd procent zekerheid. Het komt voor dat borstkanker nog niet, moeilijk of helemaal niet op de foto’s te zien is. Soms is op de foto’s een minimale afwijking te zien die goedaardig lijkt, maar later toch borstkanker blijkt te zijn.

Tussen de tweejaarlijkse screening houdt u best zelf in het oog of er iets aan uw borsten verandert. Als u veranderingen ziet of voelt (een knobbeltje, vochtverlies, een kuiltje in de borst, een ingetrokken tepel, huiduitslag, een ontsteking...), gaat u best zo vlug mogelijk naar uw huisarts of gynaecoloog.
Vrouwen die niet binnen de doelgroep (50-69 jaar) vallen en zich toch willen laten onderzoeken, kunnen best hierover hun huisarts of gynaecoloog om advies vragen. Die zal indien nodig een voorschrift voor een mammografie geven. Die mammografie, die buiten de borstkankerscreening valt, is niet gratis.

• Vrouwen jonger dan 40 jaar

Onder de 40 jaar wordt een screening via een mammografie afgeraden, tenzij bij vrouwen die een zeer hoog risico lopen op borstkanker omdat de kanker in de familie voorkomt.

• Vrouwen tussen 40 en 50 jaar

In Vlaanderen worden ongeveer 2,5 van de 10 (23% in 2006) borstkankers ontdekt bij vrouwen jonger dan 50 jaar. Bij vrouwen jonger dan 50 jaar is röntgenonderzoek minder geschikt voor vroege opsporing in het kader van een bevolkingsonderzoek, omdat er dan nog vaak veel klierweefsel in de borsten zit. Dat maakt de röntgenfoto’s moeilijker te beoordelen bij vrouwen zonder klachten. Het borstweefsel is bij deze groep ook nog gevoeliger voor straling.

Voor de leeftijd tussen 40 en 50 jaar bestaat er nog steeds een discussie of het voordeel voldoende hoog is ten opzichte van het risico. Door de vrij beperkte voordelen en het risico op negatieve effecten beveelt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) de opsporing van borstkanker bij veertigers zonder symptomen of verhoogd risico momenteel niet aan.

Door een systematische screening zouden jaarlijks ongeveer 24 overlijdens kunnen vermeden worden, maar de straling van de mammografie bij die honderdduizenden vrouwen zou tot 40 extra kankers en 16 sterfgevallen kunnen veroorzaken. Door de screening worden ook een heel aantal kleine letsels ontdekt en behandeld die nooit tot een dodelijke kanker zouden doorgegroeid zijn. Ook dit leidt tot onnodige ongerustheid en overbodige en schadelijke medische ingrepen, zoals borstamputaties en bestralingen bij tientallen vrouwen.
In Nederland wordt momenteel onderzocht of de beginleeftijd voor het bevolkingsonderzoek omlaag kan, omdat ook de foto’s van vrouwen tussen de 45 en 49 jaar digitaal beter te beoordelen zijn.

• Vrouwen boven 70 jaar

In Vlaanderen worden ongeveer 3 van de 10 borstkankers ontdekt bij vrouwen ouder dan 70 jaar. Over de effecten van een opsporingsprogramma voor deze leeftijdsgroep spreken de resultaten van wetenschappelijke studies elkaar tegen.
Ook boven de leeftijd van 70 beveelt het KCE geen systematische screening aan. Er zou weliswaar gemiddeld een beperkte winst in levensjaren zijn (13 jaren voor 1000 gescreende vrouwen) maar er is een risico dat globaal hun levenskwaliteit wordt aangetast door te frequent ‘vals alarm’ en overdiagnose. Er zullen meer behandelingen volgen die misschien uiteindelijk geen invloed hebben op de overleving van de persoon.
In Nederland loopt het bevolkingsonderzoek tot de leeftijd van 75 jaar.

• Vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker

- Vooral vrouwen bij wie borstkanker in de familie voorkomt lopen een groter risico om zelf borstkanker te krijgen. Bij 5 à 10% van de vrouwen met borstkanker gaat het om een erfelijke vorm van kanker. De erfelijke vorm wordt meestal op jongere leeftijd vastgesteld - tussen de 35 en 60 jaar. Afhankelijk van o.a. de verwantschap met deze familieleden kan dat risico gemiddeld, hoog of sterk verhoogd zijn.

Volgende criteria zijn aanwijzingen voor een erfelijke vorm van borstkanker:
• Twee of meer eerste- en/of tweede graads verwanten (zowel mannelijk als vrouwelijk) aan moeders- of aan vaderszijde met borstkanker en/of eierstokkanker.

• Een eerstegraads verwante (man of vrouw) met borstkanker voor de leeftijd van 50 jaar.
• Een eerstegraads verwante met borstkanker en eierstokkanker.
• Een eerstegraads verwante met borstkanker én een eerstegraads verwante met eierstokkanker.

- Daarnaast hebben vrouwen die op jonge leeftijd een bestraling van het bovenlichaam kregen (radiotherapie met mantelveld) een sterk verhoogd risico.

- Vrouwen met een verhoogde borstdensiteit, dus met zeer veel klierweefsel en weinig vetweefsel, behoren tot de categorie met een matig verhoogd risico.
Deze vrouwen worden volgens het KCE het best jaarlijks vanaf jonge leeftijd opgevolgd. Afhankelijk van het risico begint deze opvolging vanaf 30 of 40 jaar, of 5 jaar voor de leeftijd die het andere familielid had toen de borstkanker werd vastgesteld. Hierbij kan een mammografie, MRI of, in bepaalde gevallen, echografie worden gebruikt, of een combinatie van deze methodes.

Beslissingen hierover, samen met het al of niet ondergaan van genetische testen, worden best genomen door professionals met voldoende ervaring en opleiding, in samenspraak en overleg met de patiënt. Daarbij moet de patiënt voldoende op de hoogte gebracht worden van de beperkingen, voor- en nadelen van het borstkankeronderzoek en de genetisch testen, zoals onnodige behandeling bij het ontdekken van letsels die uiteindelijk geen borstkanker blijken te zijn, en de daarmee gepaard gaande ongerustheid. De screening zorgt ervoor dat borstkanker wordt opgespoord, maar het is nog niet helemaal bewezen dat ze ook echt levens redt.

Echografie

Het KCE raadt af om systematisch een echografie toe te voegen aan een screeningsmammografie. Dit biedt meestal geen meerwaarde en zorgt voor onnodige extra onderzoeken , zoals borstpuncties en biopties, en ongerustheid.

Meer lezen
www.zorg-en-gezondheid.be/Ziektes/Vlaams-bevolkingsonderzoek-naar-borstkanker/




pub