Screening halveert borstkankersterfte

Laatst bijgewerkt: juli 2013
folder-screnening-borstca-tanghe-170_400_06.jpg

nieuws Dankzij de screening neemt de sterfte aan borstkanker onder deelnemende vrouwen af. Onder de deelneemsters aan het Nederlandse programma voor borstkankerscreening is de kans om aan borstkanker te overlijden half zo groot als onder niet-deelneemsters. Dat is de conclusie van Nijmeegse en Rotterdamse onderzoekers in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Vroege ontdekking van borstkanker is dus winst. Zowel de gescreende als de niet-gescreende vrouwen met borstkanker profiteren bovendien van de verbeterde behandelmogelijkheden.

Jaarlijks worden in Nederland ruim 900.000 vrouwen gescreend (80 % van de doelgroep). Bij ruim 5.000 daarvan wordt een borsttumor gevonden (5,9 per 1.000 gescreende vrouwen). In 2010 overleden 65,2 per 100.000 vrouwen van 50-74 jaar aan borstkanker. Dit is 31% lager dan gemiddeld in 1986-88, de jaren voor de start van het landelijke bevolkingsonderzoek.

Per 1000 gescreende vrouwen krijgt er 2,4 een intervalkanker. Intervalkankers zijn gedefinieerd als kankers ontstaan in de eerste 2 jaar na screening.

Er zijn ook nadelen aan een grootschalig bevolkingsonderzoek, zoals onder andere de foutpositieve uitslagen. Dat betreft vrouwen, bij wie de radioloog op de screeningsfoto iets ziet wat, bij nader onderzoek, geen borstkanker is. Deze vrouwen hebben dus voor niets in spanning gezeten. In Nederland wordt twee procent van de gescreende vrouwen doorverwezen voor nader onderzoek. Bij zeventig procent van de doorverwezen vrouwen blijkt achteraf niets aan de hand te zijn.

Een ander nadeel van het bevolkingsonderzoek is overdiagnose. Het gaat hier om tumoren die gevonden worden bij de screening en vervolgens behandeld worden, maar die zonder de screening nooit tot klachten of sterfte geleid zouden hebben. Dit komt onder andere doordat sommige tumoren erg langzaam groeien. Op basis van computersimulaties is de schatting, dat dit in Nederland om negen procent van de borstkanker gaat, die bij de screening gevonden wordt.

Begin jaren negentig, direct na de invoering van de screening in Nederland, is er nog nauwelijks een daling in de sterfte te zien. Vanaf het eind van de jaren negentig, zeven tot tien jaar na invoering van het programma, wordt de daling van de borstkankersterfte statistisch significant. In enkele Scandinavische studies wordt na de invoering van screening geen dalende trend gezien. Hoogstwaarschijnlijk speelt hier mee, dat de Scandinaviërs alleen naar de korte termijn hebben gekeken.

Cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie laten zien dat in dertig Europese landen de borstkankersterfte daalt, ook in landen waar geen screening is. Dit is mede te danken aan het groeiende besef bij vrouwen om met een knobbeltje in de borst meteen naar de dokter te gaan, en aan de betere behandelingen.






pub