Borstkankerscreening volgens maat van je risico

Laatst bijgewerkt: oktober 2013
mammografie-dr-170.jpg

nieuws Alle vrouwen in België tussen 50 en 69 jaar worden 1 maal om de 2 jaar door de overheid uitgenodigd voor een borstonderzoek met mammografie. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) oordeelde in 2010 dat het niet opportuun was om deze georganiseerde borstkankerscreening uit te breiden naar vrouwen vanaf 40 jaar. Veel vrouwen laten zich screenen buiten het officiële programma.

Vaak wordt daarbij systematisch een echografie uitgevoerd, die meestal geen meerwaarde biedt en zorgt voor onnodige extra onderzoeken en ongerustheid.
Een echografie spoort weinig extra borstkankers op maar zorgt vaak wel voor ‘vals alarm’, met onnodige ongerustheid en extra onderzoeken, zoals borstpuncties en biopties, als gevolg. Daarom beveelt het KCE het systematisch koppelen van een echografie aan een mammografie bij algemene borstkankerscreening niet aan.

Bij vrouwen met een verhoogd risico kan een vervroegde screening wel een optie zijn.
Bij deze vrouwen moet het risico individueel worden bepaald. Vervolgens moet er met de arts worden overlegd welke screeningsmethode zal worden gebruikt, en hoe vaak dit onderzoek zal moeten gebeuren.

• Borstkanker in de familie belangrijkste risicofactor
Vooral vrouwen bij wie borstkanker in de familie voorkomt lopen een groter risico om zelf borstkanker te krijgen. Afhankelijk van o.a. de verwantschap met deze familieleden kan dat risico gemiddeld, hoog of sterk verhoogd zijn.

• Daarnaast hebben vrouwen die op jonge leeftijd een bestraling van het bovenlichaam kregen (radiotherapie met mantelveld) een sterk verhoogd risico.

• Vrouwen met een verhoogde borstdensiteit, dus met zeer veel klierweefsel en weinig vetweefsel, behoren tot de categorie met een matig verhoogd risico.

• Andere factoren, zoals overgewicht, alcoholgebruik, gebruik van de pil, eerste menstruatie op jonge leeftijd, enz. verhogen het risico op borstkanker maar in beperkte mate. Voor deze vrouwen volstaat de georganiseerde screening.

Hoe en wanneer screenen?

Vrouwen met een sterk verhoogd risico op borstkanker worden best jaarlijks vanaf jonge leeftijd opgevolgd. Afhankelijk van het risico begint deze opvolging vanaf 30 of 40 jaar, of 5 jaar voor de leeftijd die het andere familielid had toen de borstkanker werd vastgesteld.

Hierbij kan een mammografie, MRI of, in bepaalde gevallen, echografie worden gebruikt, of een combinatie van deze methodes. Beslissingen hierover, samen met het al of niet ondergaan van genetische testen, worden best genomen door professionals met voldoende ervaring en opleiding, in samenspraak en overleg met de patiënt. Daarbij moet de patiënt voldoende op de hoogte gebracht worden van de beperkingen, voor- en nadelen van het borstkankeronderzoek en de genetisch testen, zoals onnodige behandeling bij het ontdekken van letsels die uiteindelijk geen borstkanker blijken te zijn, en de daarmee gepaard gaande ongerustheid. De screening zorgt ervoor dat borstkanker wordt opgespoord, maar het is nog niet helemaal bewezen dat ze ook echt levens redt.

Elke opsporingingsmammografie moet afzonderlijk ‘gelezen’ wordt door 2 radiologen. Het verhoogt de kwaliteit van het onderzoek. Deze dubbele lezing wordt systematisch gedaan bij mammografieën in het officiële screeningsprogramma. Een mammografie met computerdetectie heeft geen bewezen toegevoegde waarde en kan deze dubbele lezing niet vervangen. Het gebruik van digitale mammografie heeft een aantal praktische voordelen, zoals het gemakkelijker opslaan en uitwisselen van digitale foto’s voor een tweede opinie.


bron: kce.fgov.be



pub