Is eten volgens het seizoen beter voor milieu en gezondheid?

dossier In een tijdperk van globalisering zijn aardbeien midden in de winter verkrijgbaar en liggen tomaten het hele jaar door in de supermarkt. Toch groeit de belangstelling voor seizoensgebonden eten: het bewust kiezen voor groenten en fruit die op dat moment van het jaar lokaal of regionaal worden geoogst. Deze manier van eten is allesbehalve nieuw. Integendeel, eeuwenlang aten mensen vrijwel uitsluitend wat het seizoen te bieden had, lang voordat gekoeld transport en internationale voedselketens hun intrede deden. Maar biedt seizoensgebonden eten daadwerkelijk voordelen voor de gezondheid en het milieu? En zijn er ook nadelen aan verbonden?

Wat zijn seizoensgroenten?

Getty_nachtschade_groenten_moestuin_2025.jpg

© Getty Images

Seizoensgebonden eten wordt doorgaans omschreven als het consumeren van voedingsmiddelen die op een bepaald moment van het jaar op natuurlijke wijze worden geteeld en geoogst in de eigen regio. De exacte definitie verschilt echter. Sommige deskundigen beperken het begrip tot lokaal geteeld voedsel, terwijl anderen ook producten meenemen die afkomstig zijn uit dezelfde klimaatzone. In dit artikel bespreken we de belangrijkste voor- en nadelen van seizoensgebonden eten op basis van wetenschappelijke inzichten.

Voordelen van seizoensgroenten en seizoensfruit

Hogere voedingswaarde

Een vaak genoemd voordeel van seizoensgebonden eten is de hogere voedingswaarde van producten. Groenten en fruit die op het juiste moment worden geoogst - wanneer ze volledig rijp zijn - bevatten doorgaans meer vitaminen, mineralen en bioactieve stoffen dan producten die onrijp worden geplukt voor langeafstandstransport.

Zo blijkt uit onderzoek dat herfstgeteelde broccoli bijna dubbel zoveel vitamine C kan bevatten als broccoli uit het voorjaar. Dit verschil wordt verklaard door optimale groeiomstandigheden zoals voldoende zonlicht, geschikte temperaturen en voldoende vocht, die de aanmaak van bioactieve stoffen stimuleren.

Ook transport en bewaring beïnvloeden de voedingswaarde. Vitamine C en bepaalde B-vitaminen zijn gevoelig voor licht, warmte en zuurstof. Onderzoek toont aan dat het vitamine C-gehalte bij gekoelde opslag al na ongeveer 15 dagen merkbaar kan dalen. Daarnaast neemt de antioxidantcapaciteit van groenten en fruit af naarmate de bewaartijd toeneemt. Vitamine A en E zijn stabieler, maar kunnen eveneens degraderen door oxidatie en lichtblootstelling.

Seizoensgebonden, lokaal geproduceerde producten worden doorgaans sneller geconsumeerd, waardoor meer van deze gevoelige micronutriënten behouden blijven. Dat betekent echter niet dat bewaring altijd nadelig is: in tomaten bijvoorbeeld zijn lycopeen en bètacaroteen in verwerkte producten soms beter opneembaar. Voor wateroplosbare vitaminen geldt echter vaak: hoe verser, hoe beter.

Gunstig effect op de darmmicrobiota

Een wisselend seizoensdieet kan de diversiteit van de darmmicrobiota bevorderen. Onderzoek bij de Hutterieten, een gesloten religieuze gemeenschap in Noord-Amerika met een sterk gestandaardiseerd voedingspatroon, toonde duidelijke seizoensgebonden verschuivingen in de samenstelling van het darmmicrobioom aan. In de zomer en herfst, wanneer verse groenten en fruit ruimer beschikbaar zijn, namen zowel de microbiële diversiteit als de abundantie van bepaalde gunstige bacteriegroepen, zoals Bacteroidetes, toe.

Een gevarieerder dieet doorheen het jaar, met wisselende vezelbronnen, fytochemische stoffen en prebiotica, stimuleert een breder spectrum aan darmbacteriën. Een diverse darmmicrobiota wordt geassocieerd met een betere immuunfunctie, lagere ontstekingsniveaus en een mogelijk verminderd risico op chronische aandoeningen zoals obesitas, type 2-diabetes en inflammatoire darmziekten.

Lagere ecologische voetafdruk

Seizoensgebonden eten gaat vaak samen met lokaal produceren en consumeren, waardoor de transportafstand (de zogenaamde ‘food miles’) beperkt blijft. Een grootschalige studie uit 2022 van de Universiteit van Sydney, gepubliceerd in Nature Food, schat dat voedseltransport wereldwijd verantwoordelijk is voor ongeveer 19% van de broeikasgasemissies binnen het voedselsysteem. Dat is 3,5 tot 7,5 keer hoger dan eerder werd aangenomen. De onderzoekers stellen dat vooral de vraag naar buiten-seizoensproducten in welvarende landen bijdraagt aan deze transportemissies.

Consumenten kunnen de herkomst van producten eenvoudig controleren via het etiket, waarop de oorsprong verplicht vermeld staat. Productiesystemen die inzetten op duurzaamheid, zoals geïntegreerde en biologische landbouw, kiezen vaker voor lokale en seizoensgebonden teelt en houden daarbij rekening met natuurlijke groeicycli.

Daarnaast vereisen seizoensproducten doorgaans minder kunstmatige rijping, minder chemische bewaarmiddelen en minder energie voor gekoelde opslag. Ook zijn ze minder afhankelijk van energie-intensieve glastuinbouw, al verschilt dit sterk per teeltmethode en regio.

Economische voordelen en smaak

Seizoensproducten zijn tijdens de piek van de oogst ruim beschikbaar, wat de prijs doorgaans drukt. Lokale producenten kunnen hun overschotten sneller en goedkoper afzetten, wat zowel de consument als de lokale economie ten goede komt. Oplettende consumenten kunnen via de prijsontwikkeling vaak afleiden welke producten in het seizoen en lokaal beschikbaar zijn. In de zomer zorgen meer zonlicht en hogere temperaturen voor een ruim aanbod aan groenten en fruit. Klassiekers zoals broccoli, bloemkool, boontjes en aardbeien zijn in die periode vaak gunstig geprijsd.

Smaak is een factor die in de literatuur vaak terugkeert. Groenten en fruit die op volle rijpheid worden geoogst, hebben doorgaans een rijker aromaprofiel dan producten die onrijp worden geplukt en nadien verder rijpen tijdens transport of opslag. Rijping aan de plant leidt tot een hogere concentratie van suikers, organische zuren en vluchtige aroma’s die samen de kenmerkende smaak bepalen. Het verschil is bijvoorbeeld duidelijk merkbaar tussen winter- en zomertomaten.

Een betere smaak tegen een lagere prijs vormt voor veel consumenten een belangrijke motivatie om voor seizoensproducten te kiezen. Dit maakt koken met seizoensgroenten aantrekkelijker en kan de consumptie van verse groenten en fruit stimuleren.

Mogelijke nadelen van seizoensgebonden eten

Beperkte keuze in de winter

Een van de meest voor de hand liggende nadelen is de beperkte variatie aan verse producten tijdens de wintermaanden, zeker in gematigde klimaatzones zoals België en Nederland. Wie strikt seizoensgebonden eet, is in deze periode vooral aangewezen op koolsoorten, wortelen, knollen, prei, appels en peren. Hoewel deze producten voedzaam zijn, kan de beperkte variatie het moeilijker maken om een gevarieerd en aantrekkelijk voedingspatroon vol te houden.

Onderzoek gepubliceerd in Proceedings of the Nutrition Society suggereert dat een strikt seizoens- en lokaal voedingspatroon in de meeste Europese landen haalbaar is qua nutriënteninname. Tegelijk kan de beperkte wintervariatie voor sommige groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met verhoogde voedingsbehoeften, een uitdaging vormen. Daarnaast haalt slechts een minderheid van de bevolking de aanbevolen dagelijkse inname van groenten en fruit, waardoor een nog beperkter aanbod deze kloof mogelijk verder kan vergroten.

Risico op voedingstekorten

In regio’s met lange winters of een beperkt teeltseizoen kan een strikt seizoensgebonden voedingspatroon leiden tot een verminderde inname van bepaalde micronutriënten. Vitamine C-rijke citrusvruchten zijn in de Belgische winter niet lokaal beschikbaar, al leveren onder meer aardappelen, koolsoorten en peterselie ook vitamine C. Foliumzuur, aanwezig in donkergroene bladgroenten zoals spinazie en asperges, is in de winter minder gemakkelijk uit lokale producten te halen.

Tegelijk moet worden benadrukt dat een gematigde seizoensbenadering, waarbij niet elk product strikt lokaal hoeft te zijn en waarbij bevroren, gedroogde of ingemaakte producten worden gebruikt als aanvulling, dit risico grotendeels kan beperken. Diepvriezen kort na de oogst behoudt de meeste micronutriënten uitstekend en kan in sommige gevallen zelfs gunstiger zijn dan verse producten die langdurig worden getransporteerd of opgeslagen.

Praktische uitdagingen en tijdsinvestering

Seizoensgebonden eten vraagt kennis van de oogstkalender, meer planning en soms extra creativiteit in de keuken. Voor drukbezette gezinnen of mensen zonder ervaring met seizoensproducten kan dit een drempel vormen. In een voedingsomgeving waarin vrijwel alle producten het hele jaar door beschikbaar zijn, vergt een bewuste keuze voor seizoensgebonden eten bovendien een gedragsverandering die niet vanzelfsprekend is.

Daarnaast varieert het aanbod van seizoensproducten sterk per regio. Wie in een stedelijke omgeving woont zonder toegang tot boerenmarkten of lokale winkels, heeft het vaak moeilijker om consequent seizoensgebonden te eten. In supermarkten worden seizoens- en niet-seizoensproducten bovendien doorgaans door elkaar aangeboden, wat bewuste keuzes extra complex maakt.

De complexiteit van de ecologische balans

Hoewel lokaal en seizoensgebonden eten vaak wordt gepresenteerd als de meest milieuvriendelijke keuze, is het beeld genuanceerder. Onder meer onderzoeker Hannah Ritchie en anderen hebben erop gewezen dat de productiemethode in veel gevallen een grotere impact heeft op de ecologische voetafdruk van voedsel dan het transport. Zo kan een tomaat die buiten het seizoen in een verwarmde Belgische serre wordt geteeld, een hogere uitstoot veroorzaken dan een tomaat die efficiënt per schip wordt ingevoerd uit bijvoorbeeld Spanje of Marokko.

Dit betekent dat ‘lokaal’ en ‘seizoensgebonden’ niet automatisch gelijkstaan aan ‘duurzaam’. De uiteindelijke milieu-impact hangt af van factoren zoals teeltmethode, energiebron en transportwijze. Een genuanceerde benadering van seizoensgebonden eten - met aandacht voor het vermijden van energie-intensieve serreteelt buiten het seizoen en het verkorten van ketens waar mogelijk - levert doorgaans de grootste milieuwinst op.

Conclusies

  • Seizoensgebonden eten biedt verschillende potentiële voordelen: een hogere voedingswaarde van verse producten, meer variatie in het voedingspatroon doorheen het jaar, een gunstig effect op de darmmicrobiota, een lagere ecologische voetafdruk bij kortere ketens en doorgaans lagere kosten. De wetenschappelijke evidentie voor een betere micronutriëntenstatus bij seizoensproducten is vooral sterk voor vitaminen die gevoelig zijn voor opslag en transport.
  • Tegelijk is nuance nodig. Een strikt seizoenspatroon in regio’s met lange winters kan de voedingsvariatie beperken en voor sommige groepen een uitdaging vormen om een evenwichtige voeding te behouden. Ook de ecologische winst is niet absoluut: lokale teelt in verwarmde serres kan een hogere impact hebben dan efficiënte import via zeevracht.
  • De meest evenwichtige benadering is een flexibele vorm van seizoensgebonden eten: zoveel mogelijk kiezen voor lokale, verse producten in het seizoen, aangevuld met diepvries- en geconserveerde producten wanneer het aanbod beperkt is, en met een pragmatische houding tegenover importproducten met een relatief lage ecologische voetafdruk. Zo ontstaat een voedingspatroon dat voedzaam, gevarieerd en milieubewuster is, zonder onnodige beperkingen.

Groente- en fruitkalender volgens de seizoenen

Eten volgens de seizoenen is makkelijker gezegd dan gedaan. Bekijk de groente- en fruitkalender  (klik op 'plus' om te vergroten eens je in het document bent) en laat je inspireren.

Bronnen:
  https://www.webmd.com
  https://dhwblog.dukehealth.org
  Galani, J.H.Y., Patel, J.S., Patel, N.J. and Talati, J.G. (2017) ‘Storage of fruits and vegetables in refrigerator increases their phenolic acids but decreases the total phenolics, anthocyanins and vitamin C with subsequent loss of their antioxidant capacity’, Antioxidants, 6(3), p. 59. 
  https://agriculture.institute
  Coles, L.T. and Clifton, P.M. (2013) ‘Seasonality and dietary requirements: will eating seasonal food contribute to health and environmental sustainability?’, Proceedings of the Nutrition Society, 72(OCE4), E225.
  Emily R Davenport, Orna Mizrahi-Man, Katelyn Michelini, Luis B Barreiro, Carole Ober, Yoav Gilad (2014). Seasonal variation in human gut microbiome composition. PLoS One. Mar 11;9(3):e90731.
  Li, M., Lenzen, M., Malik, A., Wei, L., Jin, Y. and Raubenheimer, D. (2022) ‘Global food-miles account for nearly 20% of total food-systems emissions’, Nature Food, 3, pp. 445–453.
  https://hannahritchie.substack.com
  https://hgic.clemson.edu
  Stelmach-Mardas, M., Kleiser, C., Uzhova, I., Peñalvo, J.L., Torre, L., Palys, W. et al. (2016) ‘Seasonality of food groups and total energy intake: a systematic review and meta-analysis’, European Journal of Clinical Nutrition, 70(6), pp. 700–708.

bron: Dr. ir. Eric De Maerteleire
auteur: Sofie Van Rossom, gezondheidsjournalist
Laatst bijgewerkt: juni 2026

Artikels over gezondheid in je mailbox? Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang een gratis e-book met gezonde ontbijtrecepten.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Roularta Media Group NV.
volgopfacebook

volgopinstagram

[ X ]

Blijf op de hoogte!

Artikels over gezondheid in je mailbox? Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang een gratis e-book met gezonde ontbijtrecepten.



Nee, bedankt