Barometer over hart-en vaatziekten in België

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
bloeddruknemen-2.jpg

nieuws Met 38.000 overlijdens per jaar blijven hart- en vaatziekten in België de belangrijkste doodsoorzaak. De Belgen zijn zich evenwel nog onvoldoende bewust van hun eigen cardiovasculaire risico. Dat is de belangrijkste les die we kunnen trekken uit de 1e peiling over hart- en vaatziekten, een opiniepeiling bij een representatieve steekproef van de Belgische bevolking op initiatief van de Belgische Cardiologische Liga.
Deze grootschalige enquête, die elk jaar zal worden herhaald, wil een balans opmaken van de houding van de Belgen ten opzichte van hun globaal cardiovasculaire risico, alsook meten hoe hun perceptie en kennis van hart- en vaatziekten evolueert.
Eerste vaststelling: voor bijna één Belg op twee komt een hart- en vaatziekte neer op een hartinfarct, terwijl de andere hart- en vaataandoeningen blijkbaar minder of helemaal niet gekend zijn. Slechts 8% van hen vermelden het cerebro-vasculaire accident. Bovendien « verwart » men tijdens de interviews regelmatig aandoening en risicofactor. Voeding (28%), roken (27%) of cholesterol (26%) worden op die manier aangehaald als de ziekte zelf.
Voorts lijken de Belgen de belangrijkste factoren van cardiovasculaire risico’s te kennen en te identificeren, maar het belang dat zij eraan hechten, staat soms niet in verhouding tot de werkelijkheid. Roken (51%) en voeding (50%) worden het meest vernoemd, gevolgd door stress (35%), cholesterol (33%) en alcohol (32%). Op enige afstand volgen obesitas (24%) en een sedentair leven (23%). Een aantal risicofactoren die therapeutisch kunnen worden behandeld, worden minder spontaan vernoemd: dat geldt voor verhoogde bloeddruk (22%) of diabetes (9%). Deze cijfers doen vragen rijzen, als men weet dat in België 1,2 miljoen mensen met hypertensie gekend zijn (naast nog eens 2 miljoen ongekende hypertensiepatiënten) en dat het aantal diabetici van type II wordt geraamd op 500.000, van wie nauwelijks 50% is gediagnosticeerd...
Tot slot verliest de Belg grotendeels twee onbehandelbare risicofactoren uit het oog: leeftijd (20%) en erfelijkheid (13%).
De optelling van de risicofactoren vergroot het risico. De strategie ter preventie van hart- en vaatziekten is dus niet langer gericht op een afzonderlijke correctie op korte termijn van één factor, zoals hypercholesterolemie of hypertensie, maar op de verlaging op lange termijn van het globale risico op hart- en vaatziekten van een persoon, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende parameters.
Terwijl de Belgen het concept van globaal risico niet erkennen, bestaan bij 42% van hen ten minste twee en bij 19% ten minste drie risicofactoren. Als de steekproef in detail wordt geanalyseerd, stelt men vast dat er van de personen met ten minste drie risicofactoren 58% rookt, 60% aan overgewicht lijdt en 69% onvoldoende lichaamsbeweging heeft.

Een van de meest ingrijpende lessen die wij kunnen trekken uit de eerste barometer over hart- en vaatziekten, legt de vinger op de gebrekkige kennis van de Belgen inzake hun eigen graad van cardiovasculair risico. Als hen wordt gevraagd dit te evalueren op een schaal van 0 (« helemaal geen risico ») tot 10 (« zeer hoog risico »), situeert 54% dit tussen 3 en 7, 35% tussen 0 en 3 en 11% tussen 8 en 10. Deze scores zijn duidelijk onderschattingen, als we het profiel van deze respondenten bekijken: 34% rookt, 33% doet niet of weinig aan lichaamsbeweging, 21% lijdt aan overgewicht, 14% heeft een te hoge cholesterolspiegel, 12% lijdt aan hypertensie, terwijl 22% een nauwe verwant heeft die al een infarct of een cerebrovasculair accident kreeg. Het waargenomen gemiddelde van het cardiovasculaire risico bedraagt 4,14 op deze schaal van 10.
De gebrekkige kennis van het eigen risiconiveau leidt logischerwijze tot een weinig gealarmeerde houding. 39% van de Belgen vinden dat zij weinig risico lopen en maken zich dan ook geen zorgen. 30% situeert zich eveneens in de categorie van lage risico’s en verklaart « waakzaam te blijven ». Wat meer verontrustend is: 16% erkent zijn eigen risicoprofiel, maar maakt er zich niet ongerust over. Dat maakt dat slechts 11% van de Belgen denkt een hoog risico te lopen en zich zorgen maakt.
De veeleer passieve houding van de Belgen ten aanzien van hun eigen cardiovasculaire risiconiveau wordt enigszins gematigd als het gaat om raadpleging van de huisarts: 67% van de respondenten met ten minste 3 risicofactoren hebben er al over gepraat met hun arts. Dit percentage is nagenoeg omgekeerd als de steekproef in haar geheel wordt beschouwd: gemiddeld 37% van de Belgen hebben hun arts al geraadpleegd om over hun cardiovasculaire risiconiveau te spreken. Een percentage dat sterk stijgt bij wie ouder is dan 65 jaar. 68% van die
groep heeft zijn huisarts al aangesproken over zijn cardiovasculaire risico.

De Belgen vragen dan wel advies, maar volgen dat niet echt nauwgezet op. Zo kreeg 20% van de personen die hun arts raadpleegden, het advies meer aan lichaamsbeweging te doen, maar slechts 15% bracht dit in de praktijk. Dit verschil is nog groter bij de rokers: 14% kreeg de raad om minder of niet meer te roken, maar slechts 5% volgde die op. Ander advies levert globaal genomen meer resultaat op: een behandeling volgen (15% advies, 13% in de praktijk), een dieet volgen/voeding afwisselen (10%, 10%), een dieet volgen/schadelijke levensmiddelen vermijden (10%, 9%), een dieet volgen/gewicht verliezen (8%, 8%).
Personen met ten minste 3 risicofactoren zijn eerder geneigd hun arts te raadplegen, maar volgen evenmin trouw diens advies: 47% kreeg het advies meer aan lichaamsbeweging te doen, maar slechts 25% deed dit ook daadwerkelijk. Roken lijkt nogmaals de risicofactor die het meeste weerstand biedt: 34% van deze categorie kreeg dit advies, maar slechts 9% volgde het op.
www.cardiologischeliga.be



verschenen op : 23/07/2006 , bijgewerkt op 12/08/2019


pub