Astma: psychologische factoren verhinderen soms een correcte diagnose

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
astma-longen-afb.jpg

nieuws Astmapatiënten ervaren hun aanvallen soms als erger dan ze in werkelijkheid zijn. Dat zorgt voor problemen bij een correcte medische diagnose en kan leiden tot een te zware medicatie. Als patiënten leren hoe ze die soms extreme emoties onder controle kunnen krijgen, kan de behandeling meer afgewogen verlopen. Dat is een van de conclusies in het doctoraatsonderzoek van Steven De Peuter (departement Psychologie van de K.U.Leuven).

Astma heeft als typische symptomen hoesten, piepende ademhaling en kortademigheid die in aanvallen optreden. De oorzaak is overgevoeligheid van de luchtwegen voor prikkels zoals huisstofmijt, pollen of sigarettenrook. Herhaalde prikkeling leidt tot een ontstekingsreactie, waardoor de klachten chronisch kunnen worden en zowel de ernst als het aantal aanvallen kunnen toenemen.
Om het geneesmiddelengebruik optimaal af te stemmen op de ernst van de ziekte, is het nodig dat patiënten hun toestand correct kunnen inschatten. Dat blijkt in vele gevallen een probleem: tot 60 procent van de patiënten kan zich geen juist beeld vormen. Bovendien blijken puur lichamelijke factoren niet te volstaan om de verschillen te verklaren tussen objectieve metingen van de toestand van de luchtwegen en de klachten waarover patiënten praten.
In zijn doctoraatsstudie heeft Steven De Peuter onderzocht in welke mate psychologische processen een rol spelen bij het waarnemen van astmaklachten. Hij stelde vast dat het voldoende is dat een astmapatiënt in een situatie terechtkomt waarin hij of zij eerder al klachten had, om opnieuw diezelfde klachten te ervaren. Bovendien bleek dat een grote groep astmapatiënten zich voor een oordeel over hun toestand waarschijnlijk sterker baseert op wat ze verwachten dat er zal gebeuren, dan op wat er werkelijk aan de hand is. Daarnaast toonde De Peuter aan dat de mate waarin patiënten emotioneel reageren tijdens een astma-aanval, doorslaggevend is voor de mate waarin ze klachten ervaren. Het emotionele aspect bleek bepalend te zijn voor de hoeveelheid klachten, en dus voor de ‘belasting’ die de ziekte veroorzaakt.
Zit astma dan vooral tussen de oren? Zover gaat De Peuter niet; aan de basis is het wel degelijk een fysieke aandoening. Maar de resultaten bewijzen dat psychologische factoren een belangrijke rol spelen in het ervaren van astmasymptomen. Dat betekent dat medische beslissingen die alleen gebaseerd zijn op de klachten van patiënten maar beperkt betrouwbaar zijn en voorzichtig gebruikt moeten worden.
Maar ook – en dat is belangrijker – tonen deze resultaten aan dat wat zich afspeelt in het hoofd van de patiënten meer is dan ‘ruis op het signaal’. De onderliggende psychologische processen kunnen 'zichtbaar' gemaakt worden. Dat betekent dat er op termijn oplossingen kunnen komen om de negatieve gevolgen voor de patiënt te verminderen, zoals extreme angstgevoelens met overmedicatie als gevolg, of de risico's die verbonden zijn aan het niet tijdig opmerken van astma-aanvallen.






pub