Altijd familieonderzoek bij erfelijke hartritmestoornis

Laatst bijgewerkt: oktober 2019
123m-hart-ekg-6-7.jpg

nieuws

‘Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie/Dysplasie’ (ARVC/D) is een belangrijke oorzaak van plotse dood bij mannen en vrouwen van elke leeftijd en alle rassen, maar vooral bij jonge atleten. Het komt voor bij ongeveer 1 op 5000 personen. 
De eerste klachten bij ARVC/D ontstaan vaak door hartritmestoornissen. In een gevorderd stadium veroorzaakt ARVC/D hartzwakte, wat zich bijkomend uit door vochtopstapeling in de benen, verminderde inspanningscapaciteit en kortademigheid. 

Erfelijk
ARVC/D wordt veroorzaakt door afwijkingen in bepaalde eiwitten die instaan voor de samenhang van de spiercellen in het hart. Door afwijkingen zijn de spiercellen minder nauw aan elkaar gekoppeld en worden ze geleidelijk van elkaar losgetrokken. Hierdoor ontstaan tussenruimten die zich langzaam vullen met vet- en littekenweefsel. De vervetting verzwakt de hartspier en verstoort de elektrische werking van het hart, met mogelijk hartritmestoornissen tot gevolg. Vermoedelijk komen de hartspiercellen sneller van elkaar los bij zware fysieke inspanning. Hierdoor komt ARVC/D meer tot uiting bij atleten.

Vroege opsporing kan ernstige klachten voorkomen
De diagnose wordt gesteld op basis van afwijkingen op onder andere het hartfilmpje (ECG), echo, MRI-scan, holteronderzoek en inspanningsonderzoek. Vaak krijgt de patiënt leefregels voorgeschreven, zoals het vermijden van intensieve inspanning en competitiesport. Ritmestoornissen zijn veelal te behandelen met medicijnen. Is het risico op een gevaarlijke hartritmestoornis verhoogd, dan kan een inwendige cardioverter defibrillator (ICD) ingeplant worden. Dit kan plotseling overlijden voorkomen. In zeer ernstige gevallen kan uiteindelijk een harttransplantatie nodig zijn.

Erfelijk
Bij twee derde van de mensen met ARVC/D wordt een erfelijke aanleg in het DNA gevonden, een mutatie. Nieuw onderzoek aan het universitair ziekenhuis UMC Utrecht laat zien dat die aanleg bij 99 procent van de dragers al generaties in de familie voorkomt, ook al heeft lang niet iedereen klachten. Deze mutatie kan al op jonge leeftijd tot ernstige hartritmestoornissen en zelfs tot plotse hartdood leiden, terwijl met preventie en behandeling veel klachten zijn te voorkomen of controleren. 
Als een erfelijke aanleg wordt vastgesteld, is het advies dan ook om te onderzoeken of ook andere familieleden drager zijn, ook als ze geen symptomen hebben. Tot nu toe meldt zestig procent van de familieleden van een patiënt met een erfelijke aanleg zich nog niet voor DNA-onderzoek, terwijl ze daar wel voor worden uitgenodigd. Niet iedereen met een erfelijke aanleg voor ARVC wordt ziek. Ook de mate van ziekzijn wisselt. Dan lijkt het vaak of er niets aan de hand is, terwijl er bij deze mutatie wel vijftig procent kans is dat je die via je DNA doorgeeft aan kinderen of kleinkinderen”, zegt hij. 

De onderzoekers gingen na hoe vaak er bij ARVC/D sprake is van overerving of van een nieuw ontstane mutatie in het DNA. Hiervoor onderzochten ze de gegevens van 500 patiënten die de eerste in hun familie waren met de ziekte. Bijna 99 procent van de patiënten had de mutatie geërfd. Slechts bij een enkeling was sprake van een nieuwe mutatie. Ook bleek dat weinig familieleden zich lieten testen op de mutatie, terwijl ze wel een risico lopen om de ziekte te krijgen of de mutatie door te geven.
De onderzoekers ontdekten dat in 183 families met ARVC/D 24 dezelfde mutaties voorkomen en al generaties lang worden doorgegeven.

zie ook artikel : Hoe herken je een hartstilstand?




pub