Geen paniek, het is maar statistiek: over bangmakerij en voze wetenschap

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
computer-statistiek.jpg

nieuws We leven in een gevaarlijke wereld, lijkt het: voedselwaarschuwingen, gif in tandpasta en parfum, gsm-straling. Wat veroorzaakt dezer dagen geen kanker? Niet alleen de media zijn verantwoordelijk voor deze 'cultuur van de angst'. Ook de wetenschap doet mee. Epidemiologen ontdekken overal risico's, ook al zijn die vaak meer statistiek dan werkelijkheid.

Het ministerie van Volksgezondheid onderzoekt of tandpasta met triclosan uit de winkelrekken moet gehaald worden. In Groot-Brittannië gebeurde dat vorige week al in drie grote supermarktketens. Volgens onderzoek zou triclosan kankerverwekkend kunnen zijn, net zoals tandpasta met fluor en bleekmiddel. En 'zou' en 'kunnen' is in deze dagen van paniekerige voorzorg meer dan genoeg voor een verbod.

We leven in een gevaarlijke wereld, lijkt het. Wat veroorzaakt dezer dagen géén kanker? De webstek numberwatch.co.uk somt zomaar even 208 risicofactoren voor the big C op. Dat gaat van beruchte sinisterlingen als arseen, asbest, kerncentrales en verbrandingsovens tot de pil, chips, barbecuevlees, toasters, mobieltjes, microgolfovens, Chinese voedingssupplementen, oestersaus en je oksels scheren. Linkshandigen lopen meer kans om kanker te krijgen, net zoals moeders die niet aan borstvoeding doen en geen tweeling hebben, veteranen van de eerste Golfoorlog en al wie zijn haar verft en losse seksuele contacten heeft.

Voor hart- en vaatziekten, de grote killer in het Westen, zitten we intussen al aan meer dan driehonderd risicofactoren, soms geheel tegenstrijdig: alcoholisme, geheelonthouding, roken, te weinig of juist te veel melk drinken, snurken, zwaarlijvigheid, buitenechtelijke seks, vroege menopauze, de pil, Engels als moedertaal, trage baardgroei, enig kind zijn of het vijfde kind in een groot gezin, enzovoort. Het lijstje is eindeloos en groeit nog elk jaar aan, zonder dat we er veel wijzer van worden. Integendeel, een mens krijgt er de daver op het lijf van.

Zelfs in het eigen huis zin we niet meer veilig. Schoonmaakproducten, verf, televisies, haarlak en parfums: het zijn allemaal stille ziekmakers. Vergeet de industriële luchtvervuiling van weleer: volgens de Amerikaanse milieudiensten is de lucht binnenshuis tegenwoordig toxischer dan die buiten. Brits onderzoek zegt dan weer dat huismoeders 55 procent meer kans op kanker maken dan carrièrevrouwen.

U doet uw best om zo gezond mogelijk te leven? Dan is er slecht nieuws voor u. In het lichaam van een gemiddelde westerling zitten zowat driehonderd chemische stoffen die daar niet thuishoren. Wilt u echt ongerust worden, dan raden we u een pesticidetest aan, tegenwoordig populair bij milieugroepen. PCB's blijken alomtegenwoordig en zelfs bij peuters vind je sporen van de al decennia verboden onkruidverdelger DDT. Pesticiden leven langer dan wij en vermits ze oplosbaar zijn in vetten, dragen zogende moeders ze ook simpel op hun baby over.

Epidemiologie

Is dat een drama? Zijn wij, westerlingen, lopende gifbelten geworden? Welnee, het is de dosis die het gif maakt en een mens kan heel wat hebben. Het levende bewijs is de Oekraïense president Joestsjenko. De man heeft zevenduizend keer meer dioxine in zijn lijf dan door de Wereldgezondheidsorganisatie toegestaan, maar voorlopig is het enige gevolg een afstotelijke chlooracne in zijn gezicht. De gevaren van dioxine zijn in het verleden zwaar gehypet. De dioxinekippen van 1999 waren ons grootste voedselschandaal aller tijden, maar wat blijft ervan over? Nog nooit hebben de Belgen zo weinig dioxine in hun bloed gehad.

De mens is niet alleen een resistente soort, de gevaren voor onze gezondheid zijn ook lang niet zo groot als onze 'cultuur van de angst' wil doen geloven. De meeste zijn de vrucht van een moderne epidemie van epidemiologisch onderzoek in de wetenschappen en vaak meer wiskunde dan werkelijkheid.

Epidemiologie is de statistische studie van ziekteverschijnselen. De discipline dankt haar aanzien aan het onderzoek van epidemieën, maar sinds die in het Westen zeldzaam zijn geworden, hebben epidemiologen op zoek naar werk zich gretig op de studie van de lifestyleziekten gestort, een fenomeen waar duidelijke oorzaken meestal niet voorhanden zijn. Het gevolg is wat sceptische geesten 'baggerwerk' noemen: een heleboel gegevens worden op een hoop gegooid en vervolgens zoekt men zolang tot ergens een positieve of negatieve correlatie tevoorschijn komt. Een hele waslijst hebben de epidemiologen er intussen al gevonden voor kanker en hartziekte, maar helaas zijn ze bijna allemaal bijzonder zwak en soms ronduit onbenullig. Tot een wetenschappelijke of een medische doorbraak hebben ze nooit geleid.

De belangrijkste risicofactor voor kanker is ook vandaag nog leeftijd: vijftigers maken duizend keer meer kans op de ziekte dan iemand die dertig is. En vaak rijst de verdenking dat al die vermeende verbanden meer te maken hebben met de blinde vlekken van het statistische onderzoek. Een kleine bijstelling van de leeftijd van de onderzoekspopulatie en er blijft niets van over.

Junk science

Zoals de Angelsaksers zeggen: je hebt leugens, grote leugens en vervolgens heb je statistiek. Met statistieken kun je veel, zo niet alles, bewijzen. Heel wat epidemiologisch onderzoek is nauwelijks het papier waard waarop het is verschenen. Soms is het interessant, maar geheel onpraktisch, soms is het zonder meer junk science. Enkele voorbeelden van de jongste maanden.

,,Luchtvervuiling haalt het geboortegewicht van baby's omlaag'', meldt een studie in het gerenommeerde Amerikaanse tijdschrift Pediatrics. Bij nader toezien blijkt het gewichtsverlies om zegge en schrijve 35 gram te gaan: zelfs een overbezorgde moeder ligt daar niet van wakker. Roken, bijvoorbeeld, heeft een veel grotere weerslag op het geboortegewicht: min 180 gram. Roken heeft trouwens nog wel meer nare gevolgen. Zo beweert een recente Amerikaanse studie dat grootmoeders die paften tijdens hun zwangerschap, mee verantwoordelijk zijn voor astma bij hun kleinkinderen. Passief roken zou ons ook over de grenzen van de generaties heen bedreigen. Of was het alleen een statistische uitschuiver?

,,Wie elke dag koffiedrinkt, halveert zijn risico op leverkanker'', schrijft het Nationaal Kankercentrum van Japan. ,,Vijf koppen koffie doen het risico zelfs dalen met 75 procent.'' Stel dat het waar is, moeten dan alle Japanners dringend overschakelen van thee naar koffie? Even doorrekenen leert dat minstens 2.300 Japanners koffiejunkies moeten worden om een enkel geval van leverkanker te voorkomen. Dan lijkt een simpele prik tegen hepatitis toch een veel efficiëntere aanpak. Om nog te zwijgen van het risico dat hartritmestoornissen als gevolg van te veel koffiedrinken plots een nationale plaag worden.

Vooral als het om voeding gaat, durven epidemiologen zich weleens flink te vergalopperen. Zelfs al komen ze van een prestigieus instituut zoals Harvard. Twee jaar geleden pakten onderzoekers van Harvard uit met de onthulling dat één ei per dag het risico op borstkanker bij vrouwen met twintig procent verminderde. Merkwaardig genoeg had het nuttigen van één hotdog net hetzelfde effect, terwijl elk glas wijn het risico op borstkanker weer met zes procent deed stijgen.

Verontrustend? Nee, want een risico van zes procent is onooglijk. Een vrouw zou al elke dag twaalf glazen wijn moeten drinken gedurende dertig jaar voor ze echt gevaar op borstkanker liep. En tegen dan zou ze allicht al door een kapotte lever zijn overleden. Bovendien is de kans reëel dat het gevaar van het glas wijn niet meer dan statistische ruis is.

,,Wiskundige hocuspocus'', noemt de Brit John Brignell dat in zijn boek The epidemiologists: How they got scares for you. Volgens de scepticus Brignell degraderen epidemiologen de wetenschap tot sterrenwichelarij en jagen ze de mensen met hun onderzoeken alleen maar nodeloos de daver op het lijf. De meeste leken begrijpen al nauwelijks het verschil tussen '50 procent meer kans' en 'vijf keer meer kans' en met een begrip als relatieve risico's weten ze zich al helemaal geen raad.

,,Correlaties zijn nog lang geen verband, laat staan een oorzakelijk verband'', doceert Brignell. Bomen mogen dan sneller groeien door bemesting, de mest is niet de oorzaak van de groei, hij stimuleert alleen het proces. Vandaar Brignells besluit: ,,Waarschijnlijkheidsratio's tussen 50 procent en 200 procent zijn niet overtuigend genoeg om er wetenschappelijke besluiten uit te trekken. Eigenlijk zou het altijd 300 procent moeten zijn.''

Dat is allicht een beetje streng. De kracht van het verband wordt in epidemiologisch onderzoek ook bepaald door interne samenhang, specificiteit, de reproduceerbaarheid van het onderzoek en de aanwezigheid van een dosis-effectrelatie (hoe meer je rookt, hoe meer kans op longkanker). Vergelijk het met een kruiswoordraadsel: hoe meer kruisverbanden, hoe duidelijker het beeld. Toch zullen de meeste ernstige epidemiologen het erover eens zijn dan waarschijnlijkheidsratio's van minder dan 200 procent niet zwaar genoeg wegen: het signaal is veel te zwak door de omringende statistische ruis. Zoals Brignell zegt: ,,Je kunt al net zo goed een 100-metersprint met een zonnewijzer chronometreren.'' In het beste geval blijft de uitkomst een hypothese.

U bent bang van gsm-straling? Weet dan dat de stralingsenergie van een mobieltje ongeveer dezelfde impact heeft als die van een kasseisteen die naar een kerncentrale wordt gegooid. Bellen achter het stuur vormt zonder twijfel een veel groter gezondheidsrisico.

Slechte wetenschap

Gelukkig zijn er nog zekerheden in het leven. Bijvoorbeeld dat roken longkanker veroorzaakt. Het relatieve risico is 24, dat wil zeggen 2.400 procent, weten we al sinds de jaren vijftig, en daar valt niets op af te dingen. Maar de risico's van longkanker bij passief roken, het grote strijdpunt vandaag, zijn veel minder stevig onderbouwd. Epidemiologische onderzoeken komen hoogstens tot een risico van 24 procent, en sommige vinden zelfs alleen maar statistische ruis. En dus blijft er twijfel hangen.

Epidemiologen vergelijken de gezondheidstoestand van vrouwen van verstokte rokers met die van vrouwen van niet-rokers, en dat over een zo lang mogelijke termijn. Maar het is moeilijk beide populaties zuiver te houden. Als de vrouwen van de rokers ooit zelf gerookt hebben, krikt dat het effect van passief roken onterecht omhoog. Als de vrouwen van de niet-rokers buitenshuis veel tabaksrook binnen kregen, omdat ze in een café werkten bijvoorbeeld, trekt dat de vergelijking in de omgekeerde richting scheef. Al die vrouwen scheiden en hertrouwen ook weleens of ze gaan officieus samenleven, met rokers of niet-rokers, wat het plaatje nog ingewikkelder maakt. Zeker als je een grote populatie onderzoekt op een tijdschaal van dertig, veertig jaar vallen al die onbekende factoren nauwelijks onder controle te houden. En omdat het effect zo klein is, hebben geringe scheeftrekkingen grote gevolgen.

Toch pakt de antitabakslobby geregeld uit met schreeuwende koppen over de dodelijke slachtoffers van passief roken, kwestie van het probleem hoger op de politieke agenda te krijgen. Onlangs nog in de zeer degelijke British Medical Journal: ,,Passief roken maakt elk jaar 11.000 slachtoffers in Engeland.''

Heet nieuws? Niet echt. De studie bundelde alleen oud onderzoek en rekende op basis daarvan uit hoeveel slachtoffers passief roken zou maken als alle gemelde risico's zouden kloppen. Een riskante praktijk: je vertrekt van onzekere, kleine risico's en vermenigvuldigt die vervolgens met grote aantallen om te komen tot een spectaculair resultaat.

,,Jezelf rijk rekenen'', noemt Luc Bonneux dat. Bonneux is epidemioloog bij het Belgisch Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg en een militant antiroker. Toch schreef hij een protestbrief naar de redactie van de British Medical Journal: ,,Dit is een slechte wetenschap. Het doel heiligt niet de middelen. Anders zijn we even dubieus bezig als de tabaksindustrie in de jaren zestig.''

Ook de Belgische antitabakslobby schrikt niet terug voor forse koppen in haar strijd voor een rookvrije publieke ruimte. Passief roken zou elk jaar bij ons 2.500 levens eisen, meer dan het verkeer, verkondigde ze in 2003. Bonneux maakte in Skepp , het blad van de sceptische wetenschapper, brandhout van die grove schatting. ,,Simulatie is de overtreffende trap van leugens, grove leugens, statistiek'', schreef hij. ,,Het is een theoretische oefening die feiten vervangt door welgevallige politiek correcte aannames, wankele hypothesen (passief roken veroorzaakt hartziekte) presenteert als vaststaande feiten en zich vervolgens rijk rekent door het extrapoleren naar extremen. In de menselijke levensloop is dat de hoge leeftijd. Omdat alle mensen ooit sterven, zijn daar altijd veel doden te vinden.''

Zelf komt wetenschapper Bonneux op basis van lineair rekenen - bij passief roken is de dosis honderdmaal kleiner - uit op een veel lagere schatting: zowat honderd slachtoffers van passief roken per jaar. Het gaat hem er niet om het probleem weg te cijferen. Ook honderd doden per jaar rechtvaardigt de gezondheidseis van een rookvrije publieke ruimte, vindt hij.

,,Goede wetenschap moet ook de onzekerheid in rekening brengen'', zegt hij. ,,En geen vermoede risico's opfokken tot grote bedreigingen. Zie niet alleen passief roken, maar ook de problematiek van de gsm-masten, UV-indexen, voedselveiligheid, enzovoort. Wetenschap is nuchtere analyse, geen bangmakerij. Mij stoort vooral dat de antitabakslobby de hypothetische doden van passief roken vergelijkt met de maar al te reële slachtoffers van het verkeer, alsof die maar een mineur probleem zijn. Dat is zwaar over de schreef.''

Satire

Het is niet alleen getob, in de wetenschap mag er ook gelachen worden. In het kerstnummer van de British Medical Journal publiceerde Bonneux met enkele vroegere collega's van de Erasmus Universiteit in Rotterdam een studie over de wonderen van het polymeal : een gecombineerd dieet van vis, knoflook, amandelen, fruit, groenten en chocolade, dat het risico op hart- en vaatziekten bij vijftigplussers met maar liefst 75 procent zou verminderen.

Eigenlijk was het een halve grap, een satire op overspannen epidemiologische gebruiken. ,,We kozen verschillende ingrediënten uit bestaande studies en rekenden onszelf rijk'', zegt Bonneux. De studie was een reactie op de hype rond de polypill , een cocktail van zes medicijnen die - preventief geslikt - vijftigers voor hartaanvallen en beroertes zou behoeden. ,,Wij wilden, tongue in cheek , aantonen dat een gezond leven ook zonder pillen kan. Het recept is simpel: een beetje uitgebalanceerd eten, genoeg lichaamsbeweging en niet roken.''

Dat het om een satire ging, was duidelijk. De tekst in BMJ waarschuwt voor autorijden na het nuttigen van het polymeal en geeft tegenindicaties voor geliefden, omdat het dieet look bevat. Het belet niet dat het intussen als het zoveelste wonderdieet de ronde doet op de duizenden gezondheidssites op het internet. Mensen leren het toch nooit af.

©Copyright De Standaard
Gilbert Roox


bron: Psychosenet


verschenen op : 26/04/2005 , bijgewerkt op 20/08/2019


pub