Veilige draagsystemen voor baby’s

Laatst bijgewerkt: april 2012
baby-draagdoek-slapen-170_400_04.jpg

nieuws Er bestaan verschillende babydragers om een kindje te dragen op de borst en op de rug.
Het is essentieel dat een kind een correcte houding aanneemt. Ga er niet zomaar van uit dat een baby zal huilen of bewegen bij ademhalingsmoeilijkheden doordat hij niet correct in zijn draagsysteem zit. Zijn neus en mondje moeten vrij zijn zodat het gemakkelijk kan ademen, en zijn kin mag niet op zijn borst steunen zodat zijn luchtwegen niet geblokkeerd raken.

Je kan een draagzak gebruiken als je kindje ongeveer 3 maanden is. Je baby zit hierin recht. In een draagdoek ligt een baby. Ook een kleine en niet zo stevige baby kun je daarin al na de eerste week vervoeren.

Draagdoek
• Een kind zit met een natuurlijk gekromde rug. Omdat het kind niet hangt, geen holle rug heeft en geen druk op zijn rug krijgt, is een draagdoek perfect bruikbaar vanaf de geboorte.
• Kies voor een materiaal dat lucht doorlaat. Hou rekening met de temperatuur en zorg ervoor dat de kleding van het kindje eraan is aangepast. Een draagdoek telt voor één kledingstuk.
• De doek moet strak genoeg zitten zodat een kindje er niet in wegzakt.
• Een draagdoek moet vastgebonden worden met dubbele knopen als er geen ander beschermsysteem is, zoals een extra gesp of clip.
Afhankelijk van de draagdoeksoort en leeftijd zijn verschillende houdingen voor de baby mogelijk.
• Sommige modellen van zachte draagsystemen (bijvoorbeeld de bagsling, een draagzak waarin het kind in een diepe buidel wordt gedragen) zijn gevaarlijk voor baby’s die jonger zijn dan 4 maanden. Door de foute kromming waarin de baby ligt, wordt zijn keelholte afgesloten. Jonge baby’s hebben de kracht of reflex niet om dat te corrigeren en lopen risico op verstikking.
• Een rekbare draagdoek kan vanaf de geboorte gebruikt worden. Hij is niet geschikt om een kind op de rug te dragen. Dat komt doordat de doek rekbaar is, waardoor kun je hem niet goed kunt aanspannen. Je kindje zou er dus uit kunnen vallen.
Geweven draagdoeken kan je vanaf de geboorte tot in de kleutertijd gebruiken. Een geweven doek kan zowel op de buik als op de rug gedragen worden.

Draagzak
• In een draagzak hangt een kind. Daarom is dit model pas veilig bruikbaar na enkele maanden.
• De draagzak heeft banden die om de schouders gebonden worden en een aangepaste lendenband. Met die banden kan het kind hoger of lager gedragen worden. De draagzak zit goed als je als drager het kind een kus op zijn voorhoofd kan geven.
• Maak de sluiting van de draagzak goed vast.
• Met een kindje in de draagzak buig je beter niet voorover, maar ga je door je knieën met een rechte rug.

Rugdrager
• Een rugdrager kan vanaf 8 à 9 maanden gebruikt worden, op voorwaarde dat het kind goed kan zitten en voldoende lang zijn hoofd rechtop kan houden. Dit kan tot het kind ongeveer 3 jaar is.
• Koop een rugdrager met een gordel erin. Maak het kind vast. Het mag niet opzij hangen.
• Een aangepaste lendenband en rugsteun zorgen voor een goede verdeling van het gewicht over schouders en lenden. Dan kan het stoeltje tijdens het lopen niet te veel bewegen.
• Laat een kind niet alleen in de rugdrager zitten als je hem niet draagt, want de rugdrager kan omvallen.

Let bij aankoop op volgende elementen:
• dat je kind goed gesteund wordt in de rug en aan het hoofdje;
• dat je kind niet opzij hangt;
• dat je kind voldoende ruimte heeft voor zijn armen en benen.
• dat de zak beenopeningen op gelijke hoogte heeft of iets lager dan het zitgedeelte.
• Pas verschillende modellen, liefst met de baby erin.
• Een draagsysteem moet veilig alleen kunnen aan- en uit gedaan worden. Probeer in de winkel uit of je de draagdoek of draagzak alleen kan aan- en afdoen. Kijk of de sluitingen makkelijk te openen en sluiten zijn, liefst met één hand. Met de andere hand kan je vervolgens het kind ondersteunen.
• De draagdoek of draagzak moet in hoogte verstelbaar zijn.
• Controleer of de banden van de draagdoek of draagzak goed en stevig bevestigd en verstelbaar zijn. De draagbanden zijn minimaal 4 cm breed.
• De draagdoek of draagzak moet van zacht materiaal zijn. Er mogen geen scherpe hoeken of randen aan zitten.

Let bij gebruik op volgende elementen
• In de draagdoek ligt de baby het beste ter hoogte van je borst. De draagzak zit op de goede hoogte als je de baby een zoentje op zijn hoofdje kunt geven.
• Kleed je kindje niet te warm of koud.
• Let erop dat het kind vrij kan ademen. Zorg altijd dat het gezichtje van je baby vrij blijft. Jonge baby's zijn nog niet sterk genoeg om hun hoofdje op te tillen of ergens onder vandaan te trekken.
• Als je het kind onder je jas draagt, dan moet het gezichtje altijd boven de jas uitkomen. Draag de baby nooit onder een dichte jas; de baby krijgt het dan snel te warm.
• Houd de temperatuur in de gaten. De zon is gauw te heet op het hoofd van de baby. Ook onder een jas wordt het snel te warm door je lichaamswarmte, zelfs in de winter.
• Wees erop alert dat je evenwichtspunt verandert bij het dragen van een draagdoek of draagzak met kind. Wees extra voorzichtig met vooroverbuigen of leunen.
• Maak in het begin geen lange wandelingen met het kind in een draagdoek of draagzak.
• Draag het kind niet in een draagdoek of draagzak tijdens het koken, in de auto, op de motor of tijdens het sporten.


bron: www.kindengezin.be
verschenen op : 23/04/2012


pub