Gerelateerde artikels
Waarom is roken zo verslavend?
In dit artikel
Waarom is roken zo verslavend?
dossier Nicotine is veel meer dan een stof in sigaretten of e-sigaretten. Het is een krachtige verslaving veroorzakende verbinding die razendsnel effect heeft op de hersenen en het lichaam. Voor veel rokers is stoppen een enorme uitdaging, omdat het brein gewend raakt aan de aanwezigheid van nicotine en voortdurend naar nieuwe dosis verlangt.
Wat is nicotine?
Nicotine is een organische verbinding en de belangrijkste alkaloïde in tabak. Het wordt aangemaakt in de wortels van de plant en komt in de hele tabaksplant voor, vooral in de bladeren. De plant gebruikt nicotine als verdedigingsmiddel tegen insecten en bladvreters. Zowel de tabaksplant (Nicotiana tabacum) als de verbinding zijn vernoemd naar Jean Nicot, een Franse diplomaat en geleerde die in 1550 tabakszaden naar Parijs stuurde.
Nicotine is de belangrijkste verslavende stof in tabak en komt voor in sigaretten, pruimtabak en e-sigaretten. Het stimuleert de afgifte van dopamine en andere neurotransmitters in de hersenen, waardoor het gebruik snel plezierige effecten geeft en verslaving in de hand werkt. Sigaretten zijn speciaal ontworpen om nicotine snel in de hersenen af te leveren, wat stoppen moeilijk maakt.
Waarom is nicotine zo verslavend?
Bij het inademen van sigarettenrook of damp van e-sigaretten wordt nicotine via de longen in de bloedbaan opgenomen en bereikt het snel de hersenen. Daar bindt nicotine zich aan nicotinische cholinerge receptoren, waardoor calcium de neuronen instroomt. Dit veroorzaakt de afgifte van neurotransmitters zoals dopamine, die een prettige ervaring geven en het gebruik versterken. Binnen 10 tot 20 seconden voel je het effect al.
Andere stoffen in tabaksrook, zoals condensingproducten van acetaldehyde, remmen enzymen (monoamineoxidasen) die dopamine afbreken. Dit versterkt de verslavende werking van nicotine nog verder.
Door voortdurende stimulatie raken hersenen gewend aan nicotine (tolerantie) en ontstaat afhankelijkheid. Kankerexpert Filip Lardon (UAntwerpen) legt uit: “Uiteindelijk heb je gemiddeld 16 sigaretten per dag nodig om je net zo te voelen als wanneer je nooit had gerookt. Het omgekeerde gaat trouwens veel trager. Het duurt jaren voordat je hersenen zich weer gevoeliger opstellen voor dopamine. ”
Nicotine kan ook tijdelijk energie en concentratie verhogen door de afgifte van adrenaline, waardoor hartslag, bloeddruk en ademhaling toenemen.
Oorzaken en risicofactoren van nicotineverslaving
Iedereen die tabak gebruikt, loopt risico op afhankelijkheid. Factoren die dit beïnvloeden:
- Genetica: Erfelijke aanleg kan bepalen hoe hersenreceptoren reageren op nicotine.
- Familie en vrienden: Kinderen met rokende ouders of vrienden hebben een grotere kans om te gaan roken.
- Leeftijd: Vroege start verhoogt de kans op blijvende verslaving.
- Psychische problemen: Mensen met depressie, angststoornissen of schizofrenie roken vaker.
- Ander middelengebruik: Alcohol, cannabis en illegale drugs verhogen het risico.
Hoe herken je nicotineverslaving?
Signalen van verslaving zijn onder andere:
- Chagrijnig, angstig of snel boos bij het stoppen met roken
- Moeite om te bepalen wanneer en waar je rookt
- Dagelijkse gedachten aan sigaretten of pruimtabak
Gezondheidsrisico’s van nicotine
- Langdurig nicotinegebruik kan leiden tot diverse gezondheidsproblemen, variërend van een slechtere bloedsomloop en hartproblemen tot spijsverteringsproblemen. Zwangere vrouwen die roken, brengen hun baby bovendien in gevaar, waardoor de kans op ernstige gezondheidsproblemen tijdens de zwangerschap en later in het leven toeneemt.
- Nicotine kan het geheugen en het concentratievermogen van tieners schaden, hun hersenontwikkeling verstoren en hun vermogen om impulsen te beheersen verminderen.
- Veel gezondheidsproblemen die verband houden met nicotinegebruik, worden ook in verband gebracht met de schadelijke chemicaliën in sigaretten, kauwtabak en e-sigaretten. Sommige van deze chemicaliën – niet nicotine - kunnen kanker en andere ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. Sigaretten bevatten ongeveer 600 ingrediënten. Bij verbranding komen er meer dan 7000 chemische stoffen vrij. Van minstens 69 van deze stoffen is bekend dat ze kanker veroorzaken, en veel ervan zijn giftig.
Ontwenningsverschijnselen stoppen met roken
Nicotineontwenning veroorzaakt angst en stress, beide sterke prikkels om weer te gaan roken . Als je stopt met roken, worden je hersenen prikkelbaar. Daardoor kun je angstig worden of van streek raken. Je kunt moeite hebben met concentreren of slapen, een sterke drang voelen om te roken, of je gewoonweg ongemakkelijk voelen. Deze gevoelens worden ontwenningsverschijnselen genoemd. Dit verbetert na een paar weken, wanneer je hersenen wennen aan de afwezigheid van nicotine.
Hoe stoppen met nicotinegebruik?
Als je al eerder hebt geprobeerd te stoppen met roken, laat je dan niet ontmoedigen. Het afleren van een nicotineverslaving is een van de moeilijkste dingen om te doen. Gelukkig zijn er veel producten en therapieën die je daarbij kunnen helpen.
Een verscheidenheid aan nicotinevervangende therapieproducten, in de vorm van kauwgom, pleisters, zuigtabletten en sprays, kan de nicotine vervangen waar rokers naar verlangen. Deze producten kunnen ook de fysieke ontwenningsverschijnselen verlichten die de meeste mensen ervaren wanneer ze proberen te stoppen. In ieder geval zoek medische hulp als je zelf er niet in slaagt om van je verslaving af te geraken.
Bronnen:
Neal L Benowitz (2010). Nicotine Addiction. N Engl J Med.; Jun 17;362(24):2295–2303.
Dajas-Bailador F, Wonnacott S. Nicotinic acetylcholine receptors and the regulation of neuronal signalling. Trends Pharmacol Sci. 2004;25:317–24.
Wonnacott S. Presynaptic nicotinic ACh receptors. Trends Neurosci. 1997;20:92–8.
Fowler JS, Logan J, Wang GJ, Volkow ND. Monoamine oxidase and cigarette smoking. Neurotoxicology. 2003;24:75–82.
Lewis A, Miller JH, Lea RA. Monoamine oxidase and tobacco dependence. Neurotoxicology. 2007;28:182–95.
Le Moal M, Koob GF. Drug addiction: pathways to the disease and pathophysiological perspectives. Eur Neuropsychopharmacol. 2007;17:377–93.












