Calcium en nierstenen: mythe of realiteit?
dossier Wie last heeft van nierstenen krijgt vaak te horen dat hij of zij voortaan het gebruik van melk en andere calciumrijke zuivelproducten moet beperken. Mythe of realiteit?
Een mythe
Te veel calcium of zuivel in de voeding is zelden of nooit de oorzaak van nierstenen, integendeel zelfs. De inname van zuivelproducten kan meestal zelfs helpen om het risico op nierstenen te verminderen. De meeste nierstenen zijn immers oxalaatstenen.
Lees ook: Tien vragen over nierstenen beantwoord
Een calciuminname overeenkomstig de algemene aanbevelingen
Een calciuminname overeenkomstig de algemene aanbevelingen kan doorgaans geen kwaad: 900 tot 1200 mg calcium per dag of 2 tot 4 glazen melk (of yoghurt, karnemelk, chocolademelk, enz.) en 1 tot 2 sneetjes kaas. Wie te weinig calcium inneemt verhoogt het risico op osteoporose, in de volksmond ook bekend als botontkalking. Dit gaat vooral gepaard met wervelinzakkingen (kromme rug), heup- en polsbreuken.
De maximaal toegelaten calciuminname per dag bedraagt ruim het dubbele van de aanbeveling, namelijk 2500 mg. Via de voeding moet je dus al zeer flink je best doen om deze bovengrens te halen.
Lees ook: Het belang van calcium bij de preventie van osteoporose
Lees ook: Osteoporose (botontkalking): symptomen, oorzaken en behandeling
Oxalaatrijke voedingsmiddelen vermijden
De meeste niersteenpatiënten moeten vooral oxalaatrijke voedingsmiddelen mijden zoals spinazie, rabarber, bieten, asperges, noten, chocolade, thee, aardbeien en tarwezemelen. Daarnaast doen zij er goed aan veel te drinken (minimum 2 liter water per dag), vooral volkorenproducten te kiezen en elke dag een ruime portie groenten en fruit te eten (behalve de oxalaatrijke soorten) omdat zij veel vezels aanbrengen. Een overdreven eiwitinname en het gebruik van zout moeten eveneens worden beperkt.
Lees ook: Aanbevelingen voor mineralen en sporenelementen












