Gratis preventief onderzoek in Globaal Medisch Dossier: 1 maal per jaar

Laatst bijgewerkt: maart 2012
mutual-kaart-170_400_05.jpg

nieuws Als u tussen 45 en 75 jaar bent, kan de huisarts die uw Globaal Medisch Dossier (GMD) beheert vanaf 1 april 2011 één keer per jaar een preventiemodule aanrekenen. Dit betekent dat uw huisarts 1 keer per jaar met u, op basis van een checklist, overloopt welke preventieve gezondheidsmaatregelen voor u nuttig kunnen zijn.
De preventiemodule is gratis voor de 45 tot 75-jarigen. U betaalt een bepaald bedrag aan uw huisarts (28,15 EUR voor het GMD en 10,14 EUR voor de preventiemodule, maar uw ziekenfonds betaalt die bedragen volledig terug.
Het Globaal Medisch Dossier (GMD) bevat al uw medische gegevens (operaties, chronische ziekten, lopende behandelingen…). Het maakt een betere individuele begeleiding en een beter overleg tussen de artsen mogelijk.
Als u een GMD aanvraagt bij uw huisarts, krijgt u tot 30% meer terugbetaald voor een raadpleging van uw huisarts, in zijn kabinet of voor een huisbezoek. Het terugbetalingstarief voor wie een GMD heeft, hangt af van de categorie waartoe u behoort (jonger dan 10 jaar, tussen 10 en 75 jaar, ouder dan 75 jaar, chronisch zieke, palliatief patiënt).

Hoe een GMD of een preventiemodule aanvragen?
Tijdens uw volgende raadpleging in het kabinet van uw huisarts of tijdens een huisbezoek, vraagt u om een GMD te openen.
Als u de ouder bent van een kind of van een palliatieve patiënt, kunt u de opening van een GMD in zijn plaats aanvragen.
Vanaf 1 januari van het jaar dat u 45 wordt tot 31 december van het jaar dat u 75 wordt, kan u uw huisarts vragen naar een preventiemodule. Dit kan samen met een aanvraag of verlenging van het GMD zijn maar ook bij een andere raadpleging of bezoek.
Als de arts die u raadpleegt niet de arts is die uw GMD beheert, dan hebt u in principe geen recht op de vermindering van remgeld, tenzij deze andere arts samen met de arts die uw GMD beheert in dezelfde, door het RIZIV geregistreerde huisartsengroepering werkt. Dit zijn zowel de groepspraktijken als andere samenwerkingsverbanden tussen huisartsen.
Raadpleegt u een andere arts (huisarts of specialist) dan degene die uw GMD beheert buiten een geregistreerde huisartsengroepering? Vraag dan om de nuttige informatie door te sturen naar uw huisarts om uw dossier te vervolledigen.
U kan op elk ogenblik van huisarts veranderen. Zeg aan uw nieuwe huisarts dat u verkiest dat hij voortaan uw GMD beheert. Hij zal dan zelf alle stappen doen bij zijn collega voor de overdracht van uw dossier.
Het GMD blijft geldig tot het einde van het tweede kalenderjaar dat volgt op het jaar van de opening. Een GMD geopend op 21 januari 2011 blijft dus geldig tot 31 december 2013.
Uw arts en uw ziekenfonds zorgen daarna voor een eventuele verlenging van uw GMD. U betaalt voor deze verlenging een bepaald bedrag (28,15 EUR op 1/1/2011) aan uw huisarts, maar uw ziekenfonds betaalt dit bedrag volledig terug.

Eén man op drie en één vrouw op vier krijgt kanker voor 75 jaar
In 2008 werden in België 59.996 nieuwe diagnoses van kanker gesteld, waarvan 32.508 bij mannen en 27.488 bij vrouwen. Bij mannen komt kanker frequenter voor dan bij vrouwen. Ongeveer één man op drie en één vrouw op vier krijgt met de ziekte te maken voor de 75ste verjaardag.

Kanker treft voornamelijk oudere personen. Ongeveer 64% van de vrouwen en 75% van de mannen is 60 jaar of ouder op het ogenblik van de diagnose. In 2008 werden 319 kinderen in België geconfronteerd met kanker (minder dan 1% van alle kankers).
Prostaatkanker is de meest frequent voorkomende kanker bij mannen, onmiddellijk gevolgd door longkanker en dikkedarmkanker. Bij vrouwen is borstkanker de meest voorkomende kanker. Colorectale kanker en longkanker komen bij vrouwen respectievelijk op de tweede en derde plaats.
België heeft binnen uropa één van de hoogste cijfers voor borstkanker. De redenen hiervoor zijn niet helemaal duidelijk. Vermoedelijk is er een samenspel van verschillende factoren.
Ook wat dikkedarmkanker, non-Hodgkin lymfomen en roken gerelateerde kankers (zoals kanker van long, de hoofd- en halsregio, de blaas en de slokdarm) behoort België tot de Europese top.
Voor maagkanker, melanoma (vrouwen), teelbalkanker, nierkanker, gynaecologische tumoren, schildklierkanker, multiple myeloma en hersentumoren zitten we in de Europese middenmoot.
Voor melanoma (mannen) en lever-, galblaas- en alvleeskliertumoren skoren we lager dan het Europese gemiddelde.

Regionale verschillen
De resultaten zijn voor alle tumoren samen vrij vergelijkbaar in de drie gewesten. Toch bestaan er voor heel wat tumortypes enkele opmerkelijke geografische verschillen, niet alleen tussen de gewesten onderling, maar ook binnen de gewesten zelf.
Longkanker komt bij mannen meer voor in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen. Dit is voornamelijk het geval in de Waalse steden. Bij vrouwen stelt men eerder een afname vast van het oosten naar het westen met de hoogste cijfers in Antwerpen, Brussel en alle Waalse steden.
Kankers ter hoogte van de hoofd- en halsregio komen frequenter voor bij mannen langs de grens met Frankrijk dan in de rest van België. Bij vrouwen is er voor dezelfde kankers eerder een toename naar het zuiden toe. Roken, al dan niet in combinatie met hoog alcoholgebruik, zijn bekende risicofactoren voor hoofd- en halskanker. Slokdarm- en alvleesklierkanker hebben dezelfde risicofactoren en vertonen een gelijkaardig geografisch patroon.
Baarmoederhalskanker komt het meest voor in grote steden zoals Antwerpen, Gent, Brussel, Charleroi, Hasselt en Bergen. Dit is een gekend fenomeen: baarmoederhalskanker komt meer voor in regio’s met een hoge bevolkingsdichtheid, gekoppeld aan een hoog voorkomen van infecties met het humaan papillomavirus (HPV), gekend als oorzaak van baarmoederhalskanker.
Schildklierkanker komt in Wallonië en Brussel twee keer meer voor dan in Vlaanderen. Maar zelfs binnen de regio’s bestaan er belangrijke verschillen.
Teelbalkanker komt tweemaal meer voor langs de Duitse grens ten opzichte van de rest van België, wat vergelijkbaar is met de cijfers in Duitsland.

Vlaanderen
In Vlaanderen is er een gemiddelde jaarlijkse toename van het aantal kankers met 2,6% bij mannen en 2,4% bij vrouwen. Een belangrijk deel van deze toename kan toegeschreven worden aan de vergrijzing en andere factoren zoals levensstijl (bv. rookgedrag, alcohol, obesitas) maar ook screeningsactiviteiten, vroegdiagnostiek, omgevingsfactoren,… zijn verantwoordelijk voor de toename van het aantal geregistreerde kankers.
Tussen de jaren 1999 en 2005 neemt prostaatkanker toe met 3,5% per jaar. Een verklaring voor dit fenomeen kan deels gevonden worden in de toepassing van PSA-screening. Vanaf 2006 stellen we een daling van de incidentie vast met 3,2% per jaar. De daling is het meest uitgesproken bij de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder.

Borstkanker (alle leeftijden samen) blijft stabiel. Meer specifiek voor de leeftijdscategorie 50-69 jaar is er een toename in de periode 1999-2003. Er wordt voornamelijk een stijging van het aantal kleine tumoren gezien. Deze stijging kan worden toegeschreven aan de borstkanker-screening die in 2001 werd opgestart, in combinatie met het gebruik van hormoonsubstitutie-therapie die aanleiding geeft tot een verhoging van hormoongevoelige tumoren. Na 2003 daalt het aantal borstkankers, vermoedelijk door een daling in het gebruik van hormoonsubstitutie.
Bij vrouwen ouder dan 70 jaar is er een stijging van pT2 tumoren (20-50mm). In de verschillende leeftijdscategorieën werd een afname vastgesteld van tumoren in een gevorderd stadium (pT4-tumoren met een directe doorgroei naar de borstholte en/of huid).

Colorectale kanker neemt toe, voornamelijk van stadium I en in mindere mate van stadium III en stadium IV tumoren. De diagnose van colorectale kanker wordt frequent gesteld in een gevorderd stadium. Aangezien doeltreffende behandelingen beschikbaar zijn voor tumoren in een weinig gevorderd stadium, bestaat de mogelijkheid tot het opzetten van een screeningsprogramma met als doel de mortaliteit van darmkanker terug te dringen.

Voor hoofd- en halstumoren, met als voornaamste risicofactor roken, al dan niet in combinatie met een hoog alcoholgebruik, merken we in Vlaanderen in de periode 1999-2008 een tegengestelde tendens bij mannen en vrouwen. Bij mannen daalt de incidentie van deze tumoren jaarlijks met 1%, terwijl bij vrouwen een jaarlijkse toename van 3% wordt vastgesteld. Deze stijgende trend komt zeer duidelijk naar voren bij vrouwen in de leeftijdscategorie 50 jaar en ouder waar een toename van 4% per jaar wordt gezien. Het risico voor mannen in deze leeftijdsgroep blijft stabiel tussen 1999 en 2008. De dalende trend bij mannen komt voornamelijk tot uiting in de leeftijdscategorie jonger dan 50 jaar, waar de incidentie jaarlijks met bijna 7% afneemt.

De incidentie van longkanker in Vlaanderen volgt in de periode 1999-2008 een gelijkaardig patroon als de hoofd- en halstumoren. De incidentie bij mannen daalt jaarlijks met 0,6%, terwijl de incidentie voor vrouwen sterk toeneemt met 6%. De daling bij mannen is terug voornamelijk te vinden op jonge leeftijd: bij mannen jonger dan 50 jaar daalt de incidentie jaarlijks met meer dan 3%. Bij vrouwen in deze leeftijdscategorie lijkt er eerder een lichte toename (0.5% per jaar) te zijn. Voor de leeftijdscategorie 50+ is er bij mannen in Vlaanderen weinig verandering merkbaar tussen 1999 en 2008. Bij vrouwen stijgt de incidentie voor deze leeftijdscategorie jaarlijks met 7%.
Het risico om als vrouw een kanker te ontwikkelen die verband houdt met roken, lijkt te evolueren naar een zelfde risico als een man.

De incidentie van slokdarmkanker neemt toe zowel bij mannen als bij vrouwen. Op jonge leeftijd is slokdarmkanker zeldzaam. In de leeftijdsgroep 50 jaar en ouder zien we zowel bij mannen als bij vrouwen een gemiddelde toename van 3%.
Voor melanomen wordt tussen 1999 en 2008 en bij beide geslachten een progressieve toename van de incidentie vastgesteld. De laatste jaren is er ook meer aandacht besteed aan het maligne melanoom en de gevaren van het zonnen. Vermoedelijk mede door de toegenomen aandacht nam de incidentie van het melanoom toe.

De incidentie van teelbalkanker is, zoals in de meeste West- en Noord-Europese landen, de laatste tien jaar gestegen. Met uitzondering van cryptorchidie (niet ingedaalde teelbal) zijn de risicofactoren voor het ontwikkelen van teelbalkanker niet éénduidig bekend.

Voor non-Hodgkin lymfomen wordt zowel bij mannen als bij vrouwen een jaarlijkse toename van de incidentie vastgesteld (2% bij mannen en 1% bij vrouwen).






pub